De psychologische invloed van ongelijkheid

april 12, 2019

Tegenwoordig komt ongelijkheid heel veel voor. Sommige mensen ervaren het meer en anderen minder. Deze ongelijkheid heeft zowel met geld als met kansen te maken.

Dit tast vanzelfsprekend onze levensstijl en onze kwaliteit van leven aan. De effecten van ongelijkheid stoppen echter niet alleen hier. Er is namelijk ook sprake van psychologische effecten waarvan we ons bewust moeten zijn.

De huidige context is gekenmerkt door moeilijkheden en economische instabiliteit. Dit heeft de neiging grotere verschillen te creëren tussen de sociale klassen.

Dat is de reden waarom we drie beschreven klassen hebben: de rijken (die alles kunnen hebben wat ze willen), de middenklasse (die veel minder heeft dan rijke mensen) en de armen (die niets hebben). De economie en de sociale klassen zorgen voor de psychologische effecten waarover we het in het vervolg van dit artikel zullen hebben.

Ongelijkheid tussen sociale klassen

Dagelijkse ongelijkheden

De sociale klasse waartoe we behoren, beïnvloedt de manier waarop we de werkelijkheid waarnemen. Het is ook bepalend voor hoe we ons voelen en hoe we ons gedragen. Mensen uit lagere klassen zien vaak dat de gebeurtenissen die om zich heen optreden, afhankelijk zijn van uitwendige krachten die buiten hun controle liggen.

Deze mensen hebben ook de neiging om meer empathisch en medelevend te zijn. Bovendien doen ze vaak aardige dingen voor anderen zonder iets in ruil te verwachten.

Anderzijds zal het verschil tussen de hoeveelheid geld dat de armste mensen hebben en het geld dat de rijkste mensen bezitten, de economische ongelijkheid in een maatschappij bepalen.

Als de rijken in de ene samenleving 20 keer meer geld hebben dan de armen en in een andere samenleving 1.000 keer, dan zal de eerste samenleving minder economische ongelijkheid hebben dan de tweede.

Mensen van meer ongelijke maatschappijen zijn vaak ook wantrouwiger en wedijveren meer voor de economische hulpbronnen. Zij zijn ook voorstander van economische ongelijkheid.

De ongelijkheid tussen sociale klassen

We groeien allemaal op in een bepaalde sociale klasse. Eigenlijk zullen de meesten van ons altijd in een sociale klasse blijven leven die heel erg lijkt op de klasse waarin we opgegroeid zijn.

We ontwikkelen dus een manier van denken, voelen en handelen die heel erg lijkt op die van de mensen om ons heen. Dit bepaalt op zijn beurt de manier waarop we met andere mensen omgaan.

Mensen uit de lagere klassen leven meestal in onzekere omgevingen. Het zijn plaatsen waar ze zich heel kwetsbaar voelen en regelmatig bang worden. Het gevolg is dat ze geloven dat hun daden en de kansen die ze hebben, niet van hen zelf afhangen maar van uitwendige krachten die ze niet onder controle hebben. In wezen zijn ze gevoeliger voor de context.

Mensen uit de hoge klasse hebben meer economische hulpbronnen en een hogere sociale hiërarchie. Zij leven in maatschappijen met meer veiligheid, keuzevrijheid en stabiliteit.

Deze mensen leren dus merken dat ze het vermogen hebben om de context te beïnvloeden. In tegenstelling tot mensen uit de lagere klasse worden zij gevoeliger voor wat anderen over hen denken.

De lagere klasse ontwikkelt dus een groter gevoel van empathie. Toch zijn de mensen uit de hogere klasse nauwkeuriger wanneer ze de emoties moeten herkennen bij de mensen met wie ze omgaan (cognitieve empathie).

Economische ongelijkheid

Economische ongelijkheid

Economische ongelijkheid is een gevolg van de manier waarop de middelen in een maatschappij verdeeld zijn. De verdeling kan dus meer of minder gelijk zijn.

Al meteen is het duidelijk dat mensen in de lagere klasse in ongelijke samenlevingen meer worstelen. Ze kunnen te maken krijgen met dingen als zwaarlijvigheid, ongewenste zwangerschap, middelengebruik en een hoger misdaadcijfer. Er zijn echter ook psychologische kwesties waarmee we rekening moeten houden.

Mensen die in samenlevingen met meer ongelijkheid leven, zijn vaak ook meer gestresseerd. Ze hebben daarom de neiging om zich op een meer botte manier tegenover anderen te gedragen. Ze nemen ook minder deel aan sociale activiteiten.

Anderzijds is er ook veel meer wedijver in maatschappijen die heel ongelijk zijn. Wanneer mensen zich ondergewaardeerd voelen, is het niet ongewoon dat ze veel angst ervaren, vooral wanneer ze een lage status hebben. Sommige mensen proberen dit te vermijden door zichzelf op een positievere manier naar waarde te schatten.

Uiteindelijk zijn samenlevingen waarin gelijkheid bestaat, de beste om in te leven. Ze hebben immers veel voordelen te bieden. Bovendien lijken de sociale klassen in dit soort maatschappijen vaak ook meer op elkaar.

Het ergste aspect van sociale ongelijkheid is dat hoe groter de ongelijkheid in een land, hoe groter de kans dat zijn bewoners bovendien ook een maatschappij met meer ongelijkheid verkiezen. Ze maken zich minder zorgen over de problemen die dit met zich meebrengt.