Schietincidenten op scholen: wat denken de schutters?

· januari 29, 2019

Schietincidenten op scholen zijn een treurig fenomeen. Dat is zelfs nog erger als we denken aan hoe vaak ze gebeuren. Achter deze daden ligt slechts in 5% van de gevallen een geestelijke stoornis. De rest van de profielen wijzen op andere factoren.

Er is in de meeste gevallen sprake van lichamelijk of psychologisch misbruik, ontwortelde gezinnen, pesten op school, ouders met een strafblad, en vooral de toegang tot vuurwapens en de cultuur die ermee verbonden is.

Na het bloedbad op 14 februari in de Marjorie Stoneman Douglas Highschool verstuurde president Trump de volgende tweet:

“Er waren zoveel signalen dat de schutter in Florida geestelijk gestoord was. Hij was zelfs van school gestuurd wegens slecht en onvoorspelbaar gedrag. Buren en klasgenoten wisten dat hij een groot probleem was. Men moet dergelijke gevallen altijd en steeds opnieuw aan de autoriteiten doorgeven!”

In de sociale structuur van de Amerikaanse scholen zijn gewelddadige prikkels die met een wapencultuur te maken hebben of met racisme, een veelvoorkomend fenomeen.

Het is waar dat Nikolas Cruz perfect bij het risicoprofiel paste. Hij was een geschorste en gemarginaliseerde leerling. Hij gaf ook regelmatig te kennen hoe gefascineerd hij door vuurwapens was. Toch ligt er iets veel diepers aan de basis van dit fenomeen.

Het is iets veel duisterders en diep geworteld. Bovendien overstijgt het ook de geestelijke gezondheid. Het is iets dat elk sociaal organisme van de Amerikaanse maatschappij zelf omvat. Laten we dit nu in detail bekijken.

Schietincidenten op scholen, een maatschappelijk probleem

Schietincidenten op scholen, een maatschappelijk probleem

Nikolas Cruz, 19 jaar oud, heeft het leven genomen van 17 klasgenoten van zijn middelbare school. Er raakten ook meer dan tien kinderen gewond. We kunnen zijn naam toevoegen aan de lange lijst van individuen die gewapend met frustratie, woede en minachting een dodelijk plan uitvoeren.

Het is een plan waarbij ze genadeloos op hun leeftijdsgenoten en leraren richten en hen neerschieten. Ze worden geleid door hun fascinatie voor wapens en zien die als het enige antwoord voor hun problemen.

Dit kan misschien verrassend zijn. Elke maand gebeurt er echter in de scholen van de Verenigde Staten een schietincident of een voorval dat te maken heeft met wapens. In 2012 heeft Adam Lanza 20 mensen (kinderen van 7 jaar oud en hun leraren) vermoord.

Sindsdien hebben er zich 239 schietincidenten in scholen voorgedaan. Dit alles vertaalt zich in 438 gewonden en 138 doden in de laatste 6 jaar.

Senatoren, groepen en bekende personen die tegen het gebruik van vuurwapens, blijven aandringen op een heel concreet feit. Het aantal massamoorden stijgt elk jaar. Dit is geen toeval. Het is ook geen pech of een epidemie van geestelijke stoornissen.

Wat er in de Verenigde Staten met schietincidenten op scholen gebeurt, is het resultaat van een maatschappij die niet in actie komt. De mensen die deze misdaden plegen, hebben niet immers alleen de mogelijkheid maar ook de middelen.

Het heeft ook niet alleen te maken met de discussie over het al of niet verbieden of aan banden leggen van het gebruik van wapens. Deze discussie is op zich al belangrijk. Het is echter ook een prioriteit om grondig na te gaan wat deze schutters denken.

Waarom nemen ze hun toevlucht tot een dergelijke aanval? Waarom gebruiken ze geweren of vuurwapens als een manier om hun woede of hun problemen af te reageren?

Het profiel van moordenaars in schietincidenten op scholen

Het profiel van moordenaars in schietincidenten op scholen

Er is een voor en een na van het bloedbad van 20 april 1999 in de Columbine High School. Het bracht een bewustzijn teweeg voor een werkelijkheid die de aandacht vestigde op het geweld in de Verenigde Staten.

