Anna Freud en hoe ze in haar werk Sigmund Freud volgde

· juli 4, 2018

Anna Freud was een ongewenste dochter. Zij was de jongste van zes kinderen en de enige die een vurige en bijna zichzelf ontkennende leerling was van haar vader, Sigmund Freud. Zij was een “proefkonijn” voor de psychoanalyse en bovendien ook de erfgenaam van zijn nalatenschap. Een groot deel van wat Anna Freud tot het gebied van de kinderpsychologie  bijgedragen heeft, was pionierswerk en echt van onschatbare waarde.

Gelukkig is de naam van deze interessante vrouw niet in de nevel van de vergetelheid verloren gegaan. Haar naam is niet verdwenen in de leegte waarin andere vrouwelijke figuren geduwd werden door de grote mannen in hun familie. Ada Lovelace is één van die figuren. Ze was een opmerkelijke wiskundige en een voorloper in programmeertalen. Maar deze vrouw is voor velen niets meer dan de opvallende dochter van Lord Byron.

“Ik zocht altijd buiten mezelf naar kracht en vertrouwen maar het komt uit jezelf. Het is er al de hele tijd.”

-Anna Freud-

Anna Freud was ook de opvallende dochter van de grote vader van de psychoanalyse. Ze was een meisje dat ongewenst ter wereld kwam. Maar ze slaagde er snel in om zich een plaats te verwerven bij haar vele broers, zussen en familieleden. Die verafgoodden haar vader blindelings. Anna was weerbarstig en rusteloos. Waar ze vooral naar op zoek was, was de bewondering van haar vader. Helaas was hij een man die haar meer als een patiënt dan als een dochter zag.

In de jaren twintig nam haar leven een nieuwe wending. Ze was toen lid van de Weense Psychoanalytische Vereniging. Bij Sigmund Freud was al de diagnose mondkanker vastgesteld. Anna was vastbesloten om haar vader op geen enkel moment achter te laten. Maar ze dacht dat ze nu haar carrière op andere werkvelden kon richten. In plaats van als psychoanalist te werken besloot ze om jonge kinderen te behandelen. Ze deed dit op een pedagogische manier maar op basis van psychoanalytische richtlijnen.

Wat in 1925 in Wenen begon, ging verder in Engeland en in de context van de Tweede Wereldoorlog. Het was in dit beslissende stadium dat haar echte werk begon. Op een bepaalde manier zette ze het werk van de inmiddels overleden Sigmund Freud voort. Maar ze verenigde het met andere benaderingen.

Anna Freud

Anna Freud en de psychologie van het ego

Anna Freud is altijd een praktische vrouw geweest. Ze hield niet van te veel theoretiseren. Haar boeken staan dus vol interessante gevalstudies. Ze waren de basis voor de onderbouwing en de ontwikkeling van haar ideeën. Wat “Juffrouw Freud” vooral wou, is dat de psychoanalyse van therapeutisch nut was in het leven van mensen en vooral in het leven van kinderen.

  • Haar hele leven lang was ze veel meer bezig met de mentale dynamica dan met de mentale structuur. Daardoor was ze dus meer geïnteresseerd in het EGO dan in het ID en het onbewuste deel van de geest waarvan haar vader zo gepassioneerd hield.
  • Ze is bekend door haar boek “Het Ego en de Afweermechanismen.” Daarin legt ze uit hoe elke dynamiek werkt. Ze wijdde eigenlijk zelfs een speciaal onderdeel aan het gebruik van afweermechanismen bij kinderen en adolescenten.
  • Ook verdiepte ze zich in een interessant idee. De meesten van ons gebruiken afweermechanismen en dat heeft niets te maken met pathologie. Haar klemtoon lag niet zozeer op de symptomen van mogelijke afwijkingen. Dat was waarop haar vader zich focuste. Ze zocht ook een manier om zijn theoretische verscheidenheid te combineren met een meer praktische psychologie.

