Relational frame theory en menselijk gedrag

mei 22, 2020
Volgens de relational frame theory (RFT) kunnen bepaalde eigenschappen van taal leed veroorzaken en bevorderen. Een daarvan zou zijn wanneer we letterlijk geloven wat onze gedachten, emoties en gevoelens ons vertellen en handelen volgens wat ze ons voorschrijven.

Relational frame theory (RFT) is een theorie over taal en cognitie die dient als experimentele basis voor acceptance and commitment therapy (ACT). Vanuit het perspectief van de relational frame theory zijn gedrag en taal intrinsiek dan ook met elkaar verbonden.

Dit raamwerk geeft een functionele verklaring voor een aantal van de bevindingen die zijn afgeleid van cognitief onderzoek naar taal. Het biedt ook de basis voor het bestuderen van fenomenen op een monistische manier. Het is een theorie die erop gericht is de zogenaamde “mentale processen” op een operationele en experimentele manier te bestuderen.

Relational frame theory: concepten en eigenschappen

Om te begrijpen wat een relationeel kader is, moet je weten dat de mens niet alleen leert van directe ervaringen. Ze leren ook indirect door stimuli los te koppelen van hun fysieke eigenschappen. Deze toegevoegde taalkundige waarde van de stimuli conditioneert mogelijk het vermogen om relaties en functies te sturen.

Een vrouw zit op de bank met haar knieën opgetrokken

Eigenschappen van de relationeel kader (relational frame)

Om zowel cognitie als taal te koppelen en te transformeren zijn er drie eigenschappen aanwezig, namelijk de volgende:

  • Wederzijdse binding. Bij een relatie tussen twee stimuli gaat het om het reageren op de ene in termen van de andere, en vice versa. Als A in een bepaalde context direct gerelateerd is aan B, dan is dus er een afgeleide relatie tussen B en A.
  • Gecombineerde binding. Een van de bepalende kenmerken van relationele kaders heeft te maken met het vermogen om gebeurtenissen onderling te combineren. Als A op een karakteristieke manier gerelateerd is aan B, en A is gerelateerd aan C, dan zouden B en C ook gerelateerd zijn.
  • Functietransformatie. Als een prikkel een functie heeft, en een andere prikkel legt daar in die context een relatie mee aan, dan wordt de functie van beiden door de relatie getransformeerd. Als iemand je bijvoorbeeld vertelt dat er een beter en goedkoper product is dan het product dat je gewoonlijk gebruikt, dan neemt de kans toe dat je het koopt. De functie ervan is dus getransformeerd door de relatie die is vastgesteld.

Soort contextuele aanwijzingen in relational frame theory

Onderlinge koppelingen, meervoudige koppelingen en transformaties van functies zijn componenten van een breder relationeel reactiepatroon. De relational frame theory noemt deze koppelingen relationele kaders. Deskundigen gebruiken dit concept om uit te leggen hoe we associaties leren maken die zijn afgeleid van hoe stimuli zich tot elkaar verhouden.

Relationele kaders kunnen dan worden gecombineerd om verbale regels te genereren die het gedrag bepalen. Dit proces stelt mensen in staat om te organiseren, te voorspellen en te controleren hoe de gevolgen worden verkregen in relatie tot de context. Op deze manier kun je dus anticiperen op toekomstige situaties zonder deze te hebben ervaren.

Contextuele sleutels van relational frame theory

Iedere leercontext biedt meerdere stimuli die het potentieel hebben om de waarde te verwerven van de sleutels, die de ontwikkeling van relationele kaders bepalen. RFT onderscheidt twee subtypes van contextuele sleutels, namelijk:

  • Degenen die het soort relatie bepalen (Crel). De meest opvallende soorten zijn onder andere:
    • coördinatie
    • oppositie
    • onderscheid
    • vergelijking
    • ruimtelijk
    • temporeel
    • causaal
    • hiërarchisch
    • deïctisch
  • Elke stimulus of gebeurtenis kan meerdere psychologische functies hebben. Om deze reden zal een tweede klasse van contextuele aanwijzingen (Cfunc) specificeren welke stimulusfuncties zullen worden getransformeerd (Torneke, 2010).

Een verklaring voor menselijk lijden

In dit theoretisch kader kan men dus afleiden dat bepaalde taaleigenschappen psychologisch lijden heel gewoon maken. Een daarvan zou het vermogen zijn om letterlijk te geloven wat onze gedachten, emoties en gevoelens ons vertellen en dan te handelen volgens wat ze voorschrijven.

Op deze manier, als iemand zichzelf als “nutteloos” en “niets waard” beschouwt, zal dit waarschijnlijk zijn houding sterk beperken. We zouden kunnen zien hoeveel mensen hun doelen opgeven hoewel die binnen hun mogelijkheden liggen, alleen omdat ze denken dat ze die nooit zullen bereiken.

