Victor Leborgne: een zaak in de neurowetenschap

april 18, 2020
Er zijn veel momenten waarop wetenschappelijke vooruitgang plaatsvindt door een aandoening die bij bepaalde mensen aanwezig is. Dit is ook het geval bij Victor Leborgne. Dankzij hem is het centrum van Broca aan het licht gekomen en begrijpen we nu hoe taal in de hersenen ontstaat.

De hersenen van Victor Leborgne zijn waarschijnlijk de meest bestudeerde hersenen in de geschiedenis van de neurowetenschappen. Ze worden nog steeds bewaard in het Musée Dupuytren in Parijs en wetenschappers hebben ze duizenden keren onderzocht.

Tot een paar jaar geleden was er echter zeer weinig informatie over deze man, aan wiens hersenen we belangrijke wetenschappelijke bevindingen te danken hebben.

De hersenen van Victor Leborgne stonden meer dan een eeuw in het museum. Dankzij hem zijn wetenschappers erin geslaagd om het gebied te identificeren dat de taal beheerst.

Niemand weet veel over hoe ze daar zijn gekomen, zelfs niet of hij de donatie aan de wetenschap toestond. In ieder geval zijn we hem veel verschuldigd. Zijn toestand verlichtte een pad dat medische onderzoekers konden volgen.

Wetenschap is het grote tegengif voor het gif van enthousiasme en bijgeloof.

-Adam Smith-

Cezary W. Domanski, psycholoog en historicus aan de Maria Curie-Skłodowska Universiteit in Polen besloot het verhaal van Victor Leborgne te onderzoeken. Tot dat moment kende men alleen Victors achternaam.

De overtuigingen van de periode

Zwevende hersenen tegen een blauwe achtergrond

Dr. Paul Broca presenteerde de zaak van Victor Leborgne in 1861 aan de Vereniging voor Antropologie van Parijs. Het was een grote neurologische vondst. Deze arts identificeerde het exacte gebied van de hersenen waar het taalvermogen zich bevindt. Sindsdien kennen we het als het centrum van Broca.

Broca was niet de eerste persoon die erop wees dat de taal waarschijnlijk in de frontale kwab is ontstaan. In die tijd dachten de meeste mensen dat de mentale functies ontstonden in de holtes van de hersenen. Ze geloofden dat de hersenschors niet verder ging dan een simpele laag gemaakt van bloedvaten en weefsels, met nauwelijks enige functie.

De hersenen die hem hielpen om deze theorie te bewijzen behoorden toe aan een man die door Broca simpelweg Mr. Leborgne genoemd werd. Het is niet duidelijk waarom hij dit deed, omdat er toen geen bedenkingen waren over de privacygevoeligheid van een patiënt. We weten alleen dat hij een man was die zijn spreekvaardigheid verloren had.

Het verhaal van Victor Leborgne

Een Poolse historicus genaamd Domanski begon zijn onderzoek in Parijs. Hij kreeg op de een of andere manier de overlijdensakte van een man genaamd Victor Leborgne, die samenviel met de data waarop Dr. Broca zijn beroemde presentatie hield. Vanaf dat moment begon hij de details van het verhaal te reconstrueren.

Victor Leborgne werd geboren op 21 juli 1820, in Moret-sur-Loing, een regio in Frankrijk. Zijn vader was een schoolmeester genaamd Pierre Leborgne en zijn moeder, Margueritte Savard, was een bescheiden huisvrouw. Het echtpaar krijgt zes kinderen en Victor is hun vierde.

Leborgne had van jongs af aan last van toevallen. Desondanks leidde Victor een relatief normaal leven. Hij is opgeleid tot “formier” (een ambachtsman die houten leesten maakt voor schoenfabrikanten). In de stad waar hij geboren is, waren er veel leerlooierijen en was het schoenmakersvak een veelvoorkomend beroep.

Verlies van spraakvermogen en ontdekkingen

Een portret van Paul Broca

Alles wijst erop dat de toevallen waaraan Leborgne leed steeds frequenter en ernstiger werden. Op 30-jarige leeftijd had hij een zeer zware aanval, waardoor hij zijn spraakvermogen verloor. Hij kwam twee maanden na het verlies van zijn spraakvermogen in Hospice de Bicêtre aan en bleef daar de volgende 21 jaar van zijn leven, tot de dag dat hij stierf.

Victor Leborgne had in principe geen andere problemen dan zijn onvermogen om te spreken. Blijkbaar begreep hij alles wat hij hoorde. Toen hij echter probeerde te spreken, kon hij alleen maar “leer” zeggen. Sommige mensen denken dat het iets te maken had met zijn beroep.

Na ongeveer tien jaar begon Leborgne tekenen van achteruitgang te vertonen. Zo werden zijn arm en rechterbeen zwakker en begon hij zijn zicht en cognitieve vermogens te verliezen. Door zijn depressie bleef hij enkele jaren in bed en kreeg hij ook last van koudvuur. Toen vond hij Dr. Broca.

Toen Victor Leborgne stierf, deed Broca zijn autopsie en vond hij een anomalie in zijn frontale kwab. Zo kon hij zijn hypothese testen die de neurowetenschap voorgoed veranderde. De mensheid heeft veel te danken aan deze man, die door de wetenschap tot nu toe is vergeten.

  • Giménez-Roldán, S. (2017). Una revisión crítica sobre la contribución de Broca a la afasia: desde la prioridad al sombrerero Leborgne.