Is de polygraaf oftewel de leugendetector doeltreffend?

· februari 21, 2019

De polygraaf is ook bekend als de “leugendetector.” Het is een instrument dat in de twintigste eeuw ontworpen is. De taalkundige oorsprong van het woord polygraaf komt van “poly” wat “veel” betekent en van “grafisch” wat verwijst naar tekens en schrijven.

We kunnen dus zeggen dat de polygraaf een machine is die verantwoordelijk is voor het tegelijkertijd creëren van tekens. Wat meten deze tekens echter? Ze bepalen gewoon de fysiologische reactie die de ondervraagde ervaart.

De polygraafmachine is ontstaan uit het idee dat emoties tot uiting komen in de reacties van ons lichaam. Als ik bijvoorbeeld angst voel, dan zal die angst leiden tot zweten, een verhoogde hartslag en opgewonden ademhalen.

De polygraaf wordt vooral gebruikt bij mensen die verdacht worden van een misdaad. Wetsambtenaren gebruiken het om te bepalen of de beschuldigde tijdens zijn getuigenis de waarheid spreekt of liegt.

Een korte geschiedenis van de polygraaf

Vanaf de jaren ’20 probeerden mensen een machine te ontwerpen die bedrog kon vaststellen. Dit is het moment waarop we de geboorte van de polygraaf zagen. William Marston was verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het project. Hij ontwierp op basis van verschillende bloeddrukmetingen een misleidingscurve.

Wetenschappers aanvaardden echter de resultaten van zijn leugendetector niet als bewijs. In feite keurde de wetenschappelijke gemeenschap de polygraaf niet goed als een geldige procedure.

Later bouwde Larson, een psychiater en politieman uit Berkeley een aangepaste versie van de leugendetector van zijn voorganger. Met dit toestel wou hij de veiligheidsdiensten moderniseren. Bovendien wou hij de brutaliteit vermijden die de bewindvoerders soms gebruikten om informatie te verkrijgen.

Samen met de bloeddruk voerde hij nog een andere meting in: het ademhalingsritme. Hij voegde dit toe met de bedoeling de juistheid van de resultaten te verhogen. In 1924 begon de politie dus de polygraaf te gebruiken in hun onderzoeken.

De geschiedenis van de polygraaf

Deze tussentijdse machine moest echter zelfs nog meer ontwikkelingen ondergaan om tot het apparaat te komen dat we tegenwoordig gebruiken. Keeler heeft deze verbeteringen toegevoegd. De nieuwe meetbare variabele die Keeler toevoegde was de electrodermale activiteit.

De electrodermale activiteit is de mate waarin onze huid in staat is om elektriciteit te geleiden. Wetenschappers geloofden dat twijfel en bij uitbreiding ook een leugen de electrodermale activiteit van onze huid vermeerderde. Deze fysiologische reactie is verbonden met angst of ongerustheid.

Hoe werkt de polygraaf?

Er zijn twee testen met de polygraaf die vaak gebruikt worden. De manier waarop ze werken, is echter verschillend. Beide testen zijn echter gebaseerd op het formuleren van vragen met het doel om bij de verdachte bepaalde emotionele veranderingen te creëren. Het idee is om de verdachte zijn emoties tot uiting te laten brengen in zijn fysiologische reacties.

De controlevragentest (Control Question Test of CQT)

Dit is de test die men het vaakst gebruikt. De ondervrager stelt drie verschillende soorten vragen: onbelangrijke, belangrijke en controlevragen.

Onbelangrijke vragen

Dit zijn vragen die ons geen enkele vorm van belangrijk informatie zullen geven. Het zijn algemene vragen. Bovendien hebben niets te maken met het onderzoek dat de ondervrager voert. Men verwacht dan ook dat de ondervrager geen enkele vorm van opwinding of activatie vertoont wanneer hij of zij deze vragen beantwoordt.

Belangrijke vragen

Deze vragen zijn daadwerkelijk verbonden met het onderzoek. Het zijn specifieke vragen over het voorval dat gebeurd is.

We mogen verwachten dat de antwoorden negatief zijn (een bevestigend antwoord zou immers veronderstellen dat de verdachte de feiten bekent). De schuldige persoon zal een groter niveau van activatie ervaren (zowel op emotioneel als op fysiologisch gebied).

Controlevragen

Dit zijn uitermate dubbelzinnige vragen. Ze zijn ook heel vaag. De vragen zijn bedoeld om onmogelijk op een negatieve manier te beantwoorden zonder aan het antwoord zelf te twijfelen. Ze verwijzen ook meestal naar heel afstandelijke feiten.

Deze vragen hebben ook geen enkel verband met de zaak. Ze kunnen echter wel verwijzen naar dingen die de persoon een tijdje geleden gedaan heeft en die wat gelijken op het voorval dat gebeurd is.

