Wat is experimentele psychologie?

· maart 28, 2019
Experimentele psychologie is gericht op wetenschappelijk onderzoek en onderzoeken. Zo kan het de relatie tussen menselijk gedrag en geestelijk functioneren gedetailleerd bestuderen.

Wat is experimentele psychologie? Om tot een precieze en veilige conclusie te komen, zetten onderzoekers vaak verschillende wetenschappelijke methoden in. Dat is waar experimentele psychologie zich vooral op richt.

Experimentele psychologie verkent basisconcepten zoals geheugen en motivatie in allerlei populaties en onderzoeksgebieden. Denk hierbij aan kinderen, sociale settings in het algemeen en onderwijspsychologie.

Bijna al het experimenteel psychologische werk wordt uitgevoerd in gecontroleerde omgevingen zoals onderzoekslaboratoria. Experimenteel psychologen manipuleren de onderzoeksvariabelen om de relatie tussen cognitie en gedrag te verkennen.

Andere takken van de psychologie proberen menselijk gedrag en denkwijzen te begrijpen. Experimentele psychologie focust zich daarentegen op het gericht uitvoeren van gecontroleerde experimenten met benoemde variabelen, onderzoeksparticipanten en statistische resultaten.

De oorsprong van experimentele psychologie

Veel mensen zien Charles Darwin en zijn werk On the Origin of Species (De oorsprong der soorten) als de oorsprong van de experimentele psychologie. Aan de ene kant is er geen twijfel mogelijk dat Darwins revolutionaire theorie de interesse tussen biologie en psychologie aangewakkerd heeft.

In het begin van de vorige eeuw begonnen psychologen de natuurwetenschappen te gebruiken om de menselijke geest te analyseren en verklaren.William James, de oprichter van de Amerikaanse stroming binnen de psychologie, werd bijvoorbeeld sterk beïnvloed door evolutionaire biologie. Hij stond achter het idee dat de menselijke geest van nature adaptief, gevoelig en intelligent is.

Uiteindelijk droegen vooral behaviorisme en andere stromingen binnen de moderne psychologie bij aan wat we vandaag als experimentele psychologie zien.

Tekening van hersenen

Wat doen experimenteel psychologen?

Experimenteel psychologen willen gedrag onderzoeken, alsook de verschillende onderliggende processen en functies die deze steunen. Ze testen participanten om over verschillende onderwerpen zoals perceptie, geheugen, sensatie, leren, motivatie en emoties te leren. Ze willen hun begrip hiervan vergroten – en daarmee het begrip van alle werkzame psychologen.

De vier fundamentele eisen

Om ervoor te zorgen dat deze psychologische studies betrouwbaar zijn, moet aan vier fundamentele eisen voldaan worden:

  • Determinisme. Experimenteel psychologen werken zoals de meeste andere wetenschappers op deterministische wijze. Dit refereert naar de aanname dat de toestand van een object of gebeurtenis bepaald wordt door zijn voorgaande toestanden. In andere woorden, oorzaak en effect resulteren meestal in gedragsmatige of mentale verschijnselen. Als een fenomeen algemeen en veelal geaccepteerd is, kan men wel zeggen dat het de “norm” is. Psychologische theorieën hebben als doel om dit soort normen op te stellen en met elkaar te integreren.
  • Empirisme. Kennis stamt vooral uit ervaringen die onze zintuigen toestaan. Daarom is het enige dat we echt kunnen bestuderen, datgene dat zichtbaar is. Het concept van empirisme vergt een contrast tussen hypotheses en theorieën met achterliggende observaties van de wereld zoals hij is. Het gaat hier niet om voorgaand redeneren, intuïtie of andere ingevingen.
  • Zuinigheid. Het gaat om de zoektocht naar eenvoud. Volgens dit principe moet onderzoek voort komen uit de simpelst mogelijke theorieën. Als men twee verschillende theorieën tegenkomt die toch in zekere mate met elkaar overeenkomen, kiest men idealiter voor de simpelste van de twee.
  • Kans. Volgens dit principe horen hypotheses – die gebaseerd zijn op theorieën – te testen zijn naarmate de tijd zich vordert. Wetenschappers zullen een hypothese en de achterliggende theorie als zinloos zien als ze deze niet op geen enkele manier kunnen bewijzen of weerleggen. Kans heeft echter ook een keerzijde: falsifieerbaarheid. Dit wil zeggen dat een verzameling aan observaties een hypothese ook kunnen weerleggen, ofwel falsifiëren.
  • Operationalisme. Deze term omvat het concept van concrete en meetbare handelingen. Experimenteel psychologen proberen op dit moment namelijk onmeetbare fenomenen meetbaar te maken.Dit doen ze door ze te verbinden aan zowel bestaande als nieuwe observaties en redenatie.