Soorten verbale regels in de relational frame theory

Relational frame theory is hier dieper op ingegaan. Het is bedoeld om de belangrijkste vormen van verbale regulering te verklaren (Luciano en Wilson, 2002), namelijk op de volgende manieren:

Pliance regels

Bij dit soort regels worden de gevolgen bereikt door ze na te leven. Degene die de regel heeft opgesteld, past de gevolgen toe. Dit is gedrag dat voor een groot deel wordt bepaald door wat de culturele context bepaalt. Een moeder zegt bijvoorbeeld: “Als je je bord niet leegeet, krijg je straf van mij.”

Tracking regels

Dit is verbaal gereguleerd gedrag dat de mens begeleidt om specifieke versterkende prikkels te ontvangen in de gegeven context. Deze associëren direct met de gevolgen die het gedrag veroorzaakt.

Bijvoorbeeld: “Als je eet, zul je geen honger hebben en je zult je beter voelen.” In dit geval zouden de gevolgen afhankelijk zijn van de kenmerken van het voedsel. Ze zijn dus onafhankelijk van de persoon die de regel heeft aangegeven.

Augmentatieregels

Dit is een transformatie van functies die bepaalt of een verbale stimulus, object of gebeurtenis een versterkende of aversieve waarde krijgt. Het is echter belangrijk om op te merken dat ze altijd werken in combinatie met pliance en tracking regels.

Augmentatie is een verbale regel die de versterkende eigenschappen van een stimulus die als gevolg daarvan functioneert, verandert. Of, met andere woorden, het vergroot of verkleint de kans dat een dergelijke prikkel ons gedrag beïnvloedt.

Als je bijvoorbeeld met een paar vrienden langs een ijssalon loopt, zou een van hen kunnen zeggen: “Oh, ik zou nu wel een ijsje lusten!” Als je deze uitdrukking hoort, dan kun je tot op zekere hoogte de smaak van het ijs proeven. Dit vergroot de kans dat je er een koopt.

Een man denkt na met de hand onder de kin

Gedragspatronen die worden bepaald door verbale regels

Mondelinge regels stellen ons in staat om ons gedrag te sturen, afhankelijk van de sociale context. Ze kunnen echter ook verschillende negatieve effecten hebben:

  • Een rigide interpretatie van de pliance regels betekent dat het individu ongevoelig is voor de gevolgen van zijn handelen in een sociale context. Een voorbeeld hiervan is: “Je moet veel lijden om een goede moeder te zijn.” De starheid van de uitspraak zou de moeder dus beperken in haar mogelijkheden om haar basisrechten te verdedigen.
  • Tracking regels bepalen het gedrag dat gericht is op het verkrijgen van kortetermijnbeloningen. Dit beperkt echter vaak de vorming van correct gedrag, wat op zijn beurt weer een verdere persoonlijke ontwikkeling zou betekenen. Een voorbeeld hiervan zou zijn dat iemand denkt dat hij of zij drugs moet gebruiken om te kalmeren, maar niet denkt aan de gevolgen op lange termijn.
  • Augmentatieregels werken in coördinatie met de rigide of contraproductieve controle van regels. Ze kunnen on-emotionele functies in persoonlijke omstandigheden specificeren, bijvoorbeeld “Zorgen maken maakt het onmogelijk om te leven.” Ook appetitieve functies voor constante en onbereikbare emotionele omstandigheden vallen hieronder, zoals “Als je gelukkig bent, ben je gezond.”

Bijdragen en voordelen van relational frame therapy

Relational frame theory heeft geleid tot de ontwikkeling van een analytisch systeem dat veel voordelen biedt, zoals:

  • Het is een benadering gebaseerd op een relatief klein aantal basisprincipes en concepten om de fenomenen van taal en cognitie te verklaren.
  • Het stelt ons in staat om een studie van de menselijke taal uit te voeren in overeenstemming met de processen die deze taal samenstellen, en waarvan de definitie zorgvuldig is gespecificeerd.
  • Het heeft een brede reikwijdte en biedt plausibele verklaringen en nieuwe empirische benaderingen voor een breed scala aan complexe menselijke gedragingen.

De principes zijn toegankelijk voor directe observatie, vooral in laboratoriumomstandigheden. Deskundigen hebben het aan verschillende empirische testen onderworpen en het heeft ze allemaal doorstaan. Klinische toepassingen zijn effectief gebleken en veel potentiële toepassingen zijn nog in ontwikkeling.

  • Barnes-Holmes, D., Hayes, S. C. y Dymond, S. (2001). Self and self-directed rules. En S.C. Hayes, D. Barnes-Holmes y B. Roche (Eds.), Relational Frame Theory: A Post-Skinnerian account of human language and cognition (pp.119-139). Nueva York: Plenum Press.
  • Barnes-Holmes, D., Hayes, S. C. y Roche, B. (2001). The (not so) strange death of stimulus equivalence. European Journal of Behaviour Analysis, 1, 35-98.
  • Beck, A., Rush, A.J., Shaw, B.F. y Emery, G. (1979). Cognitive therapy of depression. Nueva York: Guilford Press.