Schizoaffectieve stoornis: van geschiedenis tot behandeling

· oktober 4, 2018

Het voornaamste kenmerk van een schizoaffectieve stoornis is dat het symptomen van zowel schizofrenie als van een stemmingsstoornis omvat. Zo hebben mensen met deze stoornis bijvoorbeeld last van schizofrene symptomen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan auditieve (gerelateerd aan het gehoor) hallucinaties en verwarde taal. Bovendien leiden ze aan episodes van diepe depressie. De diagnostische richtlijnen voor deze stoornis zijn mettertijd echter veranderd. Veel van deze veranderingen zijn tot stand gekomen door aanpassingen aan de criteria van zowel schizofrenie als verscheidene stemmingsstoornissen.

Ondanks al deze aanpassingen aan de richtlijnen blijft het de beste diagnose voor mensen die anders een onjuiste behandeling zouden krijgen. Door elementen uit schizofrenie en stemmingsstoornissen op te nemen binnen één diagnose, kunnen deze mensen het beste geholpen worden.

De geschiedenis van de schizoaffectieve stoornis

George H. Kirby beschreef in 1913 een patiënt met gemixte symptomen van schizofrenie en affectieve (stemming gerelateerde) stoornissen. August Hoch beschreef ook zo’n zelfde soort patiënt in 1921. De toestanden van deze patiënten verslechterden niet — zoals men ziet bij vroegtijdige dementie, wat toentertijd een populaire diagnose was. Daarom brachten Kirby en Hoch deze patiënten onder bij de manisch-depressieve (tegenwoordig bipolaire) psychoses. Emil Kraepelin bedacht het concept van vroegtijdige dementie en speelde verder een grote rol in het bestuderen van schizofrenie en psychoses.

In 1933 opperde Jacob Kasanin de term “schizoaffectieve stoornis.” Hiermee refereerde hij naar een stoornis met symptomen van zowel schizofrenie als van een stemmingsstoornis. Hij merkte ook op dat mensen met dit probleem vaak plotseling symptomen ontwikkelden. Dat gebeurde met name tijdens de tienertijd.

Deze mensen functioneerden voorheen meestal redelijk goed binnen de maatschappij. Vaak was het een specifieke stressor die de symptomen veroorzaakte. Bovendien bestond ook vaak een geschiedenis van stemmingsstoornissen binnen de familie.

Rond 1970 veroorzaakten twee dingen een verandering in hoe men naar de schizoaffectieve stoornis keek. Daardoor werd het niet langer meer gezien als een vorm van schizofrenie, maar als een stemmingsstoornis. De eerste verandering die dit teweeg bracht, was dat lithium net zo effectief was voor mensen met deze stoornis als voor mensen met een bipolaire stoornis. Dat wil zeggen dat lithium ook deze patiënten hielp te stabiliseren.

De tweede verandering kwam voort uit studies uit zowel de Verenigde Staten als het Verenigd Koninkrijk. Deze studies vonden een verschil in het aantal patiënten dat gediagnosticeerd werd met schizofrenie in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Wat bleek? De enige reden dat dit verschil bestond, was vanwege een bias. De artsen in de Verenigde Staten kenden lieten de aanwezigheid van psychotische symptomen veel zwaarder meewegen bij het diagnosticeren van schizofrenie.

Vrouw met mogelijk een schizoaffectieve stoornis

Hoe stel je een schizoaffectieve stoornis vast?

Zoals we al zeiden omvat een schizoaffectieve stoornis diagnostische elementen van zowel schizofrenie als stemmingsstoornissen. Dat betekent dat de ontwikkeling van de diagnostische richtlijnen voor deze stoornis, de richtlijnen van de bovengenoemde stoornissen volgt. Als de criteria van schizofrenie of de stemmingsstoornissen veranderen, veranderen die van de schizoaffectieve stoornis ook.

Het voornaamste symptoom dat moet blijken om iemand deze diagnose te geven, is dat ze ten minste één depressieve episode of een manische episode hebben moeten doorstaan. Met een manische episode wordt overigens bedoeld dat iemand vol energie en zelfvertrouwen is. Zo iemand maakt grootste plannen, slaapt weinig, geeft veel geld uit enzovoort. Hij voelt zich alsof hij de hele wereld aan kan. Bij een depressieve episode voelt iemand zich het tegenovergestelde: vermoeid, somber, leeg, schuldig, enzovoorts. In het geval van de schizoaffectieve stoornis, dient zo’n episode — manisch of depressief — zich of tegelijkertijd met schizofrene verschijnselen voor te doen, of heel kort ervoor of erna.

