Mechanisch determinisme en onze vrijheid

· december 5, 2018

Kunnen we in vrijheid een beslissing nemen wanneer we te maken hebben met determinisme? Is ons leven al voor ons bepaald? Dit zijn vragen die vele denkers en filosofen zich door de geschiedenis heen gesteld hebben. Het bestaan of de afwezigheid van een vrije wil is in onze volledige geschiedenis een filosofisch thema geweest. Onze subjectieve ervaring toont ons dat keuzevrijheid veel te maken heeft met een sterke mechanische conditionering. In de filosofie noemt men dit het mechanisch determinisme.

Het determinisme is gebaseerd op het feit dat alle fysieke gebeurtenissen vastliggen. Alles komt in feite voort uit een keten van oorzaken en gevolgen. Er bestaan vele vormen van determinisme: religieus, economisch, genetisch, enzovoort. In dit artikel zullen we het over het mechanisch determinisme hebben.

De basis voor het mechanisch determinisme is het idee dat menselijke wezens op machines lijken. Onze hersenen zijn dus een instrument dat in staat is om een reeks inputs te verzamelen, te verwerken en om te zetten in outputs. Vrije wil op zich is een illusie. Deze illusie is afkomstig van het negeren van de processen die tussen de input en de output plaatsvinden.

In dit artikel zullen we twee aspecten onderzoeken die het mogelijk maken om het mechanisch determinisme te begrijpen. We zullen het eerst hebben over de principes en de redenen die ons aanzetten om over determinisme na te denken. Daarna willen we het hebben over de homunculus-paradox en hoe die van toepassing is op de vrije wil.

Redenen om over het mechanisch determinisme na te denken

Het idee om de menselijke geest te bekijken als een machine vindt zijn oorsprong in de computationele (iets dat een computer kan doen) metafoor van de cognitieve psychologie. De cognitieve psychologie stelt dat de hersenen een informatieprocessor zijn.

Ze steunen hierbij op het idee dat we alle menselijke gedragingen door middel van een reeks algoritmen en geestelijke processen kunnen verklaren. Dit was de reden waarom we de menselijke hersenen begonnen te vergelijken met een Turingmachine.

Mechanisch determinisme

De computationele metafoor is nu in onbruik geraakt. Dat is een gevolg van de nieuwe modellen van het connectionisme. Toch heeft deze metafoor een goede bespiegeling nagelaten. De vooruitgang in de psychologie maakt het ons mogelijk om meer processen te verklaren.

Elke dag slagen we erin om meer geheimen van de psyche te onthullen. We kunnen nu aan de hand van heel verfijnde processen gedragingen verklaren die we vroeger aan de vrije wil toeschreven.

Kunnen we gedrag voorspellen?

Dit zorgt ervoor dat we ernstig moeten nadenken over gedrag. Is het menselijk gedrag slechts de reactie op een keten van oorzaken en gevolgen of is er echt een “ik” in ons aanwezig die beslist? Stel je eens voor dat we in staat zouden zijn om alle variabelen te kennen die het menselijk gedrag beïnvloeden.

Zouden we dan het gedrag van elk individu volledig kunnen voorspellen? Het antwoord op deze vraag lijkt “ja” te zijn. Als dat niet zo is, dan zouden we het bestaan van de vrije wil ontkennen, aangezien we de toekomst zouden kunnen bepalen.

Bovendien tonen onderzoeken in de neurowetenschap aan dat de hersenen beslissingen nemen lang vóór we ons bewust zijn van die beslissingen. Deze resultaten zorgen ervoor dat we het doel van het bewustzijn in overweging moeten nemen.

Het is tegenwoordig moeilijk om te bepalen of onze geest al of niet deterministisch is. De psychologie gaat echter uit van de vooronderstelling dat we met een zekere foutmarge het gedrag kunnen voorspellen. Het idee van het mechanisch determinisme kan dus heel nuttig zijn voor het onderzoek.

De homunculus paradox en de vrije wil

Als een laatste bespiegeling over het mechanisch determinisme willen we het over de homunculus paradox hebben. Dit is een theoretische onverenigbaarheid van de psychologie met het bestaan van de vrije wil. Vaak kan een paradox ons helpen om onze fouten in te zien en nieuwe cognitieve kaders of theoretische perspectieven te gebruiken.

De homunculus paradox is op het volgende gebaseerd. De psychologie zegt ons dat alle gedrag of alle geestelijke processen beschreven en verklaard kunnen worden. Vrije wil gaat ervan uit dat we de vrijheid hebben om te kiezen welke beslissingen we nemen.

Dit zou er dan voor zorgen dat we ontdekken dat er in onze hersenen “iets” moet zijn dat beslissingen neemt. We zullen dit “iets” een homunculus noemen. Het is immers net een mensje binnenin onszelf dat beslist.

Als de homunculus dus datgene is dat ons de vrijheid verschaft om te kiezen, wat geeft de vrije wil dan aan de homunculus? We zouden kunnen zeggen dat er zich binnenin die homunculus nog een andere homunculus bevindt die beslist.

Als we het echter op die manier verklaren, dan komen we terecht in een paradoxale oneindigheid van homunculi. We vergelijken dan de menselijke geest met matroesjkapopjes.

De homunculus-paradox

Het mechanistisch determinisme stelt een handig model voor om de psychologische werkelijkheid te interpreteren. Het bewijs dat we vinden, samen met de theoretisch onverenigbare elementen lijken ons ook in die richting te voeren.

Toch mogen we onszelf niet vertrouwen De kans is groter dat de waarheid veel complexer is. Die waarheid is bovendien in geen enkel uiterste (determinisme of vrije wil) te vinden.