Zonder stevige storm word je nooit een zeewaardig zeiler

· mei 2, 2017

Wie ooit de gelegenheid heeft gehad om – langs de kust – de golvende blauwe verte in te turen, weet dat de zee aan iedereen en alles toebehoort. Niets of niemand – noch mens noch dier of plant, heeft daar het alleenrecht. Dit gigantische waterlichaam is de echo van het leven, hoewel ze soms stopt met kabbelen, en woest en onbeheersbaar wordt.

Bij kalm gemoed koestert elke goede zeeman haar souplesse en schoonheid. In die toestand is er geen gevaar, enkel rust en sereniteit.

Het komt echter ook voor – bij noodweer – dat zij zich begint te roeren, als branding in beroering wordt gebracht, en zichzelf onstuimig te pletter slaat op rots of zand. De kapitein die erop gezind is zulk onheil te overleven, dient op zijn tanden te bijten, zijn angst en pijn de baas te blijven, teneinde zijn schip, zichzelf, en zijn bemanning, van een wisse dood te redden. Want hij die zich durft te begeven op het grote water, moet gereed zijn haar wispelturige gewoel en geraas het hoofd te bieden.

Onze comfortzone laat geen ruimte voor persoonlijke groei

Hetzelfde geldt voor ons eigen reilen en zeilen op aarde, met vaste grond onder de voeten. Leerzame ervaringen en waardevolle levenslessen zijn het voorrecht van degenen die het lef hebben om buiten hun comfortzone te treden. Je voorbij de grenzen van je al te bekende persoonlijke privé-wereldje wagen vergt moed, en is de drijfveer achter voortgaande evolutie.

Dikwijls ontwijken we de last der verantwoordelijkheid, en overtuigen we onszelf ervan dat wat ons overkomt bovenal een kwestie is van het lot, van pech of juist van goed geluk. Exact op dat moment, wanneer we (weer) toegeven aan het vrijpleitende geloof dat er weinig aan onze situatie te veranderen valt, gaan we de mist in, en de bietenbrug op.

“Het leven is als een lange reis op zee: er zijn zowel kalme, als stormige dagen; waar het om gaat is dat je een goede gezagshebber bent van je eigen schip.”

-Jacinto Benavente-

Wie zichzelf in zijn comfortzone verschanst, verknoeit de kans zich te blijven ontwikkelen, en zal nimmer werkelijk tot wasdom komen. Daarom moeten we het risico op schipbreuk voor lief nemen, volwassen worden door tegenwind met open vizier te lijf te gaan, of die op zijn minst behendig te laveren. We moeten leren recht in het oog van deze tomeloze innerlijke storm te kijken, die onze balans omver dreigt te blazen. Alleen dan kruipen we heldhaftig door het oog van de naald, en leggen we aan in het onaantastbare rijk van onze ziel: de geborgen thuishaven waar we zo vurig naar verlangd hebben.

Ons gevoel van veiligheid

Ook deze, over het algemeen aangename sensatie – van het goed beschut, lekker in de luwte op je vaste plek zitten – kan vroeg of laat een valkuil vormen. Want een schuilplaats wordt al gauw een schulp, waarin je – uit angst –  steeds eerder terugkrabbelt, zodra het vooruitzicht van verandering voor je opdoemt. Vergeet echter niet dat onze angsten – vanuit dit hogere perspectief – slechts bestaan om overwonnen te worden, en niet om ons te verlammen, of ons ervoor te verstoppen.

Jezelf sowieso drijvende, en in evenwicht kunnen houden is natuurlijk een belangrijke vaardigheid, maar de wetten van een ruwe zee beproeven, en bedwingen, is zo mogelijk nog moediger. Wie onverschrokken zijn eigen horizon, en die van de zee, opzoekt, zal dankzij deze slagvaardigheid, altijd komen bovendrijven. Geen situatie overspoeld hem, hij hoeft niet te happen naar adem, want verdrinken zal hij nooit.

Wie risico’s vermijdt zal misschien niet verliezen, maar evenmin zelden zegevieren

Om nieuwe dingen te ontdekken, of ongerepte inzichten te ontwaren, moeten we soms  – op de tast en onze intuïtie – het donker of de wildernis in durven lopen, voorbij het grondgebied waar we de weg al kennen. Timide en passief in je eigen territorium blijven – uit angst voor een fiasco – ontneemt je namelijk – tegelijkertijd – ook de kans op succes.

“Alleen zij die zich niet laten tegenhouden door het risico te ver te gaan, zullen ontdekken hoe ver we überhaupt kunnen gaan.”

-T.S. Eliot-

De meeste mensen neigen in hun dagelijks leven naar controle, en halen hun vertrouwen uit voorspelbaarheid. We verwachten dat deze emotionele stabiliteit en betrouwbare omgeving ons geluk brengt. Aldus veronachtzamen we bij tijd en wijle het feit dat psychologische en persoonlijk groei per definitie grensverleggend en – voor het ego – enorm eng is: hoe krijg of creëer je ooit die gedroomde baan als je altijd kiest voor zekerheid (bijv. een contract en gegarandeerd inkomen)? Doemdenken, en daardoor afzien van solliciteren, geeft je – in negatieve zin – een bepaalde grip, maar daarmee nog geen bevrediging.

Op deze manier zijn we gewend geraakt aan het gezegde: ‘Beter één vogel in de hand, dan twee in de lucht.’ We hebben deze conservatieve houding, van binnenuit, aangenomen, zonder precies te begrijpen hoe zulk advies ons onbewust aanspoort om te berusten in de suboptimale status quo, in plaats van te vechten voor wat we echt willen.

De schipper weet dat de drift der zee zijn dood kan worden, maar ook dat het leven uiteindelijk alleen de moeite waard is als je zulke orkanen en donderbuien met goed gevolg doorstaat. Die weerbaarheid, en ‘er-vaar-ing’ (woordspeling) is wat hem beschermt, en wat hem op zijn existentiële bestemming doet aankomen.