Het model van Barkley om ADHD uit te leggen

september 1, 2019
Wat is ADHD? Hoe manifesteert het zich, en waarom? In dit artikel leggen we dit uit door middel van het model van Barkley.

Attention deficit hyperactivity disorder (ADHD) is een aandoening die tijdens de kindertijd ontstaat. Er zijn verschillende pogingen gedaan om de oorsprong en ontwikkeling ervan te verklaren. Eén daarvan heeft echter veel aandacht getrokken: het model van Barkley.

Deze aandoening wordt gekenmerkt door een hardnekkig patroon van afgeleid gedrag, overmatige activiteit, en moeilijkheden om impulsen of impulsiviteit onder controle te houden. Het is dan ook een van de meest bestudeerde aandoeningen in de kinderpsychopathologie. Als gevolg daarvan zijn er duizenden artikelen gepubliceerd over het onderwerp.

In het begin hadden deze artikelen een medische benadering. Vervolgens verschenen er gedragsmatige, neurocognitieve, genetische en sociale benaderingen. Dit heeft ons begrip van deze stoornis verrijkt.

De meestvoorkomende benadering in de eerste helft van de vorige eeuw was echter puur medisch. Deskundigen waren van mening dat een neurologische stoornis leidde tot ADHD. Met andere woorden, een bepaald soort hersenletsel veroorzaakte een verandering in de hersenen.

De belangrijkste symptomen van de stoornis werden toen omschreven als weinig concentratievermogen, veel impulsiviteit en het onvermogen om bevrediging uit te stellen. Ze uitten zich allemaal in schoolgerelateerde kwesties.

Een jongetje verschuilt zich achter papier

Van het medische model tot het gedragskundige model

Het gebrek aan bewijs van het medische syndroom droeg bij aan de zoektocht naar een meer functionele definitie van ADHD. Zo begonnen deskundigen ADHD te karakteriseren als een gedragsstoornis. Volgens deze benadering was overmatige activiteit het meest opvallende aspect.

In 1972 stelden bepaalde wetenschappers echter dat de fundamentele tekortkoming van hyperactieve kinderen niet hun buitensporige mate van activiteit was.

Het belangrijkste probleem was eerder hun onvermogen om lang hun aandacht ergens bij te houden en hun impulsiviteit. De meeste problemen die kinderen met ADHD ervaren, zijn namelijk het gevolg van onvoldoende zelfbeheersing.

De huidige visie op ADHD

De huidige visie op ADHD wordt weergegeven in het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5). We kunnen het ook terugvinden in de International Classification of Diseases van de Wereldgezondheidsorganisatie.

Het belangrijkste kenmerk van deze aandoening is een hardnekkig patroon van geen aandacht hebben en/of hyperactiviteit en impulsiviteit. De resulterende symptomen maken aanpassing moeilijk en uiten zich in specifieke gedragskenmerken.

Ze hebben een negatieve invloed op de cognitieve, persoonlijke en sociale ontwikkeling. Daarnaast belemmeren ze het leren op school en het dagelijks functioneren van de persoon.

Het model van Barkley

Het onderzoek naar het ontstaan van ADHD is voornamelijk abstract, exploratief en beschrijvend van aard. Ondanks de vooruitgang zijn er nog steeds belangrijke inconsistenties in de mechanismen die eraan ten grondslag liggen.

Het model van Barkley stelt dat het basisprobleem van hyperactieve kinderen een gedragsstoornis is. Dit tekort zou een negatieve invloed hebben op vier neuropsychologische functies die voor hun regulatie afhankelijk zijn van gedragsinhibitie.

De vier functies van het model van Barkley

De vier functies zijn:

  • werkgeheugen
  • zelfregulatie van affect, motivatie en opwinding
  • internalisatie van spraak
  • reconstructie (gedragsanalyse en synthese)

Deze uitvoerende functies beïnvloeden ook weer het motorische systeem, dat het doelgerichte gedrag reguleert. Deze functies beïnvloeden ook andere neuropsychologische systemen, zoals de volgende systemen:

  • zintuiglijke
  • perceptuele
  • taalkundige
  • mnemonische
  • emotionele

Het werkgeheugen (operationeel geheugen) stelt je in staat om informatie op te slaan tijdens het werken aan een taak, zelfs als de prikkel is verdwenen.

Vanwege het gebrek aan zelfregulatie van affect, motivatie en opwinding zijn kinderen met ADHD niet in staat om emotionele responses op een bepaalde gebeurtenis te reguleren. Volgens het model van Barkley uiten ze als gevolg daarvan hun emoties in het openbaar.

Deze kinderen kunnen ook problemen hebben met de internalisatie van spraak. Dit gebrek aan volwassenheid als het gaat om spraak kan problemen veroorzaken bij het aannemen van gepast gedrag. Het kan ook een vertraging in morele ontwikkeling veroorzaken.

Kinderpsychologe met een kind aan tafel

Minder volwassen en minder creatief gedrag tijdens het spelen

Het gebrek aan reconstructie, gedragsanalyse en synthese voorkomt dat het hyperactieve kind situaties en gedrag kan analyseren. Ook belemmert het hun probleemoplossend vermogen. Hun speelgedrag is minder volwassen, minder symbolisch en minder creatief.

Deskundigen hebben ontdekt dat ze slechtere prestaties hebben als het gaat om verbale vloeiendheid en dat de antwoorden die ze geven op de problemen minder passend zijn.

Volgens het model van Barkley zou dit waarschijnlijk ook duidelijk zijn bij de uitvoering van niet-verbale taken die nieuwe en complexe motorische sequenties vereisen. Deze vier uitvoerende functies zouden van invloed zijn op het motorische systeem.

Andere modellen hebben ook geprobeerd ADHD te verklaren. Ondanks de veranderingen in de terminologie en de nadruk die in de loop van de tijd op specifieke uitingen van ADHD zijn gelegd, zijn de belangrijkste symptomen van ADHD nauwelijks veranderd.

  • Barkley, R. A. (1997). Behavioral inhibition, sustained attention, and executive functions: constructing a unifying theory of ADHD. Psychological Bulletin, 121(1), 65–94.
  • Gawrilow, C. (2011). Self-Regulation in Children with ADHD: How If—Then Plans Improve Executive Functions and Delay of Gratification in Children with ADHD. The ADHD Report. https://doi.org/10.1521/adhd.2011.19.6.4