Bovendien betekende het dat men in scholen nieuwe maatregelen trof. Scholen hielden schietoefeningen. De bedoeling was de leerlingen en medewerkers te leren hoe ze in deze situaties moeten reageren. Het zorgde er ook voor dat de inlichtingendiensten dit soort massamoorden en de achterliggende motivaties serieuzer namen.

Eigenschappen van de daders

In 2000 werkten deskundigen een psychologische profiel uit om de geestelijke architectuur van deze moordenaars op een grondigere manier te begrijpen. Dit zouden de voornaamste eigenschappen zijn van de daders:

  • De schutters bereiden de aanvallen zorgvuldig voor. Het zijn geen toevallige daden of het resultaat van een moment van geestelijke vervreemding.
  • 80 % van de mensen hebben geleden onder pesterijen. Hun leven is een opeenstapeling van mishandeling, kwellingen en een hoge emotionele druk die afkomstig is van de omgeving van hun eigen leeftijdsgenoten.
  • Een hoog percentage behoort tot een gebroken familie waar één van de ouders een strafblad heeft.
  • Mensen zonder geestelijke stoornissen plegen 95% van de moorden. Dat betekent dus dat geestesziekten zoals schizofrenie niet verbonden zijn met geweld.
  • In 100 % van de gevallen is er sprake van een rechtstreekse fascinatie voor wapens. Meestal tonen ze hier ook openlijk staaltjes van. Ze kunnen dit aan hun collega’s tonen of verspreiden via sociale netwerken.
  • Het geweld bij deze jonge mensen, waarvan sommigen zelfs nog kinderen zijn, gebeurt niet toevallig of plotseling. Dit is in werkelijkheid net een ingewikkeld, langzaam maar krachtig proces dat zich na verloop van tijd in hun geest opgebouwd heeft.
  • Gewelddadige prikkels kunnen hen omringen. In combinatie met stress uit de omgeving en verwrongen gedachten bouwen die prikkels vaak een ontmenselijkt geestelijk harnas binnenin zichzelf op. Die emotionele kilheid zorgt er uiteindelijk voor dat ze moord zien als een beloning en zelfs als een gerechtvaardigde ontsnappingsweg.
Wat is de oplossing voor schietincidenten op scholen

Wat is dan de oplossing voor schietincidenten op scholen?

Een republikeinse senator haastte zich om zich aan een uitspraak te wagen. Hij beweerde dat de oplossing voor schietincidenten op scholen heel eenvoudig is. We geven wapens aan goede mannen zodat ze de confrontatie kunnen aangaan met die kwaadaardige jonge mensen die hun klasgenoten schade proberen te berokkenen.

Het bewapenen van (vermeende) ‘goede’ mannen zou echter alleen maar dezelfde gewelddadige cirkel aanwakkeren. Dit zou immers nog maar eens aantonen dat het gebruik van wapens de beste manier is om een conflict op te lossen.

De cultuur van geweld voedt het geweld zelf. Het andere virus is de institutionele, opvoedkundige en sociale verwaarlozing. We hebben hier een land dat het gebruik van wapens tot het wezen van zijn identiteit maakt. Uiteraard is dit niet de juiste manier. De medische en pedagogische gemeenschap wijst om die reden op een belangrijk aspect.

Het is noodzakelijk om meer psychologische aandacht voor de leerlingen in te schakelen. Hier en daar kunnen ze dit soort situaties aanpakken, aanvoelen en voorkomen.

Met de hulp van psychologen en sociale werkers kunnen we beter voor deze mensen zorgen. Op één of andere manier sturen ze vaak waarschuwingssignalen. Het zijn hints die we zo snel mogelijk moeten aanpakken om meerdere schietincidenten op scholen te vermijden. Vergeet niet dat die elke maand optreden. 

  • Psychological profiles of school shooters: Positive directions and one big wrong turn. Ferguson, Christopher J.; Coulson, Mark; Barnett, Jane. Journal of Police Crisis Negotiations. 2011.