Wat zegt het zen boeddhisme over angst?

oktober 23, 2019
Alle angst die mensen ervaren is geworteld in twee specifieke dingen: gehechtheid en onwetendheid. Gehechtheid maakt je kwetsbaar omdat het inhoudt dat je je geest, emoties en verlangens richt op iets externs.

Wat het zen boeddhisme over angst zegt, heeft met name te maken met het ego. Meesters van deze specifieke filosofische discipline zeggen dat als het ego een motor was, angst de brandstof zou zijn. Volgens hen zijn er eigenlijk maar drie soorten angst en deze drie soorten hebben allemaal te maken met wat we het ego noemen.

Als je het op die manier bekijkt, is alle angst die mensen ervaren geworteld in twee specifieke dingen: gehechtheid en onwetendheid.

Gehechtheid maakt je kwetsbaar omdat het inhoudt dat je je geest, emoties en verlangens richt op iets externs. Dit maakt plaats voor de eerste vorm van angst: de angst om datgene kwijt te raken waar je aan gehecht bent.

Onwetendheid, daarentegen, zorgt ervoor dat je in een staat van onzekerheid en twijfel terechtkomt. In deze staat van zijn is het makkelijk om angstig te zijn. Als je niet in staat bent om gevaar of risico nauwkeurig te herkennen en niet weet hoe je ermee om moet gaan, word je natuurlijk onzeker en bang.

Wat het zen boeddhisme over angst zegt is dus dat er drie vormen van angst bestaan die allemaal voortkomen uit deze twee bronnen.

De bron van al onze angst komt voort uit onze eigen ongecontroleerde geest of waanideeën.

-Boeddha-

1. De angst voor de dood: de eerste les van het zen boeddhisme over angst

Volgens het zen boeddhisme is de meest elementaire angst die mensen hebben, de angst om dood te gaan. Voor ons staat het verlies van ons leven gelijk aan het verlies van ons lichaam.

Mensen zijn fysieke wezens en ons lichaam is onze meest elementaire realiteit. We wonen in ons lichaam en de angst om ons lichaam te verliezen is de angst om niet langer te zijn.

Deze angst is hetzelfde als onze angst voor de dood. De dood vertegenwoordigt echter niet alleen het einde van onze lichamelijke functies. Op het pad naar de dood doen zich ook andere stadia van lichamelijk verlies voor. Zo kun je bijvoorbeeld je vaardigheden, jeugd, zelfbeeld of de normale werking van je lichaam verliezen.

Wat het zen boeddhisme over angst zegt is, dat we ons lichaam kunnen gebruiken om deze angsten te laten verdwijnen. Deze angst is namelijk fysiek. Als je je angst uit je lichaam verbant, zal het ook je geest verlaten.

Wat je moet doen is aandacht schenken aan de fysieke gewaarwordingen van angst. Vervolgens moet je diep in- en uitademen, je snelle hartslag kalmeren en je spieren ontspannen.

Schilderij van een bange vrouw

2. De angst om jezelf te verliezen

De angst om jezelf te verliezen kan ook wel angst voor verandering worden genoemd. Je begint te denken dat je bent zoals je gewend bent te zijn. Dit geeft je het gevoel dat je hele zijn onder andere bestaat uit de activiteiten die je elke dag uitvoert, de ruimtes waar je in beweegt, en de mensen die je regelmatig ziet.

Je bent er dusdanig aan gewend geraakt om jezelf op deze manier te zien dat je bang bent voor verandering. Je bent bang voor wat er kan gebeuren als je je context verandert en jezelf blootstelt aan iets nieuws.

Dat is wanneer de angst om jezelf te verliezen ontstaat. Ook ben je bang om niet te weten wat je moet doen of hoe je moet handelen. Het is een soort angst om verwaterd te worden, om niet te zijn.

Volgens het zen boeddhisme kun je jezelf bevrijden van de angst door middel van diepe ademhalingsoefeningen. In dit opzicht is de buik een bron van kracht.

Ze zeggen dat de buik niet alleen een bron van kracht is, maar ook een bron van vrede. Om die reden wordt aangeraden om diep adem te halen (vanuit de buik) als je dit soort angst voelt.

Tekening van een man met een circel op zijn voorhoofd

3. De angst om te lijden

Over het algemeen is lijden alles wat slijtage aan het zenuwstelsel veroorzaakt. Het produceert een onaangenaam en vermoeiend gevoel. Lijden heeft te maken met beperkingen, frustraties en onbevredigde verlangens. Het kan heel intens en verlammend zijn.

Het pad om de angst om te lijden te overwinnen, heeft volgens het zen boeddhisme te maken met spirituele groei. Wanneer je alles wat je meemaakt gaat zien als een kans om te groeien, zal de angst om te lijden langzaamaan verdwijnen. Je moet leren om fysieke en emotionele pijn te zien als iets vluchtigs dat je helpt een beter persoon te worden.

Zenmeesters vertellen ons dat lijden een mentaal fenomeen is. Het gebeurt wanneer mensen een positieve of negatieve betekenis aan hun ervaringen toeschrijven. In die zin, hangt de mate waarin we bereid zijn te lijden eigenlijk geheel van onszelf af. We beslissen over en beheersen onze angst om te lijden.

Deze lessen uit het zen boeddhisme over angst herinneren ons eraan dat wij degenen zijn die onze angst voeden. Wij zijn dus ook degenen die ervoor kunnen zorgen dat het verdwijnt. De beste manier om angst te voeden is, door je fantasie de vrije loop te laten laten zonder te beschikken over tastbare informatie.

Jezelf verzetten tegen verandering en de natuurlijke cycli van het leven is ook een manier om angst te voeden. Sommige situaties zijn echter onvermijdelijk. Hoe hard je ook je best doet om ze te vermijden en hoe bang je er ook voor bent, op een gegeven moment zullen ze je vinden. 

Fromm, E. (2004). Psicoanálisis y budismo zen. El Árbol y el diván: diálogo entre psicoanálisis y budismo, 83, A83-dq.