Misverstanden kunnen een kloof tussen geliefden creëren

· juli 20, 2017

De wereld is vergeven van mensen die zwijgzaam wachten op iemand die ze (eerder) zélf hebben losgelaten; en van degenen die niet terug durven komen, hoe graag ze misschien ook zouden willen. Want vaker dan ons lief is, wegen negatieve ervaringen – en herinneringen – zoals onderling onbegrip, destructieve emoties, en wederzijds beperkende overtuigingen, vanbinnen, in onze beleving, zwaarder dan oprechte, hartgrondige gevoelens.

Zoals het gezegde luidt: het leven is als een lange reis, waarin we leren voordeel te halen uit al het goede dat ons toevalt, en tegelijk het slechte – verwerkt en wel – achter ons te laten. Helaas (b)lijken we dit, over het algemeen, pas écht te beseffen, en in de praktijk te brengen, als het al bijna ‘te laat’ is. En om die dubbele reden: chronisch uitstelgedrag, en de nadruk leggen op de schaduw, in plaats van op het licht, verliezen (en missen) we onderweg een hoop waardevolle verbindingen en vergezichten.

Je zwart en blind en scheel staren op hetgeen je niet bevalt, waar je weerstand tegen voelt, is – geestelijk –  geen gezonde strategie, en creëert een grote interpersoonlijke barrière. Zelfs mensen die elkaar, normaal gesproken, ten diepste waarderen, kunnen door een dergelijke, vernauwende focus over en weer vervreemd raken.

De innerlijke belevingswereld, intieme intenties, het taalgebruik, en de karakteristieke communicatiestijl van een ander écht begrijpen, is vrij gecompliceerd, en vergt geduld. Daarom is het zéér raadzaam om onze eigen mentale, en affectieve reacties – tíjdens de interactie – nauwlettend te observeren, en die er niet automatisch ‘uit te floepen’. Daarmee beschermen we namelijk zowel de ander, als onszelf, tegen onbedoeld optredende afstandelijkheid, en laten we ons – als geliefden – niet (onbewust) uit elkaar drijven door (verbale) frictie, of door weg te zakken in het moeras van doemdenkerij.

Misverstanden

Alles hangt af van onze houding: bloemen versus onkruid

We kunnen onze geest metaforisch begrijpen, en benaderen, als een radio die niet alleen altijd áánstaat, maar ook nog eens non-stop op hetzelfde station is afgestemd. Soms geeft de verslaggever – of commentator – ons wonderbaarlijke complimentjes, terwijl hij, of zij, op andere momenten, ons de huid finaal vol scheldt, of ons (ver)bijster(end) hard kwetst.

Hoewel we meestal niet bij machte zijn om het station moedwillig te veranderen, en nóg minder om de radio überhaupt uít te zetten, kunnen we er wél voor kiezen om niet langer aan diens (lakende) lippen te hangen, om deze doorgedraaide innerlijke criticus niet langer de microfoon van onze aandacht te geven. Vanuit deze nieuwe, autonomere positie, hoef je namelijk niet ieder geluidje en ieder geruis van de radio (oftewel: van je gedachten-programma), zo serieus te nemen. En zal je niet telkens je hele leven in de wacht, of op pauze zetten, zodra de ‘man (of vrouw) van de radio’ je iets vertelt dat je pardoes in het verkeerde keelgat schiet.

Om deze psychologische dynamiek nog beter te belichten, vanuit een groene-vingers-vergelijking, vraag ik je het volgende: stel je voor dat je een hovenier bent, en dat de plantjes in jouw moestuin de dingen vertegenwoordigen die jij graag in je leven zou willen laten (op)groeien. Welke soorten (en) zaadjes zou jij rondstrooien, in de vruchtbare grond van je eigen geest en gemoed? Welke vormen en kleuren bloemen zou jij cultiveren?

In die hoedanigheid, van tuinder, zijn wij zelf de hoofd-, hand- en hart-verantwoordelijke voor de zorg vóór, en de betrouwbare bewatering ván onze planten, en onze ontluikende zaailingen. Op hoeveel tijd en toewijding zou jij deze (inwendige) tuin trakteren? Wat heeft deze tuin, en diens planten, precies nodig, van jou? Op welke wijze zou jij je bekommeren, om het lot en welzijn van jouw sierlijke stekjes en gestaag groeiende gewassen?

