Definitie van geluk volgens vijf bekende filosofen

· oktober 20, 2016

Geluk is een van de moeilijkste termen om te definiëren. Mystiek geluk heeft niets te maken met het geluk van een machtig persoon en ook niet met het geluk van alledaagse mensen.

In ons dagelijkse leven komen we verschillende definities van dit woord tegen. Binnen de filosofie bestaat er ook een verscheidenheid aan manieren om dit concept te benaderen. In dit artikelen leggen we een paar van deze filosofische benaderingen uit.

“Alle stervelingen zijn op zoek naar geluk, het teken dat ons vertelt dat niemand van hen het heeft.”

-Baltasar Gracián-

Aristoteles en metafysisch geluk

Voor Aristoteles, de meest erkende metafysische filosoof, is geluk het grootste verlangen en de belangrijkste ambitie van de mens. Hij was van mening dat we geluk kunnen bereiken door middel van deugdzaamheid. Met andere woorden: als iemand in zichzelf de grootste deugden ontwikkelt, dan zal hij uiteindelijk geluk bereiken.

Voor Aristoteles is dit niet alleen een tastbare staat van zijn, maar juist een leefstijl. Het hoofdkenmerk van deze manier van leven is om voortdurend het beste in iedereen naar boven te halen.

Het is ook noodzakelijk om voorzichtig te zijn en om een goede ‘daimon’ te hebben,  oftewel een goed lot of mazzel, om een leven te leiden dat vol en werkelijk gelukkig is. Daarom wordt deze these over geluk ook wel ‘eudaimonia’ of ‘eudemonisme’ genoemd.

Aristoteles ontwikkelde de filosofische basis waar vervolgens de christelijke kerk op is voortgebouwd. Daardoor kunnen er veel overeenkomsten gevonden worden tussen de ideeën van deze grote denker en de joods-christelijke geloven.

Aristoteles

Epicurus en hedonistisch geluk

Epicurus was een Griekse filosoof die tegenstrijdig was met metafysische filosofen. In tegenstelling tot hun overtuigingen ging Epicurus er niet vanuit dat geluk zijn oorsprong alleen kende in de spirituele wereld, maar dat het juist ook veel te maken had met meer aardse dimensies.

Epicurus ontwikkelde zelfs een stroming die epicurisme genoemd wordt en had ook zijn eigen school die ‘De tuin’ genoemd werd. Veel interessante ideeën en conclusies zijn ontstaan uit het epicurisme.

Epicurus stelde dat balans en matigheid de aspecten zijn die ruimte creëren voor geluk. Dit idee wordt goed samengevat in een van zijn meest bekende uitspraken: “Hij die niet tevreden is met een beetje, is tevreden met niets.”

Epicurus was van mening dat liefde weinig te maken had met geluk en dat juist vriendschap daarentegen veel belangrijker was. Hij stond ook op het idee dat men niet moet werken zodat hij geld kan verdienen om goederen te kunnen kopen, maar dat hij moet werken vanuit liefde voor het werk.

Nietzsche en de kritiek van geluk

Volgens Nietzsche is het leiden van een vredig bestaan zonder zorgen het verlangen van de middelmatige mens die geen grotere betekenis aan het leven geeft.

Nietzsche was het niet eens met het idee dat ‘geluk’ een voortdurende gemoedstoestand kan zijn. Hij was van mening dat geluk kortstondig is, een vluchtige staat die op elk moment tot zijn einde kan komen.

Nietzsche omschreef geluk als een ‘ideale staat van luiheid’. Met andere woorden: een staat waarin je geen zorgen en problemen hebt.

In tegenstelling tot deze gedachte vond Nietzsche dat tevredenheid alleen gevonden kan worden door middel van vitale kracht en vechtlust waarmee alle obstakels die vrijheid en assertiviteit beperken tegen kunnen worden gegaan.

Gelukkig zijn houdt in dat je in staat bent om deze vitale kracht te bewijzen door tegenslag te overwinnen en originele manieren te bedenken om je leven te leiden.

Nietzsche

José Ortega y Gasset en geluk als convergentie

Deze Spaanse filosoof was ervan overtuigd dat een staat van tevredenheid alleen gevonden kan worden wanneer het ‘geprojecteerde leven’ en het ‘effectieve leven’ met elkaar overeenstemmen. Met andere woorden: wanneer het pad van wat we willen zijn en het pad van wat we werkelijk zijn convergent zijn.

In zijn werken schrijft hij het volgende:

“Als we onszelf zouden vragen waar de ideale staat van deze geest die geluk genoemd wordt uit bestaat, dan kunnen we gemakkelijk een initieel antwoord vinden: geluk bestaat uit het vinden van iets dat ons volledig bevredigt en verzadigt.”

“Strikt genomen doet dit antwoord niets anders dan ons te vertellen waar deze subjective staat van volledige bevrediging uit bestaat. Aan de andere kant daarentegen ook van welke objectieve omstandigheden er sprake moet zijn om te kunnen achterhalen wat ons zal bevredigen.”

Volgens Ortega y Gasset hebben alle mensen de potentie en het verlangen om gelukkig te zijn. Dit betekent dat iedereen zelf bepaalt hoe zijn realiteit eruitziet en wat hem gelukkig zal maken. Als een persoon werkelijk in staat is om deze realiteit te verwezenlijken, dan zal hij gelukkig zijn.

Slavoj Žižek en geluk als paradox

Deze filosoof stelt dat werkelijk gelukkig zijn een kwestie van meningen is en niet een kwestie van waarheid. Voor hem zijn voldoening en tevredenheid het product van kapitalistische waarden die indirect eeuwige voldoening beloven door middel van consumptie.

In de mens overheerst echter het gevoel van ontevredenheid, omdat ze in werkelijkheid niet weten wat ze willen.

Iedereen gelooft dat wanneer hij iets bereikt (iets kunnen kopen, zijn sociale status kunnen verbeteren, iets presteren etc.), dat hij gelukkig zal zijn, terwijl we in werkelijkheid onbewust gewoon slechts weer iets nieuws willen bereiken, waardoor we voor altijd ontevreden zullen blijven.

Wat betekent geluk voor jou?