Jerome Bruner: 9 theorieën voor een beter onderwijs

· oktober 27, 2018

Jerome Bruner is één van de auteurs van een revolutie in de cognitieve psychologie die de klassieke computationele modellen volgt (het praktisch en creatief inzetten van digitale tools om een probleem op te lossen). Volgens het standpunt van Bruner was de psychologie vervallen in een overdreven toepassing van het machinale en mechanische model.

Om dat om te keren pleitte Bruner voor een methode op basis van de culturele psychologie. Zijn betoog was dat geen enkele hersenactiviteit onafhankelijk is van de sociale context waarin het optreedt. Voor Bruner was het dus onmogelijk om te begrijpen wat er in de geest gebeurt zonder rekening te houden met de culturele omstandigheden.

Bruner heeft grote bijdragen geleverd aan de onderwijspsychologie, van de cognitieve psychologie tot de leertheorieën. Hij heeft de implicaties ontleed van de culturele psychologie op het onderwijs. Met deze analyse probeerde hij veranderingen door te voeren in een onderwijssysteem dat steunde op reductionistische (de mens kan herleid worden tot zijn fundamentele fysische eigenschappen) ideeën en uit het hoofd leren. Jerome Bruner wou een constructivistisch onderwijs dat zich richtte op het individu.

Met dit doel voor ogen stelde Jerome Bruner 9 theorieën voor. Volgens hem moest de onderwijspsychologie die theorieën invoeren om het onderwijssysteem te verbeteren. We houden je dus niet langer in spanning. Laten we deze theorieën eens uitgebreider bekijken.

De onderwijstheorieën van Jerome Bruner

De onderwijstheorieën van Jerome Bruner

Perspectivisme

We zullen het ten eerste hebben over één van de belangrijkste ideeën achter de begrippen van Jerome Bruner. Hij geloofde dat elke ontwikkeling van kennis afhankelijk is van het perspectief van waaruit het opgebouwd is. De betekenissen zijn dus niet absoluut of objectief.

Ze hangen immers grotendeels af van het standpunt van de persoon. Willen we de betekenis begrijpen, dan houdt dit in dat we het samen met alle andere mogelijkheden moeten begrijpen. Of ze juist of verkeerd zijn, zal afhangen van het perspectief van de context.

De interpretaties van de betekenis zullen ons de aanvaarde manieren tonen waarop de werkelijkheid in een cultuur opgebouwd wordt. Individuen interpreteren die manieren dan door middel van hun eigen cognitieve filter. Uiteindelijk hebben we allemaal dus constructies die tegelijkertijd op elkaar lijken en uniek zijn.

Perspectivisme

De theorie van beperkingen

De volgende theorie gaat over de beperkingen die bestaan wanneer we aan iets betekenis geven. Jerome Bruner had het over twee belangrijke begrenzingen die een rol spelen wanneer we betekenis geven.

  • De eerste beperking is eigen aan de manier waarop menselijke wezens functioneren. Ons evolutionaire proces heeft ons gespecialiseerd in het weten, denken, voelen en waarnemen op een bepaalde manier.
  • De tweede verwijst naar de beperkingen die het symbolische systeem oplegt. Dit systeem gebruiken we om mentale bewerkingen uit te voeren. De hypothese van Sapir en Whorf is de basis voor deze beperking. Het bevestigt dat de taal de manier beïnvloedt waarop jij je gedachten uitdrukt en formuleert.

De constructivistische theorie

Wanneer we het hebben over de opbouw van kennis en betekenisgeving, dan moeten we vanuit een constructivistisch model vertrekken. Het constructivisme zegt dat de werkelijkheid waarin we leven, een constructie is. Om het met de woorden van Nelson Goodman te zeggen “de werkelijkheid wordt gemaakt, niet gevonden.”

De maatschappij moet het onderwijs baseren op hoe ze kinderen kunnen helpen om de culturele instrumenten te verwerven die ze nodig hebben om op een kritische en aangepaste manier betekenis te geven. Je zou dus kunnen zeggen dat het onderwijssysteem goede architecten en bouwers van kennis moet ontwikkelen. Het onderwijs mag geen kennis overbrengen.

De constructivistische theorie in het onderwijs

De interactionele theorie

Net als elke vorm van uitwisseling tussen mensen veronderstelt het uitwisselen van kennis dat er een gemeenschap van mensen bestaat die met elkaar omgaan. Kinderen leren bijvoorbeeld over cultuur en wereldvisie door hun interactie met anderen. Mensen zeggen vaak dat deze onderling verbonden gemeenschap ontstaan is uit het geschenk van de taal.

