Het verband tussen sociale klasse en ontmenselijking

maart 16, 2019
Maken mensen de rijken minder menselijk? Gebeurt hetzelfde met arme mensen? Lees snel verder!

Wat is het verband tussen sociale klasse en ontmenselijking? Ontmenselijken houdt in dat we ontkennen dat andere mensen menselijke trekken hebben. Het betekent met andere woorden dat we iemand als “minder mens” beschouwen. Meestal gaan mensen leden van bepaalde groepen ontmenselijken.

Dit betekent dat ze sommige mensen “minder mens” vinden omdat ze deel uitmaken van een bepaalde groep. In dit artikel bespreken we het verband tussen sociale klasse en ontmenselijking.

Er zijn verschillen die mensen “opsplitsen” in meerdere groepen. Eén van de belangrijkste opsplitsingen is echter de verdeling in sociale klassen. Die vormen een soort sociale gelaagdheid. Sociale klassen zijn samengesteld uit mensen die gemeenschappelijke sociale of financiële kenmerken delen.

Globaal gezien kunnen we twee sociale klassen omschrijven: rijk en arm. En ongeacht hun eigen klasse gaan sommige mensen één van deze groepen of zelfs beide ontmenselijken.

Wat houdt ontmenselijking in

Wat houdt ontmenselijking in?

Ontmenselijking houdt in dat we geloven dat iemand niet “menselijk genoeg is.” Toch bestaat er verschillende manieren van ontmenselijking: verdierlijking en mechanisatie.

Volgens het tweeledige model van Haslam zijn er twee vormen van verdierlijking (wanneer iemand het gevoel heeft dat de andere persoon typisch menselijke trekken mist). De persoon die ontmenselijkt, meent dus dat de ander bepaalde trekken “mist.” Afhankelijk van de trekken die ontbreken, noemen we het ofwel verdierlijking ofwel mechanisatie.

“Hoewel het een concreet historisch feit is, is ontmenselijking geen gegeven lotsbestemming maar het resultaat van een onrechtvaardige orde die geweld opwekt bij de onderdrukkers die op hun beurt de onderdrukten ontmenselijken.”

-Paulo Freire-

Aan de ene kant bestaat verdierlijking in het negeren van het feit dat iemand trekken heeft die uitsluitend menselijk zijn. Deze eigenschappen zijn kenmerken die ons onderscheiden van dieren. Voorbeelden zijn het cognitieve vermogen, verfijning en fatsoenlijk zijn.

Anderzijds betekent mechanisatie het negeren van de typische kenmerken van de menselijke aard die niet noodzakelijk uniek zijn als we onszelf vergelijken met andere dieren. Voorbeelden hiervan zijn emoties hebben of aardig zijn.

Groepen die de typische menselijke kenmerken “niet bezitten” worden dus vergeleken met dieren. De groepen die de typische kenmerken van de menselijke natuur “niet bezitten,” worden dan vergeleken met levenloze voorwerpen zoals robots.

Waarom bestaat ontmenselijking?

Misschien vraag je jezelf af wat het nut van ontmenselijking is. Er zijn drie redenen waarom mensen anderen ontmenselijken.

Ten eerste rechtvaardigt de ontmenselijking van een andere groep het geweld tegen die groep. Wanneer mensen de leden van een groep minder menselijk vinden, dan is het namelijk gemakkelijker voor hen om te denken dat ze recht hebben op zijn leden.

Dus rechtvaardigen ze het gebruik van geweld wanneer deze groep zich niet gedraagt zoals volgens hun verwachtingen zou moeten.

Ten tweede houdt ontmenselijking hun “status quo” in stand. Er zijn groepen met een hogere en andere met een lagere status. Als een groep ontmenselijkt wordt, dan zal het een lagere status hebben. De andere groep zal dan superieur zijn.

“Hij was zo gruwelijk dat hij niet langer gruwelijk was, alleen maar ontmenselijkt.”

-F. Scott Fitzgerald-

Tenslotte negeert ontmenselijken de ethiek. We hebben allemaal morele waarden die ons gedrag onder controle houden. Moord veroordelen we bijvoorbeeld als verkeerd. Deze waarden gelden echter alleen maar voor mensen.

Als iemand dus een persoon niet menselijk vindt, dan zal het gemakkelijker zijn om geweld te gebruiken tegen die persoon, ook al zeggen zijn waarden iets anders. Dit is de reden waarom de nazi’s geloofden dat Joodse mensen “kakkerlakken” waren.

Waarom bestaat ontmenselijking

Het verband tussen sociale klasse en ontmenselijking

Klassisme (denken in klassen) betekent het gebruik van een reeks houdingen, overtuigingen en gedragingen gericht op mensen op basis van hun sociale klasse of financiële status. Meestal  zijn de rijken of de armen het doelwit.

Klassisme is in feite het vooroordeel ten aanzien van de rijken en de armen. Ontmenselijking is dus een gevolg van klassisme.

Arme mensen worden vaak verdierlijkt. De personen die hen ontmenselijken, zien hen als dieren en niet als mensen. Dit zijn enkele typische eigenschappen die arme mensen volgens de personen die hen ontmenselijken, niet bezitten:

  • fatsoen
  • verstand
  • verfijning

Ze vinden daarnaast ook nog bijvoorbeeld dat arme mensen niet in staat zijn om hun ellendige situatie te overwinnen

Wat de rijken betreft, gaan mensen hen niet verdierlijken. Ze passen op de rijken eerder mechanisatie toe. Het komt dus niet vaak voor dat mensen denken dat de rijken niet fatsoenlijk of niet verfijnd zijn.

Het is echter wel mogelijk dat mensen hun vriendelijkheid en hun vermogen om emoties te hebben ontkennen. Ze vinden dus dat rijke menen kil zijn en niet in staat tot empathie, net als machines.

Samengevat kunnen we zeggen dat mensen die anderen ontmenselijken, de rijken als machines zien en de armen als dieren. Op deze manier kunnen de groepen van de middenklasse hun status behouden.

Ze behandelen de armen met minachting, net als ze met dieren doen. De rijken behandelen ze afstandelijk, met angst en respect. Ze geloven immers dat mensen met een hogere status alles kunnen doen wat ze maar willen.

  • Sainz Martínez, M. (2018). Consecuencias de la animalización de los pobres y la mecanización de los ricos en el mantenimiento de las diferencias socioeconómicas (tesis doctoral). Universidad de Granada. Recuperada de http://digibug.ugr.es/bitstream/handle/10481/52432/29111924.pdf?sequence=4&;isAllowed=y
  • Sainz, M., Martínez, R., Moya, M., & Rodríguez-Bailón, R. (2018). Animalizing the disadvantaged, mechanizing the wealthy: The convergence of socioeconomic status and humanity attributions. International Journal of Psychology. doi:10.1002/ijop.12485