Als de misdaad een moord was, dan kan de ondervrager de ondervraagde bijvoorbeeld vragen of hij in zijn leven ooit iemand pijn gedaan heeft. Bij deze vraag zullen een schuldige en een onschuldige persoon hetzelfde niveau van opwinding vertonen.

De ondervrager zoekt bij een onschuldige persoon hoe die tijdens de controlevragen een hoger activatieniveau toont. Omdat deze vragen dubbelzinniger zijn, zullen zij immers bang zijn om in hun antwoord een fout te maken.

Op vragen die belangrijker zijn voor de zaak antwoorden zij met minder activatie omdat ze niets met de misdaad te maken hebben. De schuldige partij zal echter een hogere activatie vertonen tijdens de belangrijke vragen. Dit komt omdat het lichaam meer op dit soort vragen reageert dan op de controlevragen.

De schuldige-kennis-test (Guilty Knowledge Test)

Dit is een test om de kennis van de dader uit te testen. Het verwijst naar de kennis die de dader over de zaak bezit. De ondervrager stelt meerdere vragen met meervoudige keuze-antwoorden waarbij slechts één antwoord correct is.

Men gaat ervan uit dat de dader zal weten welke keuze de juiste is. Ze zullen dus een grotere opwinding vertonen wanneer de ondervrager het juiste antwoord geeft. De onschuldige weet echter niets over de zaak. Hij zal dus bij elke mogelijkheid hetzelfde niveau van activatie vertonen.

Dit komt omdat ze niet weten welk antwoord het juiste is want ze bezitten geen kennis over het onderwerp. Op die manier moet het juiste antwoord volledig herkenbaar zijn voor de schuldige partij. De onschuldige persoon zal echter niet weten wat hij moet kiezen.

De controlevragentest

De beperkingen van de polygraaf

Ondanks het feit dat we de polygraaf al jaren gebruiken, kunnen we niet ontkennen dat er bepaalde beperkingen zijn die de betrouwbaarheid van de machine laten dalen. In 2003 heeft de National Research Council een verslag over de polygraaf gemaakt.

Het analyseerde de psychologische fundamenten waarop dit instrument gebaseerd is. Bovendien heeft het ook de procedures bekeken die het volgt. Dit zijn de belangrijkste besluiten van de onderzoekers.

De nauwkeurigheid van de polygraaf

De machine meet dus de fysiologische reacties. Die komen echter niet altijd overeen met misleiding. Hiermee bedoelen we dat er een grote verscheidenheid is in de fysiologische reacties die fysiologisch op dezelfde manier tot uiting kunnen komen als bedrog. Dit vormt een enorme beperking voor de nauwkeurigheid waarvoor de machine bedoeld is.

De theoretische basis

De wetenschappelijke theoretische grondslagen waarop de polygraaf gebaseerd is, zijn zeer zwak. De termen angst en opwinding zijn niet goed omschreven.

Dit is de reden dat metingen met de polygraaf niet volledig betrouwbaar zijn wanneer ze deze resultaten veralgemenen naar andere bevolkingen of groepen. Kortom, je kunt dus de gegevens niet veralgemenen naar andere mensen die niet onderzocht zijn.

De juistheid van het bewijs

Het onderzoek in verschillende studies komt niet overeen met de nauwkeurigheid van de tests. In dit geval zijn de gevolgen van het bepalen of een persoon al dan niet liegt, heel belangrijk. Dit gebrek aan realisme kan echter tot ernstige problemen leiden wanneer het een hogere foutmarge vertoont wanneer men onschuldige mensen evalueert.

Gegevens vergelijken

Mensen gebruiken de polygraaf wanneer er geen sterk bewijs is om een verdachte te beschuldigen. De resultaten van de polygraaf kunnen dus op geen enkele manier vergeleken worden.

Manipulatie van het instrument

Er zijn tegenmaatregelen die het mogelijk maken om tegen een polygraaf te liegen. Mensen hebben geleerd hoe ze hun fysiologische reacties onder controle kunnen houden. Ze zijn dus in staat om de machine op een bepaalde manier te manipuleren en ervoor te zorgen dat de resultaten gunstig voor hen zijn.

Is de polygraaf doeltreffend?

We hebben hier slechts enkele beperkingen besproken. Het rapport wijst echter op veel meer tekortkomingen. Hieruit kunnen we afleiden dat de polygraaf verre van volledig betrouwbaar is. Dit is heel verontrustend wanneer we denken aan de vele gebieden waarin we de polygraaf gebruiken.

De waarheid is dat de polygraaf meerdere gebreken heeft. Dit zou een alarm moeten laten afgaan. Deze methode verzekert namelijk niet dat de resultaten juist zijn. Het kan dus de kans aanzienlijk vergroten dat we iemand veroordelen die eigenlijk onschuldig is.