Eigenlijk is het echter een gevolg van de sterke intersubjectiviteit tussen individuen. Het menselijke vermogen om de geest van andere mensen te begrijpen vormt de basis van deze intersubjectiviteit (de theorie van de geest).

De theorie van de externalisering

Deze theorie is gebaseerd op het idee dat het de doelstelling van elke collectieve culturele activiteit is om “projecten” of externe producten te scheppen. Het voordeel van een externaliserende cultuur is de schepping van een sociale identiteit. Deze identiteit bevordert ook de collectieve solidariteit.

Deze geëxternaliseerde werken creëren een groep van gedeelde manieren van denken. Het gebruik van externaliseringen (boeken bijvoorbeeld) is de basis van het onderwijssysteem. Het systeem gebruikt boeken om over te brengen hoe we moeten handelen. Dat hangt dan weer af van de cultuur waarin het onderwijssysteem bestaat.

De instrumentele theorie

Het onderwijs heeft ook gevolgen. Het maakt niet uit hoe we onderwijzen of welke cultuur het is. Het onderwijs beïnvloedt de levens van de personen die het krijgen. We weten ook dat de gevolgen voor mensen instrumenteel zijn. Tegelijkertijd (in een minder persoonlijke betekenis) zijn mensen ook de instrumenten van een cultuur en zijn instellingen.

Deze theorie beklemtoont dat het onderwijs nooit neutraal is. Het heeft altijd sociale en economische gevolgen. Die gevolgen hebben een instrumenteel nut voor bepaalde machten of voor andere. Het onderwijs is dan in de ruimste zin een politiek onderwerp.

De instrumentele theorie in het onderwijs

De institutionele theorie

De zevende theorie van Jerome Bruner is institutioneel. Hij zei dat het onderwijs zich als een instelling gedraagt naarmate het in de ontwikkelde wereld geïnstitutionaliseerd wordt. De rol van het onderwijs onderscheidt het echter van andere instellingen. Het doel van het onderwijs is om kinderen voor te bereiden om actiever deel te nemen aan andere activiteiten die verbonden zijn met de cultuur.

Het gevolg is dat de institutionalisering van het onderwijs vele implicaties heeft voor het onderwijs zelf. De aard van het onderwijs is bepalend voor de functies die elke speler in het onderwijs heeft. Het bepaalt ook de status en het respect die ze krijgen.

De theorie van identiteit en zelfvertrouwen

Het meest universele element van de menselijke ervaring is wellicht het fenomeen ‘zelf’. Een andere manier om het te omschrijven is ‘zelfbeeld’ of ‘zelfbewustzijn’. We kennen onszelf wegens onze eigen innerlijke ervaring.

We herkennen ook het bestaan van andere ‘ikken’ in de geest van anderen. Sommige takken van de sociale psychologie stellen dat zelfbewustzijn alleen optreedt omdat de identiteiten van anderen bestaan.

Het onderwijs speelt dus een belangrijke rol in de vorming van het zelfbewustzijn en van het zelfvertrouwen. Dat is ook de reden dat het fundamenteel is dat het onderwijssysteem rekening houdt met de gevolgen van een formele instructie op de vorming van de persoonlijke identiteit.

De identiteitstheorie in het onderwijs

De verhalende theorie

Tenslotte hebben we de verhalende theorie. Deze theorie verwijst naar manieren van denken en voelen. Het gaat dan vooral over de wijze waarop individuen denken en voelen wanneer ze de individuele wereld scheppen waarin ze leven.

Een fundamenteel onderdeel van dit proces is volgens Bruner het narratieve vermogen wanneer we verhalen ontwerpen. Eigenlijk is dit één van de grootste bijdragen van Bruner aan de psychologie. Hij bracht het belang van verhalen in de culturele psychologie onder de aandacht.

Mensen hebben altijd aangenomen dat het verhalende vermogen op een natuurlijke manier komt en niet hoeft aangeleerd te worden. Maar als je het van nabij bekijkt, zie je dat dit helemaal niet waar is. Het onderwijs wijzigt de verhalende eigenschap en het verhalend vermogen van mensen. Daarom is het belangrijk de invloed onder controle te houden die het onderwijssysteem op het scheppen van verhalen heeft.