Betrouwbaarheid en validiteit

Betrouwbaarheid meet de consistentie, verifieerbaarheid en herhaalbaarheid van een studie. Als een onderzoek – met andere mensen of gedurende een ander tijdsbestek – dezelfde resultaten levert als een voorgaand onderzoek naar hetzelfde fenomeen, kan men deze als betrouwbaar beschouwen.

Validiteit meet daarentegen de relatieve precisie of nauwkeurigheid van het onderzoek. Dit garandeert dus ook de nauwkeurigheid van de resultaten en bijbehorende conclusie. Dit is erg belangrijk bij psychologische studies. Om de validiteit van een kwantitatief – numerieke – meting vast te stellen, moet men eerst even kijken naar de verschillende soorten validiteit.

De vier vormen van validiteit

  • Interne validiteit. Bij een hoge interne validiteit, laat een studie sterk bewijs zien van een causaal verband tussen twee factoren specifiek. Hierbij hoort ook het gegeven dat externe factoren (die de onderzoeker niet zelf gemanipuleerd heeft) geen invloed hadden op de resultaten. Een studie met een hoge interne validiteit komt dus in feite tot de conclusie dat de manipulatie van de onafhankelijke variabele verantwoordelijk is voor de gemeten verandering in de afhankelijke variabele.
  • Externe validiteit. Bij een hoge externe validiteit kunnen de resultaten gegeneraliseerd worden naar een grotere populatie. Beeld je een studie met bijvoorbeeld 500 participanten, bijvoorbeeld allemaal rokers, waarbij de groepen gerandomiseerd zijn. Hierbij zijn de participanten dus willekeurig in groepen zijn verdeeld, net zoals men in het echt ook “willekeurig” onder elkaar leeft. Als de resultaten hiervan geloofwaardig gegeneraliseerd kunnen worden naar de rest van alle rokers in Nederland (bijvoorbeeld), dan kun je zeggen dat de studie hoge externe validiteit bevat.
  • Construct validiteit. De onderzoeker ondervindt dat de test datgene heeft gemeten wat deze moest meten. De vraag die hierbij gesteld moet worden, is deze: zijn de afhankelijke en onafhankelijke variabelen nauwkeurige representaties van de abstracte concepten die hier gemeten worden?
  • Content validiteit. Hiervoor wordt gekeken naar of de geteste hypothese daadwerkelijke, bredere theorie waarop deze gebaseerd is echt weergeeft.
Onderzoekers van experimentele psychologie

Laatste kanttekeningen bij experimentele psychologie

Al zien veel mensen experimentele psychologie als slechts nog een tak van de psychologie, toch is experimentele psychologie terug te vinden in alle stromingen van de psychologie. Elke stroming past in zekere zin wel methodes toe die voortgekomen zijn uit de experimentele psychologie.

Denk maar eens aan levenslooppsychologen (voorheen ontwikkelingspsychologen). Zij gebruiken experimentele methoden om te bestuderen hoe mensen in het verleden zijn opgegroeid en hoe zij zich in het heden en in de toekomst ontwikkelen.

Sociale psychologen gebruiken bijvoorbeeld op hun beurt experimentele methoden om te bestuderen hoe groepen van invloed zijn op individuen. Gezondheidspsychologen gebruiken ook experimentele technieken om alles dat bijdraagt aan gezondheid en ziekten beter te kunnen begrijpen. 

  • Montañés, M. C. (2005). Psicología de la emoción: el proceso emocional. Universidad de Valencia.