Kinderen leren lezen: wat zijn de factoren en invloeden?

· november 13, 2018

Leren lezen is een langzaam en geleidelijk proces. Het vereist dat vele cognitieve vermogens en andere bekwaamheden die niet taalgebonden zijn, in de praktijk omgezet worden.

Toch zijn er vele factoren die een rechtstreekse of onrechtstreekse invloed hebben op het verwerven van deze vaardigheid. Dit is vooral het geval bij kinderen. Als we hun situatie bekijken, dan moet leren lezen niet alleen een aanpassingsfunctie hebben maar ook interactief en plezant zijn.

We kunnen deze factoren opsplitsen in emotionele, lichamelijke en intellectuele categorieën. Toch beschouwen we de laatste twee vaak als fundamenteel. De waarheid is echter dat ook psychologische en omgevingsfactoren tot succes of falen kunnen leiden wanneer kinderen leren lezen. Laten we nu elke factor eens van dichtbij bekijken.

Factoren die een rol spelen wanneer kinderen leren lezen

Emotionele factoren

Eén van de essentiële ingrediënten bij het leren lezen is de houding van de ouders en van de leerkrachten in de opvoeding en in het onderwijs. In vele gevallen kan een bepaald gedrag van de volwassene dit proces voor de kinderen moeilijker maken. Dit gebeurt echter niet in alle gevallen.

Emotionele factoren bij het leren lezen

Een voorbeeld hiervan is overbescherming. Sommige kinderen hebben het gevoel dat ze buitensporig beschermd worden en dat ze behandeld worden als baby’s. Wanneer deze kinderen dan geconfronteerd worden met nieuwe uitdagingen, zullen ze zich waarschijnlijk niet zeker van zichzelf voelen. Vaak zullen ze de uitdagingen afwijzen.

Op dezelfde manier kan extreme toegeeflijkheid zelfdiscipline, eigen verantwoordelijkheid en het verwerven van goede gewoonten verminderen. Het gebrek aan regels kan ervoor zorgen dat een kind zich niet gemotiveerd voelt. Hij zal dit ervaren wanneer hij activiteiten probeert waarbij wat een inspanning gevraagd wordt.

Te veel druk van de familieleden of van de leerkrachten beïnvloedt het kind ook op een negatieve manier. Commentaren als “Je had dit eeuwen geleden al geleerd moeten hebben” kan hun zelfvertrouwen ondermijnen of hen ontmoedigen. Hetzelfde gebeurt bij opmerkingen als “Je hebt een grote achterstand in vergelijking met je klasgenoten.” Ze kunnen er zelfs voor zorgen dat het kind opgeeft.

Het ergste is wanneer die ontgoocheling en het gebrek aan motivatie om te leren lezen veralgemeend wordt naar alles wat met de school verbonden is. Daar ontstaat de gevreesde academische faalangst. Het kind ervaart daarna een gevoel van onvermijdelijke minderwaardigheid.

Bovendien kan het kind ook meer problemen hebben om zich in de groep van leeftijdsgenoten aan te passen en te integreren.

Lichamelijke factoren

Het gezichtsvermogen en het gehoor zijn essentiële fysiologische factoren wanneer we het hebben over kinderen leren lezen. Er zijn trouwens auteurs die het vermogen om te horen zelfs belangrijker vinden dan het gezichtsvermogen. Ze hebben het dan over niveaus die verder gaan dan lezen.

Het gebrek aan scherp zicht of evenwicht in de oogspieren kan het leesvermogen verminderen. Ook doofheid kan het proces op dezelfde manier belemmeren. Als deze problemen vóór de leeftijd van 3 jaar vastgesteld worden, dan zijn de kansen groter dat de taalontwikkeling en het leren lezen niet zo erg gehinderd zullen worden.