Dit zijn enkele van de vele afweermechanismen die Anna Freud benoemd heeft:

  • Verdringing: een reactie op de behoefte om gedachten en emoties te bedwingen die angst laten bestaan.
  • Projectie: het vermogen en de gewoonte om de eigen gebreken in een andere persoon te zien.
  • Overdracht: negatieve gevoelens overbrengen op derde partijen.
  • Regressie: terugkeren op psychologisch gebied naar een jongere leeftijd, met de gewoonten en de patronen van deze leeftijd.
Anna Freud

De Britse periode en de kinderpsychologie

In 1941 opende Anna Freud een kleuterschool en meerdere tehuizen voor kinderen in Wedderburn Street, in Hampsteaden, Londen. In die dagen had ze ook Maria Montessori gelezen. Ze was geraakt door al die kleintjes die door de oorlog getraumatiseerd waren. Dus besloot ze dat de tijd gekomen was om verder te gaan en te werken aan de vooruitgang in het gebied dat haar zo erg interesseerde.

  • Ze baseerde de ontwikkeling van haar theorieën op de benadering van haar vader. Maar voor haar was het duidelijk dat ze het “Id en het superego” opzij zou zetten en zich focussen op het “Ik.”
  • Toen Anna met haar psychotherapiesessies begon, vermeed ze zoveel mogelijk om de “vaderlijke” rol op te nemen die zo typisch was voor de psychoanalyse. Ze wist dat kinderen een warme, vriendelijke en ontspannen omgeving nodig hadden om op hun gemak te communiceren.
  • Bovendien was zij de eerste die gebruik maakte van spelletjes (speltherapie). Het was een mechanisme om binnen te treden in de emotionele wereld van het kind. Met de spelletjes veranderde ook haar rol als therapeut. Ze stelde zich niet op als een afstandelijke gezagsfiguur. Het was haar doelstelling om met kinderen om te gaan door vertrouwelijkheid en hun eigen taal te gebruiken.

De klassieke sofa van de therapeut werd dus opzij gezet en geruild voor echte speelkamers. Het was een veel geschiktere context voor kinderen en voor spontane uitingsvormen.

Anna Freud

Het belang van vroege relaties

Tijdens haar leven heeft Anna Freud de noodzaak verdedigd om zorg te dragen voor en aandacht te hebben voor de vroege relaties van een kind. Want ze zijn een essentieel mechanisme voor een goede ontwikkeling. Ze werkte met kinderen die in de steek gelaten waren of ernstig verwaarloosd. Dit heeft bijvoorbeeld geleid tot de oprichting van meerdere opeenvolgende onderzoeksrichtingen.

“Wat ik altijd voor mezelf wou, is veel primitiever. Het is waarschijnlijk niets meer dan de genegenheid van de mensen met wie ik omga, en hun goede mening over mij.”

-Anna Freud-

Ook dit was nog een ander baanbrekend initiatief. Ze raadde aan om kinderen niet meer te hospitaliseren dan nodig was. Weeskinderen of verlaten kinderen zouden niet een lange tijd in weeshuizen mogen verblijven. Want kinderen hebben de vertrouwelijkheid van een gezin en een moederfiguur nodig. Elke afstand van familierelaties (of plaatsvervangers) veroorzaakt stress en angst en heeft een invloed op de hersenen van het kind en zijn psychische ontwikkeling.

Anna Freud zette zich in om ervoor te zorgen dat haar opvangcentra als “familie-eenheden” voelden. Op die manier vond elk verlaten of door de oorlog getraumatiseerd kind vrienden – broers en zussen – en een plaatsvervangende moeder of psychotherapeut om hun trauma en terugkerende nachtmerries te behandelen.

Dochter van, maar met een eigen missie

Haar vader noemde haar de “zwarte duivel” omdat ze soms een erg sterke wil en excentriciteiten had. Maar ze heeft nooit de theoretische erfenis van haar vader verraden. Eigenlijk heeft ze het verbeterd. Dankzij haar werden de scherpe kanten gladgestreken. Ze pakte de losse, slordige eindjes die haar vader achtergelaten had, aan en ook zijn eerder oppervlakkig onderzoek van de opvoeding.

De therapeutische praktijk van Anna Freud was uitsluitend bestemd voor kinderen. Bovendien heeft ze haar eigen leven gewijd aan de bescherming van kinderen die zelfs de basiszorg moesten missen. Ze richtte meerdere residentiële crèches op, een kliniek en een trainingscentrum voor psychotherapeuten die zich specialiseerden in de kinderpsychoanalyse.

Anna Freud stierf op de leeftijd van tweeëntachtig jaar. Ze had haar missie volbracht. Ze was de moeder van de psychoanalyse en de bewaker van zijn vooruitgang.