Erik Erikson, een ander soort psychoanalyticus

april 29, 2019

Erik Erikson was een Duitse psychoanalyticus die belangrijke bijdrages heeft geleverd aan ons begrip van de menselijke geest. Hij is in 1902 in Frankfurt geboren en overleed bijna een eeuw later (in 1994) in Massachusetts, de Verenigde Staten.

Erik Eriksons voornaamste bijdrage was aan de ontwikkelingspsychologie. Hij stelde dat het menselijk bestaan acht ontwikkelingsfases kent. Ondanks het feit dat hij geschoold was tot psychoanalyticus en ook zo te werk ging, werden zijn theorieën veel gebruikt binnen de humanistische psychologie.

“In de sociale jungle van het menselijk bestaan, kun je niet voelen dat je werkelijk leeft zonder een identiteitsgevoel.”

-Erik Erikson-

Zoals vaker het geval is met zowel bekende als onbekende psychologen en psychoanalytici, was Erik Eriksons jeugd lang niet perfect. Zijn vader verliet zijn moeder namelijk zodra hij geboren was.

Eriksons moeder was een jonge, Deense vrouw die haar zoon tijdens zijn vroege jeugd als een alleenstaande moeder opvoedde. Een paar jaar later trouwde ze met een kinderarts van Joodse afkomst.

Erik Eriksons jeugd

Zijn moeder verborg het feit dat zijn vader hun beide had verlaten. Wellicht groeide hij daarom op als rebelse, richtingloze jongen. Hij had niet echt een specifieke richting of een doel om te volgen. 

Ondanks het feit dat hij een goede student was, blonk hij nergens echt in uit. Bijna iedereen zag hem als een makkelijk afgeleide en onrustige jongen.

Jongen kijkt door een raam

Toen hij eenmaal klaar was met de middelbare school, besloot hij dat hij een artiest wilde worden. Dat was het begin van een erg onstabiele tijd in zijn leven. Hij nam lessen en reisde naar verschillende delen van Europa om over de artistieke stromingen binnen het continent te leren. Soms reisde hij als een dakloze rond en sliep hij onder bruggen.

Een lange tijd later schreef Erik Erikson een essay genaamd: “Autobiographic Notes on the Identity Crisis” (Autobiografische Notities over de Identiteitscrisis). In deze essay schreef hij over de jaren die hij al zwervend gespendeerd had zonder een vaste richting aan te houden.

Vroege opleidingsjaren

Toen Erikson eenmaal 25 werd, besloot hij dat hij zich wilde gaan vestigen. Een vriend van hem raadde hem om een open positie binnen een experimentele school te bezetten. 

De schooldirecteur was Dorothy Burlingham, een goede vriendin van Anna Freud, de dochter van Sigmund Freud. Het was bij deze school dat Erikson zichzelf weer terugvond en zijn levenswerk van start ging.

Hij nam interesse in pedagogiek en werd uiteindelijk een gecertifieerde leerkracht binnen het Montessorionderwijs. Dankzij Anna Freud zou hij later kinderpsychoanalyse bij de Vienna Psychoanalytic Society (Weense Psychoanalytische Vereniging) gaan studeren. 

Daarna besloot hij ook om daadwerkelijk psychoanalyticus te worden. Anna Freud voerde persoonlijk psychoanalyse uit bij hem omdat dit een criterium was voor hem om zelf het beroep te mogen beoefenen.

Erik Erikson met een vriend

Erik Erikson trouwde uiteindelijk met een ballerina, Joan Serson Erikson. Weer jaren later kregen zij samen te maken met het leed dat de Tweede Wereldoorlog met zich meebracht. Hierdoor werden ze gedwongen om naar de Verenigde Staten te emigreren. 

Hier vond Erikson al snel een baan als leerkracht bij de Harvard-universiteit. Hier maakte hij nieuwe vrienden die een enorme invloed hadden op zijn leven. Later zou hij ook nog bij de Yale-universiteit gaan werken en de Universiteit van Californië.

De evolutionaire theorie van Erik Erikson

Erikson werkte aan een hele reeks academische werken met verschillende onderwerpen. Echter zijn theorie over psychoanalytische ontwikkeling met name bezorgde hem een prominente plek binnen de academische wereld van de psychologie. 

In deze theorie bracht hij zijn kennis over pedagogiek, psychoanalyse en culturele antropologie samen. Erikson herinterpreteerde hiermee in feite Sigmund Freuds psychoseksuele ontwikkelingsfases.

Levensfases

Erikson creëerde de psychologie van het ego in het specifiek. Hij beschouwde deze de essentiële drijfveer van het menselijk leven. Ook geloofde hij dat het sociale aspect van menselijke aard en de biologische ontwikkeling enorm belangrijke elementen van een individu’s leven waren.

Hij stelde voor dat we bepaalde specifieke vaardigheden verwerven in elke ontwikkelings- of levensfase die we doorlopen. Deze vaardigheden bepalen onze hierop volgende ontwikkeling.

De vaardigheden die hij beschreef waren in principe psychosociaal van aard. Bovendien zouden deze het product zijn van een soort conflict tussen de vorige levensfase en de huidige.

De ontwikkelingsfases van Erik Erikson

De acht ontwikkelingsfases die Erik Erikson omschreef, waren als volgt (in chronologische volgorde):

  • Vertrouwen versus wantrouwen (van 0 tot 1 jaar)
  • Autonomie versus schaamte en twijfel (van 1 tot 3 jaar)
  • Initiatief versus schuldgevoel (van 3 tot 6 jaar)
  • Vlijt versus minderwaardigheid (van 6 tot 12 jaar)
  • Identiteit versus rolverwarring (van 12 tot 20 jaar)
  • Intimiteit versus isolatie (van begin twintig tot midden dertig)
  • Generativiteit versus stagnatie (midden dertig tot midden vijftig-zestig)
  • Integriteit versus wanhoop (midden vijftig-zestig tot de dood)

Erik Eriksons theorie had een belangrijke invloed met name op de Noord-Amerikaanse psychologie. Deze invloed verspreidde zich hierna geleidelijk over de hele wereld. 

Vandaag de dag heeft zijn theorie nog steeds een grote invloed op onderzoek en de verschillende therapeutische stromingen. Het is een interessant, bijzonder menselijk en hoopvol gebied om op te focussen.