Wat is een psychologische autopsie?

07 augustus, 2020
Een psychologische autopsie is een proces dat wordt toegepast als onderdeel van een gerechtelijk onderzoek. Het doel is om de mogelijke oorzaken van zelfmoord vast te stellen, of het echt zelfmoord was en wat voor soort psychologische patronen zich hebben voorgedaan.
 

Een psychologische autopsie is een forensische techniek die is gericht op het vaststellen of specificeren van de oorzaken van zelfmoord. In sommige gevallen gebruiken experts het echter om te bevestigen of de dood van een persoon daadwerkelijk te wijten was aan zelfmoord. Het is echter een relatief nieuw veld dat pas in de 21e eeuw systematisch wordt toegepast.

De term psychologische autopsie werd voor het eerst bedacht in de jaren vijftig, in de werken van Shneidman en Farberow. Edwin S. Shneidman (link in het Spaans) was een Amerikaanse klinische psycholoog die zelfmoord en thanatologie studeerde. Samen met Norman Farberow en Robert Litman richtte hij in 1958 het Los Angeles Suicide Prevention Center op.

In de Verenigde Staten werd echter rond de jaren twintig van de vorige eeuw al op het concept van een psychologische autopsie gewezen. Na het tijdperk dat bekend staat als de Grote Depressie, was er namelijk een golf van zelfmoorden in dat land.

Dit soort epidemie trok de aandacht van veel wetenschappers en ze probeerden vervolgens gemeenschappelijke oorzaken te vinden. Het was echter alleen met Shneidman en Farberow dat ze het concept consolideerden.

Wat is een psychologische autopsie
 

De psychologische autopsie

Wat experts doen tijdens een psychologische autopsie, is een indirecte en retrospectieve reconstructie van het leven en de persoonlijkheid van de overleden persoon maken. Het is namelijk een onderzoeksproces dat probeert de omstandigheden en redenen vast te stellen die ertoe hebben geleid dat iemand zelfmoord heeft gepleegd.

In het algemeen heeft het twee hoofddoelen. De eerste is forensisch van aard. De tweede is epidemiologisch van aard. Een psychologische autopsie wordt aangevraagd als onderdeel van een strafrechtelijk onderzoek.

Het is een hulpmiddel als aanvulling op de autopsie van de lijkschouwer. Deskundigen passen het echter bijna altijd toe in gevallen waarin de doodsoorzaak twijfelachtig is.

Vanuit epidemiologisch oogpunt is deze tool bedoeld om relevante informatie te verzamelen om uitingen van gedrag, omstandigheden en motivaties etc. vast te stellen. Al deze informatie zou vervolgens moeten helpen gemeenschappelijke risicofactoren vast te stellen, met als doel verdere zelfmoorden te voorkomen of te vermijden.

Deze tool dient in mindere mate ook andere doelen, zoals het vaststellen van de rechtsgeldigheid van handelingen die zijn uitgevoerd vóór het overlijden, zoals het ondertekenen van documenten.

Andere toepassingen zijn om bijvoorbeeld te beoordelen of er in de praktijk fouten zijn gemaakt bij mensen die een medische of psychologische behandeling ondergingen, om psychologische profielen te structureren en om onder meer criminologische categorieën op te stellen.

 

Onderzoeksinstrumenten

Bij dit type autopsie worden drie hoofdinstrumenten gebruikt: de bestudering van de plaats delict, het verzamelen van psychologische vingerafdrukken en interviews met mensen die dichtbij het slachtoffer staan.

  • De bestudering van de plaats delict geeft belangrijke aanwijzingen over de hele zaak. De gekozen methode, de plaatsing van objecten rond het lichaam en andere soortgelijke elementen kunnen allemaal waardevolle informatie opleveren.
  • Het verzamelen van psychologische vingerafdrukken omvat het verzamelen van brieven, berichten, dagboeken en andere documenten of informatie, die kunnen helpen bij het vaststellen van een psychologisch profiel van het slachtoffer of bij het ophelderen van de omstandigheden van zijn of haar overlijden.
  • De interviews met mensen die dicht bij het slachtoffer staan dienen ook om informatie te verzamelen over de persoonlijkheid of motivaties van degene die zelfmoord heeft gepleegd. Dit is één van de meest controversiële procedures van de psychologische autopsie. Het is namelijk erg moeilijk om de verschillende mogelijke factoren achter de zelfmoord vast te stellen.
Gesprek met naasten is onderdeel van het onderzoek naar de zelfmoord
 

De protocollen

Er zijn verschillende protocollen betrokken bij het uitvoeren van een psychologische autopsie. Een van de meestvoorkomende is echter het MAPI-model, gemaakt door Dr. Teresita García Pérez. Ze is een Cubaanse arts en haar methode is erg praktisch en functioneel gebleken. Het woord MAPI verwijst naar de vier basisaspecten waar experts naar zullen kijken. Dit zijn de volgende:

  • M – Mentaal. Bij deze stap analyseren ze bekwaamheden en cognitieve vaardigheden, zoals beoordelingsvermogen, cognitie, intelligentie, geheugen en aandacht.
  • A – Affectief. Hier zullen de experts bijvoorbeeld zoeken naar tekenen van mogelijke affectieve stoornissen, zoals depressie.
  • P- Psychosociaal. Dit aspect onderzoekt de relatiecirkels van het slachtoffer gedurende hun hele leven.
  • I – Interpersoonlijk. In deze laatste sectie stellen onderzoekers vast hoe de persoon zich verhoudt tot zijn directe omgeving.

Het protocol geeft aan dat het eerste dat je moet doen, is de plek waar het lichaam gevonden is te onderzoeken. Daar kunnen de experts namelijk zoeken naar psychologische vingerafdrukken, tekenen en indicaties van de omstandigheden rond de zelfmoord.

Daarna nemen onderzoekers gestructureerd interviews af met drie mensen die dicht bij het slachtoffer stonden, waarbij ze gebruik maken van 60 verschillende aspecten of factoren. Deze interviews vinden plaats tussen één en zes maanden ná het overlijden.

Tot slot wordt er een interdisciplinaire analyse uitgevoerd waarbij de psycholoog, de arts en minimaal één criminoloog betrokken zijn. Een deskundige stelt vervolgens het rapport op, dat van probabilistische aard is.

 

In dit rapport stellen ze de doodsoorzaak vast op basis van de NASH-code: Natural (Natuurlijk),  Accidental (Ongeluk), Suicide (Zelfmoord) of Homicide (Moord) en noteren ze de mogelijke doodsoorzaken.

Terroba-Garza, G., & Saltijeral, M. T. (2014). La autopsia psicológica como método para el estudio del suicidio. Salud Pública de México, 25(3), 285-293.