Geestelijke beperking: definitie en types

· oktober 18, 2018

Mensen met een geestelijke beperking hebben minder of minder ontwikkelde cognitieve middelen dan normaal is voor hun leeftijd. Het maakt het leren voor hun moeilijker en maakt communiceren dikwijls een hele taak. Dit geldt vaak voor specifieke contexten en bepaalde soorten boodschappen. Het type achterstand wordt meestal vóór iemands 18e levensjaar bepaald.

Ongeveer 1% van de wereldpopulatie heeft een geestelijke beperking. Het is echter belangrijk om in gedachten te houden dat dit geen psychologische stoornis is, maar een ontwikkelingsstoornis. Alle mensen met een van dit soort stoornissen zijn in feite net als alle anderen. Ze hebben meestal zo hun eigen dromen, interesses, smaak en voorkeuren. We moeten mensen met een geestelijke beperking dus niet stigmatiseren! Er is dan ook geen betere manier om stigma’s te vermijden dan door over het onderwerp te leren.

Intellectueel functioneren en aanpassingsvermogen

Een geestelijke beperking kan gepaard gaan met andere afwijkingen in iemands lichamelijke en mentale gezondheid. Deze kunnen vervolgens weer andere delen van iemands welzijn beïnvloeden.

Sommige syndromen die vaak een geestelijke beperking met zich meebrengen, zijn: het syndroom van Rett, het syndroom van Dravet, het syndroom van Prader-Willi, het syndroom van Down, autisme spectrum stoornissen en het fragiele-X-syndroom. Aandoeningen zoals obesitas, diabetes, HIV, SOA’s en dementie worden ook vaker gezien bij mensen met een dit soort achterstand.

Bovendien worden de communicatievaardigheden, interactievaardigheden en sociale participatie van zulke individuen aangedaan. Hun beperkte intellectuele vermogens en aanpassingsvermogen kunnen het in zekere gevallen onmogelijk maken voor zo’n persoon om deel te nemen aan het gemeenschapsleven. Het tast al hun omgevingen aan: thuis, school, werk maar ook vrije tijd.

Kind kijkt uit het raam

De rol van het IQ bij een geestelijke beperking

Iemands intelligentie quotiënt, ofwel IQ, is op zich niet genoeg om mentale retardatie vast te stellen. Naast het vaststellen van iemands IQ, is het nodig om een meer diepgaande beoordeling op te zetten. Deze reikt verder dan slechts een numerieke score.

Voorheen omsloeg IQ de relatie tussen iemands mentale leeftijd en chronologische leeftijd. De eerste hiervan omvatte de intellectuele ontwikkeling van zo’n persoon. Het ging hierbij om hoe ze intellectueel presteerden in vergelijking met zijn gemiddelde leeftijdsgenoten. Chronologische leeftijd betrof iemands daadwerkelijke leeftijd.

Tegenwoordig gaat het om waar iemand zich op het spectrum begeeft, waarbij 100 het vastgestelde gemiddelde representeert. Iemand met een IQ van 70 of minder heeft op basis hiervan een geestelijke beperking. Boven het andere uiterste, een score van 130, wordt iemand als hoogbegaafd gezien. Een IQ-score helpt overigens ook de mate van iemands achterstand te classificeren.

Types geestelijke beperkingen

Volgens de DSM 5 kunnen deze achterstanden ondergebracht worden in een aantal categorieën. Zo heb je lichte, matige, ernstige en diepe zwakzinnigheid.

Lichte zwakzinnigheid (IQ van 50 – 70)

Zo’n 75% van de mensen met geestelijke beperkingen hebben een lichte vorm hiervan.

  • Conceptueel domein: licht aangetast abstract denkvermogen, praktische vermogens, cognitieve flexibiliteit en kortetermijngeheugen.
  • Sociaal domein: onvolwassen sociale interacties, wat ze kwetsbaar maakt voor manipulatie.
  • Praktisch domein: hebben vaak in zekere mate supervisie en hulp nodig tijdens de uitvoering van alledaagse taken. Deze hulp is met name in stressvolle situaties erg belangrijk.
  • Vaak lijken ze qua gedrag op leeftijdsgenootjes totdat ze ouder worden. Dan wordt hun beperking duidelijk, omdat ze mentaal een beetje achter blijven.

Matige zwakzinnigheid (IQ van 35 – 50)

Deze groep omvat 18% van de mensen met een geestelijke beperking.

  • Conceptueel domein: continu behoefte aan assistentie om dagelijkse activiteiten uit te voeren. Soms is het zelfs nodig dat andere mensen een aantal van hun verantwoordelijkheden overnemen. Onder minimaal toezicht zijn ze prima in staat te leren voor zichzelf te zorgen. Ze kunnen zowel banen met of zonder specifieke beroepseisen beoefenen, maar wel alleen onder toezicht.
  • Sociaal domein: tijdens verbale communicatie is hun taalgebruik minder uitgebreid en complex dan dat van mensen zonder achterstand. Dit betekent dat ze sommige subtiele sociale details niet altijd zullen opmerken. Daardoor kunnen ze moeite hebben met het ontwikkelen van nieuwe relaties.
  • Praktisch domein: met ondersteuning en uitgebreide instructies, kunnen ze bepaalde vaardigheden ontwikkelen.
Geestelijke beperking bij vader en dochter

Ernstige zwakzinnigheid (IQ van 20 – 35)

Deze categorie omvat zo’n 7% van de mensen.

  • Conceptueel domein: ernstig beperkt, met name wat betreft numerieke concepten. Ze hebben vrijwel continue ondersteuning nodig op vele gebieden.
  • Sociaal domein: hun vermogen tot verbale communicatie is te vergelijken met dat van een kind van onder de 7. Ze communiceren op simpele wijze en houden zich enkel bezig met het heden. Er wordt niet teruggedacht aan het verleden, noch vooruit gepland.
  • Praktisch domein: deze mensen horen in principe continu onder toezicht te staan. Dat geldt ook gewoon voor het uitvoeren van alledaagse taken.

Diepe zwakzinnigheid (IQ van onder de 20)

Zo’n 1% van de mensen met een geestelijke beperking vallen in deze categorie. Deze wordt meestal in verband gebracht met een identificeerbare neurologische aandoening.

  • Conceptueel domein: overduidelijk beperkt. Deze mensen denken alleen aan het fysieke en non-symbolische processen. Met veel hulp kunnen ze bepaalde vaardigheden aanleren, zoals iets aanwijzen. Motorische en sensorische stoornissen die hier vaak mee gepaard gaan, maken het juist benutten van bepaalde objecten ook moeilijk.
  • Sociaal domein: onzeker begrip van verbale en non-verbale (op basis van gebaren) communicatie. Ze uiten zichzelf op zeer elementaire, simpele en vaak non-verbale manieren.
  • Praktisch domein: ze zijn continu afhankelijk van anderen. Afhankelijk van het wel of niet hebben van motorische of sensorische beperkingen, kunnen ze wel nog mee doen aan basisactiviteiten.

We hebben dus de steun van de massa’s nodig als we een meer toegankelijke omgeving willen creëren voor mensen met een geestelijke beperking. De hedendaagse, beperkende omgevingen zullen anders alleen maar toevoegen aan de moeilijkheden waarmee ze al dagelijks te maken krijgen.

We moeten in elk geval nooit vergeten dat de persoon altijd belangrijker is dan de beperking. Ook mensen met een achterstand hebben gevoelens, dromen en iets bij te dragen, net zoals ieder ander.