Intellectuele factoren

Veel studies ondersteunen de vaststelling van de vroegtijdige rijpheid van meisjes in vergelijking met jongens. Deze snelheid in de intellectuele ontwikkeling is een gevolg van de relatieve dominantie van hun linker-hersenhelft. Lezen dat “door” deze hersenhelft plaatsvindt, gebeurt dus vaak beter. Het wordt met minder fouten en een groter begrip uitgevoerd.

Dat is ook de reden waarom lateralisatie van de hersenhelften een eerste vereiste is zodat het kind in staat is om correct te leren lezen. Het betekent toch dat er minstens een voorkeur moet bestaan voor het gebruik van de ene of de andere kant van het lichaam. Dit zal vermijden dat er sprake is van verstoringen als gevolg van het ontbreken van een onderscheid tussen de hersenhelften.

Wanneer de lateralisatie gebrekkig is, kunnen een reeks stoornissen optreden. Die kunnen het leesvermogen beïnvloeden. Sommige problemen zijn moeilijkheden in de spelling of bij het schrijven.

Kinderen leren lezen

Begrijpen en lezen

Deze twee dingen lijken misschien hetzelfde maar dat zijn ze niet. Hoe vaak zijn we gaan zitten om een boek te lezen wanneer dit gebeurt? Vijf minuten nadat we begonnen zijn, beseffen we dat we niets weten van wat we gelezen hebben.

Aandacht schenken is fundamenteel om te begrijpen wat we lezen. Als je je niet concentreert, dan zit je gewoon naar een hoop letters te kijken zonder ze op een cognitieve manier te verwerken.

Begrijpen vereist een reeks processen die niet taalgebonden zijn. Deze processen overstijgen de lexicale en semantische kenmerken van de woorden. Hiertoe behoren interpreteren, inzicht in de context, problemen oplossen en redeneren.

Begrijpen gaat verder dan de zintuigen (visueel of auditief). Het betekent dat iemand op een actieve manier de inhoud van de tekst opbouwt. Dit bevindt zich bovenaan de leespiramide. Het betekent dat je een boodschap ontcijfert.

De invloed van de familie op het lezen

Hoe stimulerender de omgeving van het kind is, hoe gunstiger de bijdrage die we hen kunnen geven. Dat is ook de reden waarom het gewicht van de ouders op dit proces cruciaal is. Ouders spelen een fundamentele rol wanneer kinderen leren lezen. Ook de leesgewoonten van de ouders kunnen een invloed hebben op het verwerven van leesvaardigheden.

De rol van het gezin bij het leren lezen

Er zijn aanzienlijke verschillen tussen kinderen van wie de ouders vaak lezen en de kinderen die geen rolmodel hebben wat betreft lezen. Ouders die zelf veel lezen, zijn vaak meer bereid om hun kinderen een boek voor te lezen vóór ze in slaap vallen. Ze kunnen ook prikkels in het huis hebben die de kinderen uitnodigen om te lezen: tijdschriften, kranten en boeken.

Anderzijds is er nog één symptoom dat vaak optreedt bij kinderen die falen in lezen. Deze kinderen zijn vaak te verlegen. Het kan ook te maken hebben met de neiging om gemakkelijk te blozen. Het is normaal dat ze gevoelens van minderwaardigheid ontwikkelen. Dit zorgt er dan weer voor dat ze enigszins egocentrisch lijken. Het is een gevolg van een angstige innerlijke staat.

Vaak hebben ze ook zenuwachtige gewoonten zoals nagelbijten of slapeloosheid. Het is daarom belangrijk dat uitermate attent zijn voor deze situaties. Op die manier kan je dat gevoel te falen of van algemene ontevredenheid voorkomen. Onthoud ook dat het belang van lezen in de familie het proces beïnvloedt waarbij kinderen leren lezen.

Bibliografie

Trianes, M. V. en Gallardo, J. A. (2004). Opvoeding en ontwikkelingspsychologie in de schoolcontext. Madrid Pirámide.