De intelligentste mensen en hun merkwaardige aanleg voor depressie

juli 6, 2018 in Psychologie 0 gedeeld
De intelligentste mensen en hun merkwaardige aanleg voor depressie

De intelligentste mensen zijn niet altijd degenen die de beste beslissingen nemen. Een hoog IQ is ook geen garantie voor succes of geluk. In veel gevallen zijn ze juist diegenen die het meest te kampen hebben met onzekerheden, angst en wanhoop.

Men heeft de neiging om genieën van de kunst, wiskunde of wetenschap te zien als zwijgzaam en eigenaardig. Zo hebben we bijvoorbeeld Hemingway, Emily Dickinson, Virginia Woolf, Edgar Allen Poe of zelfs Amadeus Mozart. Deze personen waren geniale, creatieve en buitengewone breinen met hun eigen angsten en eigenaardigheden.

“De intelligentie van een individu meet men door de hoeveelheid onzekerheden die hij kan verdragen.”

-Immanuel Kant-

Wat is hier echt aan de hand? Bestaat er een direct verband tussen een hoog IQ en depressie? Op de eerste plaats geldt dat een hoge intelligentie niet per se bijdraagt aan de ontwikkeling van een soort mentale stoornis. Het leidt echter wel tot een aanleg voor overmatige bezorgdheid en zelfkritiek. Ook kan het ertoe leiden dat men de werkelijkheid op een afwijkende en negatieve manier ziet. Dit zijn allemaal factoren die in veel gevallen uitingen zijn van depressie. Maar goed, het moet gezegd worden dat er uiteraard uitzonderingen zijn. In onze samenleving hebben we briljante personen die juist voordeel hebben van hun intelligentie. Zij investeren niet alleen in hun eigen leven, maar ook in de samenleving.

Toch zijn er veel studies, onderzoeken en boeken die ons een negatief verband laten zien tussen intelligentie en depressie. Dit speelt vooral bij personen met een IQ van hoger dan 170.

De persoonlijkheid van de intelligentste mensen

‘The creative brain’ is een handig boek. Het helpt je om te begrijpen hoe het brein van de meest creatieve personen en de intelligentste mensen functioneert. De neuroloog Nancy Andreasen verricht daarin een nauwkeurig onderzoek. Hiermee toont ze aan dat de genieën van onze samenleving een tamelijk significante neiging hebben om verschillende stoornissen te ontwikkelen. Het gaat in het bijzonder om bipolaire stoornissen, depressies, angst- en paniekstoornissen. Aristoteles maakte in zijn tijd al bekend dat intelligentie hand in hand ging met melancholie. Genieën zoals Sir Isaac Newton, Arthur Schopenhauer of Charles Darwin leden aan periodes van neurose en psychose. Virginia Woolf, Ernest Hemingway en Vincent Van Gogh namen de vreselijke stap om hun eigen leven te beëindigen.

Ze zijn allemaal bekende personen, maar in onze samenleving hebben altijd stille, onbegrepen en eenzame genieën geleefd. Ze leven in hun eigen universum, totaal losgekoppeld van een voor hen chaotische, zinloze en teleurstellende realiteit.

Delen

Onderzoeken met de intelligentste mensen

Sigmund Freud onderzocht samen met zijn dochter Anna Freud de ontwikkeling van een groep kinderen met een IQ van boven de 130. In zijn onderzoek ontdekte hij dat bijna zestig procent van hen uiteindelijk een grote depressiestoornis ontwikkelde.

Het werk van Lewis Terman zijn eveneens belangrijk. Hij was baanbrekend in de onderwijspsychologie aan het begin van de twintigste eeuw. In de jaren zestig begon hij aan een groot onderzoek. Dit betrof hoogbegaafde kinderen met een IQ van boven de 170. De kinderen deden mee aan een van de beroemdste experimenten uit de geschiedenis van de psychologie. Ze werden “termieten” genoemd en pas rond de jaren negentig begon men enkele belangrijke conclusies te trekken.

Intelligentie: een zware last

De ‘termieten’, de inmiddels volwassen kinderen uit het onderzoek van Lewis Terman, bevestigen dat een hoge intelligentie in verband staat met een mindere tevredenheid over het leven. Velen onder hen zijn beroemd geworden en hebben een belangrijke positie in de samenleving gekregen. Toch probeerde een groot deel van hen meer dan eens zelfmoord te plegen. Sommigen vervielen in verslavingen zoals alcoholisme.

Een ander belangrijk aspect dat voor deze groep mensen gold, en dat ook nu terug te zien is in mensen met hoge intellectuele capaciteiten, is gevoeligheid voor wereldproblemen. Ze maken zich niet alleen druk om de aanwezigheid van ongelijkheden, honger of oorlogen. De intelligentste mensen maken zich ook boos om egoïstisch, irrationeel of onlogisch gedrag.

De emotionele last en blinde vlekken bij de intelligentste mensen

Experts vertellen ons dat de intelligentste mensen soms lijden aan wat een dissociatieve persoonlijkheidsstoornis kan worden genoemd. Dat willen zeggen dat ze hun eigen leven vanaf een afstand zien, zoals de verteller die de derde persoon gebruikt. Dit doen ze om hun realiteit met nauwkeurige objectiviteit te zien maar zonder zich er volledig deel van te voelen.

Deze benadering betekent dat er soms ‘blinde vlekken’ zijn. Dit concept heeft veel te maken met Emotionele Intelligentie en met wat Daniel Goleman uiteenzet in een interessant boek met dezelfde titel. Ze houden zichzelf voor de gek en maken ernstige fouten bij het kiezen van wat ze wel of niet gaan doen.

Wat erg intelligente personen soms dus doen, is zich compleet richten op de tekortkomingen van hun omgeving. Op die kwaadwillende mensheid en op die vreemde en van nature egoïstische wereld. Het is voor hen onmogelijk om erbij te horen. Ze hebben vaak onvoldoende emotionele vaardigheden om te relativeren. Ook hebben ze moeite om zich aan te passen. Dat geldt ook voor het vinden van de kalmte in deze verwarrende wereld.

Iets wat we eveneens zonder twijfel kunnen concluderen over de meest intelligente personen is dat ze soms lijden aan tekorten op een ander gebied: emoties. Dat brengt ons tot een volgende conclusie: wellicht zouden we een andere factor aan IQ moeten toevoegen.

We praten over de ‘wijsheidsfactor’: de kennis die we nodig hebben om tevreden te kunnen zijn in ons dagelijks leven. Het valt niet te ontkennen: wijsheid is erg belangrijk voor je zelfbeeld, je eigenwaarde en voor een gelukkig leven.

Bekijk Ook