Ondanks onze beste inspanningen, doen planten niet per se wat wij wíllen, of idealiter van hen verlàngen. Bloembollen kunnen bijvoorbeeld de kop opsteken midden in ons kleine tomatenkasje, of veel langzamer ‘op- en uitschieten’ dan we eigenlijk gepland, en gehoopt hadden. Soms verpieteren zelfs florale pronkjuweeltjes en bloei-beluste blikvangers voortijdig, ongeacht de intensive care die zij van onze zonnige zijde ontvangen hebben. Nog belangrijker dan het resultaat, is derhalve de bezieling waarmee jij je inzet, voor het wel en wee van je planten. En mocht het daaraan schorten, wat houdt je in dat geval dan tegen? Wat staat er tussen jou en je dagelijkse tuinierstaken in?

Misverstanden

Geen enkele tuin die de naam waard is, blijft onkruid bespaard. Onze eerste impuls is vaak om die ‘ongewenste indringers’ met wortel en al uit het door ons zo zorgvuldig geprepareerde stukje aarde te trekken. Stel je – om de consequenties van deze reflexmatige reactie dieper te doorgronden – eens een tuinman voor die zich, wellicht onwillekeurig, steeds meer op het onkruid begint te fixeren. Hoewel hij iedere niet door hem geplante scheut zo snel en zo radicaal mogelijk poogt uit te roeien, komen deze ongenode groene, sprietige gasten toch telkens terug. En zo gaat deze vicieuze cirkel-dans der controle maar door en door – en ondanks al zijn verwoede inspanningen, steekt het vermaledijde onkruid – vroeg of laat – geheid de kop weer op.

Wie dit schouwspel van enige afstand waarneemt, zou waarschijnlijk zeggen dat de tuinman zijn tijd en energie verspild aan iets wat hem tegen de borst stuit, terwijl hij ondertussen de planten die hem echt aan het hart liggen, hopeloos in de steek laat. Hij dient zichzelf daarom eerlijk en direct af te vragen of hij bereid is om zijn blik, aandacht en (groene) vingers te verleggen naar de planten die hem het meest dierbaar zijn, ondanks het feit dat er af en toe, hier en daar, onherroepelijk onkruidzaadjes ontspruiten.

Het is – kortom – onvermijdelijk dat we bepaalde planten – of delen van planten – liever kwijt dan rijk zijn. Toch zijn zulke veelvuldig verdoemde kruipers en sluipers, zulke scherpe randjes en prikkelende kantjes, van essentieel belang. Neem nu eens een rozentuin: zonder diens dreigende doornen, zouden er immers ook geen bekorende roodfluwelen-bloemblaadjes bestaan.

Met dit perspectief in ons achterhoofd, lijkt het wijs om onze mentaal-zintuiglijke opmerkzaamheid positief te poten, dat wil zeggen: onze volle aandacht te schenken aan de planten die wij het liefst van alles zien groeien en bloeien. Oftewel: aan de frêle, groene vrienden die we – per ongeluk – vergeten zijn, omdat we geobsedeerd raakten met het tot grote vijand verklaarde duizend-koppige onkruid-monster.

Deze breed toepasbare redeneringstrant kan zowat in ieder aspect van ons leven diens nut degelijk bewijzen, door onze negatieve staar-gewoonte te verzachten en bewust(er) te maken. Zodat we minder gauw gegijzeld worden, innerlijk, door onze voorheen luid krijsende afkeuren en aversies. Want dát is, zonder enige twijfel, één van de belangrijkste, onderliggende oorzaken van onze misverstanden. Díe bezetenheid, dat geheel gehypnotiseerd worden door de schaduw, de tekortkoming, de imperfectie, en die – coûte que coûte – moeten bestrijden, creëert namelijk conflicten, en, gevoelsmatig, een onoverbrugbare afstand tussen ons, en onze geliefden: de mensen waar we juist met hart en ziel van houden.