Wat is klinische psychologie precies?

oktober 27, 2019
Klinische psychologie kent verschillende benaderingen. Hoewel sommige psychologen of psychiaters zich richten op slechts één perspectief, maken anderen gebruik van meerdere elementen uit verschillende gebieden om psychische stoornissen beter te kunnen begrijpen en behandelen.

Wellicht heb je nog nooit gehoord van de term klinische psychologie. Zoals uit dit artikel zal blijken, is de klinische psychologie echter zeer bekend. In het Engels wordt dit vakgebied vaak ook wel ‘abnormal psychology’ genoemd.

Om dit specifieke vakgebied te begrijpen, moeten we dus eerst weten wat er wordt bedoeld met ‘abnormaal’. Op het eerste gezicht lijkt het duidelijk. Abnormaal betekent namelijk iets dat afwijkt van het gewone.

Klinische psychologie richt zich op de studie en behandeling van mentale en emotionele stoornissen die interfereren met het vermogen van een persoon om zich als zichzelf te voelen en zijn dagelijkse functies uit te voeren.

Deze stoornissen kunnen het gevolg zijn van fysiek of emotioneel trauma, genetica of een chemische onbalans in de hersenen. Mensen die aan deze aandoeningen lijden, hebben doorgaans farmacologische behandeling, psychotherapie of beide nodig.

Klinische psychologie bestudeert dus mensen die ‘abnormaal’ of ‘atypisch’ zijn in vergelijking met andere leden van een bepaalde samenleving.

De verschillende benaderingen van klinische psychologie

Klinische psychologie kent verschillende benaderingen. Hoewel sommige psychologen of psychiaters zich richten op slechts één perspectief, maken anderen gebruik van meerdere elementen uit verschillende gebieden om psychische stoornissen beter te kunnen begrijpen en behandelen.

Deze perspectieven zijn de psychoanalytische benadering, de gedragsmatige benadering, de medisch-biologische benadering en de cognitieve benadering.

De psychoanalytische benadering

Het psychoanalytische perspectief van de klinische psychologie vloeide voort uit de theorieën van Sigmund Freud. De belangrijkste ideeën van deze benadering omvatten Freuds overtuiging dat abnormaliteit voortkomt uit psychologische en niet fysieke oorzaken. Hij geloofde namelijk dat onopgeloste conflicten tussen het ego en het superego tot abnormaliteit konden leiden.

De psychoanalytische benadering suggereert dat veel abnormaal gedrag voortkomt uit onbewuste gedachten, verlangens en herinneringen. Hoewel deze dingen zich in het onbewuste voordoen, beïnvloeden ze nog steeds onze bewuste acties.

Professionals die deze specifieke benadering volgen, geloven dat het analyseren van herinneringen, gedrag, gedachten en zelfs dromen kan helpen bij het behandelen van de psychische problemen van mensen. Ze geloven dat deze dingen leiden tot onaangepast gedrag en angst.

Tekening van Freud

De gedragsmatige benadering

De gedragsmatige benadering richt zich op waarneembaar gedrag. Gedragsdeskundigen geloven dat je ervaringen grotendeels je handelingen conditioneren.

Ze zijn niet van mening dat onze handelingen voortkomen uit de onderliggende pathologie van onbewuste krachten. Daarom denken ze dat abnormaliteit zich manifesteert wanneer een individu onaangepaste (schadelijke) gedragspatronen ontwikkelt.

Dit perspectief legt de nadruk op het milieu en kijkt hoe het individu abnormaal gedrag verwerft. Gedragsmanagement stelt dat al het gedrag (inclusief abnormaal gedrag) wordt geleerd van de omgeving. Ze geloven ook dat iedereen bepaald gedrag weer kan ‘afleren’. Dat is feitelijk hoe ze abnormaal gedrag behandelen.

Bij gedragstherapie richten professionals zich op het versterken van positief gedrag. Ze proberen ook alles te elimineren dat onaangepast gedrag versterkt. In die zin zet de gedragsmatige aanpak elke vorm van informatieverwerking die van invloed kan zijn, aan de kant. In plaats daarvan richt het zich op precedenten (stimuli/versterking) en consequenties (gedrag).

De medisch-biologische benadering

De medisch-biologische benadering gelooft dat aandoeningen een organische of fysieke oorzaak hebben. De professionals die deze benadering volgen richten zich daarom op het vinden van biologische oorzaken voor psychische aandoeningen.

Dit perspectief benadrukt het begrip van de onderliggende oorzaak van een stoornis. Ze beweren dat de oorsprong van een stoornis genetisch kan zijn of kan worden veroorzaakt door een gerelateerde fysieke conditie, infectie of chemische onbalans.

Deze benadering stelt ook dat psychische stoornissen gerelateerd zijn aan de fysieke structuur en het functioneren van de hersenen. Ze zijn daarom van mening dat dit soort aandoeningen moeten worden behandeld met medicatie. Veel professionals gebruiken echter medicijnen samen met een soort van psychotherapie.

De cognitieve benadering

De cognitieve benadering richt de aandacht op de invloed en kracht die onze gedachten hebben op hoe we ons voelen en hoe we ons gedragen. Dit perspectief onderzoekt hoe het brein informatie verwerkt en de impact die deze manier van verwerken heeft op ons gedrag.

Volgens deze benadering:

  • Veroorzaken defecte of irrationele waarnemingen onaangepast gedrag.
  • Zijn het de gedachten die iemand heeft over een probleem, niet het probleem zelf, die psychische stoornissen veroorzaken.
  • Kunnen individuen mentale stoornissen overwinnen als ze leren meer geschikte cognities te gebruiken.

De cognitieve benadering ziet het individu als een actieve informatieverwerker. De manier waarop een persoon gebeurtenissen waarneemt, anticipeert en evalueert, bepaalt daarom zijn gedrag. Bovendien beweert deze benadering dat veel van onze gedachten automatisch zijn, zonder dat we het ons zelfs maar realiseren.

Tekening van een droevige vrouw

Abnormaliteiten en atypisch gedrag volgens de klinische psychologie

Klinische psychologie richt zich op atypisch gedrag. Dit betekent echter niet dat iedereen volgens de klinische psychologie in een strenge definitie van ‘normaal’ past.

In de meeste gevallen richt het zich op het identificeren en behandelen van problemen die angst of moeilijkheden veroorzaken in een bepaald aspect van iemands leven. Dus wanneer onderzoekers en therapeuten vaststellen wat ‘abnormaal’ is (dat wil zeggen het ding dat schade veroorzaakt), kunnen ze de patiënt goed behandelen.