De symptomen van de stemmingsstoornis moeten ook een aanzienlijk onderdeel uitmaken van de actieve of recidiverende psychotische fase. De DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) laat het aan de deskundige over om te overwegen of het om een bipolaire of depressieve vorm van de schizoaffectieve stoornis gaat.

Een patiënt valt onder de bipolaire tak als hun episode van gemengde manische aard is (al dan niet met depressieve episodes tussendoor). In elke andere situatie — waar manie dus geen rol speelt — gaat het om een depressieve ondersoort van de schizoaffectieve stoornis.

Criteria van een schizoaffectieve stoornis

Iemand moet volgens de DSM-IV de een aantal symptomen laten zien om deze diagnose te krijgen. Hier volgt een greep uit de DSM-IV:

A. Een ononderbroken ziekteperiode waarin een depressieve of manische stemmingsepisode aanwezig is. Dit gebeurt gelijktijdig met kenmerken uit criterium A voor schizofrenie. De depressieve episode moet nota bene voldoen aan criterium A1: sombere stemming.

B. Gedurende twee of meer weken binnen de gehele ziekteduur moet er sprake zijn van wanen of hallucinaties. Dit geldt alleen in afwezigheid een depressieve of manische stemmingsstoornis.

C. De symptomen die voldoen aan de criteria van de stemmingsepisode zijn het grootste deel van de actieve en restfase van de ziekte aanwezig.

D. De stoornis kan niet worden toegeschreven aan de effecten van een middel (zoals een drug of medicatie) of aan een somatische aandoening.

Hoe uit een schizoaffectieve stoornis zich?

De tekenen en symptomen van deze stoornis zijn hetzelfde als die van schizofrenie, manische episodes en depressieve episodes. De symptomen van schizofrenie en van een stemmingsstoornis kunnen zich echter zowel tegelijkertijd en afzonderlijk presenteren.

Het kan zich op verschillende wijzen ontwikkelen. Misschien bestaan er cycli waarin de persoon zich eerst beter voelt en vervolgens wat slechter, waarna hij volledig instort. Veel onderzoekers en artsen hebben zich gebogen over de psychotische symptomen die niet stroken met iemands stemming. Wat betekent dit? Welnu, het zou kunnen betekenen dat de inhoud psychotische symptomen (hallucinaties en wanen) niet overeenkomen met de stemming.

Over het algemeen betekent de aanwezigheid van psychotische symptomen bij iemand die alleen met een stemmingsstoornis gediagnosticeerd is, dat deze diagnose foutief is. Dat kan natuurlijk ook gebeuren bij mensen met een schizoaffectieve stoornis. Een zekere foutmarge bestaat namelijk altijd. We hebben tot op heden echter niet genoeg concreet bewijs om hier iets bindends over te zeggen.

Kunstwerk van gedachten

Symptomen van een schizoaffectieve stoornis

Zoals we eerder al zeiden, zijn de symptomen van deze stoornis in zekere zin hetzelfde als die van depressie, manie en schizofrenie. Kijk maar:

Symptomen van depressie

  • Gewichtstoename (met vergrootte eetlust) of gewichtsafname (met verminderde eetlust).
  • Tekort aan energie.
  • Verlies van interesse in prettige activiteiten.
  • Gevoel van hopeloosheid en/of waardeloosheid.
  • Schuldgevoel.
  • Te veel slapen (hypersomnie) of te weinig slapen (insomnia).
  • Onvermogen om te concentreren.
  • Gedachten over de dood of zelfmoord en/of idealisering hiervan.

Symptomen van manie

  • Weinig behoefte aan slaap.
  • Onrust.
  • Vergroot zelfvertrouwen.
  • Snel afgeleid.
  • Toename in sociale, werk en seksuele activiteiten.
  • Gevaarlijk en/of zelf-destructief gedrag (drankgebruik, drugsgebruik, veel geld uitgeven, enzovoorts).
  • Snelle, gedesorganiseerde gedachten.
  • Snelle spraak.

Symptomen van schizofrenie

Schizofrenie kent verscheidene vormen waar we binnen dit artikel niet verder op in gaan. Houd dit wel in gedachten terwijl je doorleest! De aard van de symptomen is namelijk afhankelijk van het type schizofrenie dat iemand heeft of de symptomen die hij ervaart.

  • Hallucinaties (visueel, auditief, tactiel, olfactorisch, smaak).
  • Wanen (grootheidswaan, achtervolgingswaan, enzovoorts).
  • Gedesorganiseerde gedachten.
  • “Raar” of apart gedrag (sociaal ongepast).
  • Catatonie (langzame lichaamsbewegingen of een algeheel tekort aan beweging).
  • Tekort aan motivatie.
  • Spraakproblemen.

Speelt middelenmisbruik een rol in het veroorzaken van een schizoaffectieve stoornis?

Het is moeilijk een heldere relatie vast te stellen tussen drugsgebruik en de ontwikkeling van psychotische stoornissen. Er is echter wel bewijs dat het gebruik van wiet een uitlokkende factor kan zijn. Hoe meer iemand hiervan gebruikt, hoe groter de kans is dat hij of zij een psychotische stoornis ontwikkelt. De risicofactoren zijn met name verhoogd wanneer dit tijdens de tienertijd gebeurt.

Een studie van de Yale University uit 2009 liet zien dat cannabinoïden (stof uit hennepplanten) de symptomen van een al bestaande psychotische stoornis verergeren. Bovendien kunnen ze zelfs terugvallen veroorzaken. De twee delen van cannabis die deze effecten veroorzaken, zijn tetrahydrocannabinol (THC) en cannabidiol (CBD).

Bovendien gebruiken ruim de helft van alle mensen met een schizoaffectieve stoornis drugs of alcohol. Dat doen ze nota bene in grote mate. Er is bewijs dat ook alcoholmisbruik kan leiden tot de ontwikkeling van een psychotische stoornis.

Het gebruik van amfetaminen en cocaïne kunnen zo ook psychotische episodes veroorzaken. Ten slotte is nicotine geen bewezen uitlokkende factor van deze stoornis, wel is het zo dat mensen met een schizoaffectieve stoornis gemiddeld meer nicotine tot zich nemen dan mensen zonder de stoornis.

Nadenkende man

Hoe wordt een schizoaffectieve stoornis behandeld?

De voornaamste manier om deze stoornis te behandelen zijn hospitalisatie, medicatie en psychosociale interventies. Tijdens medicinale behandeling volgt men over het algemeen dezelfde regels als dat bij het gebruik van antidepressiva en zogeheten “mood stabilisers.” Deze zijn met name gericht op het tegengaan van manie. Antipsychotica dienen alleen ingezet te worden wanneer symptoomverlichting (vooral op de korte termijn noodzakelijk) is.

Als de symptomen niet minder erg worden ondanks conventionele psychotherapie, kan antipsychotica worden ingezet. Populaire voorbeelden hiervan zijn haloperidol en risperidon.

De dingen waarmee we mensen met de bipolaire vorm van de schizoaffectieve stoornis behandelen, zijn lithium, carbamazepine, valproaat. Een combinatie hiervan wordt ook vaak ingezet. Mensen met een depressieve vorm van de stoornis worden vaak antidepressiva voorgeschreven. Electroconvulsietherapie behoort ook tot de mogelijkheden. Dit wordt echter enkel ingezet bij medicatie- en therapieresistente vormen van depressies.

Zoals we gezien hebben is dit een gecompliceerde stoornis. Dat geldt zowel voor het definiëren ervan als het behandelen ervan. Het belangrijkste is echter dat je helder hebt dat de symptomen overeenkomen met die van schizofrenie, manische episodes en depressieve episodes. Dat is precies de reden waarom dit ziektebeeld zo ingewikkeld is.

Literatuurlijst

Kaplan, H., Sadock, B. (1998). Kaplan and Sadock’s Synopsis of Psychiatry. Philadelphia: Williams & Wilkins.

Marneror, Andreas, Tsuang, Ming T. (Eds.). (2012). Affective and Schizoaffective Disorders. New York: Science and Business Media.