Het overbelastingssyndroom: wanneer trainen gevaarlijk wordt

· april 26, 2019
Als jouw training intenser wordt en je minder tijd hebt om tussen trainingssessies te herstellen, dan moet je voorzichtig zijn. Je loopt hierbij niet alleen de kans dat het je prestatie aantast, het kan ook een negatief effect hebben op je gezondheid.

Iedereen weet dat trainen een fundamenteel onderdeel is om gezond te zijn. Net als alles in het leven is ook hier evenwicht de sleutel. Regelmatige en consequent trainen is nodig voor je welzijn.  Te veel trainen is echter niet alleen schadelijk voor je lichaam, het kan ook tot het overbelastingssyndroom leiden.

Wanneer je traint, is het belangrijk dat je er niet te veel tijd aan besteedt. Blijf dus verder lezen. Leer meer over het overbelastingssyndroom en hoe je het kan voorkomen.

“Mijn kracht was dat ik meer in evenwicht en rustiger ben dan de meeste rijders.”

-Miguel Indurain-

Wat is het overbelastingssyndroom?

Trainen heeft ontelbare positieve effecten op de gezondheid. Aan de psychologische kant vermindert het depressie en angstgevoelens. Het helpt je ook om beter met stress om te gaan.

Trainen verbetert bovendien jouw zelfvertrouwen en je relaties met anderen. Vanuit een lichamelijk standpunt helpt trainen om overgewicht en cardiovasculaire stoornissen te voorkomen.

Wat is het overbelastingssyndroom

De problemen ontstaan wanneer je begint met een aanzienlijke hoeveelheid tijd te besteden aan trainen of aan het beoefenen van een sport.

Als jouw training intenser wordt en je hebt minder tijd om tussen de trainingssessies te herstellen, dan moet je voorzichtig zijn. Dit kan immers niet alleen je prestatie beïnvloeden. Het kan echter ook een negatief effect op je lichaam hebben.

Je kan je ook volledig in beslag genomen voelen door de sport die je beoefent. Op geestelijk en lichamelijk vlak voel jij je dan uitgeput. Misschien ervaar je een slechte gemoedstoestand en voel je je apathisch. Je kan ook slaapproblemen hebben.

Als deze symptomen aanhouden en chronisch worden, dan heb je wellicht het overbelastingssyndroom. Op dat moment is je lichaam zo vol dat je er niet meer in slaagt om van je lichamelijke inspanning te herstellen. Dit beïnvloedt jouw prestatie.

Wat dit syndroom lastig maakt, is dat vele atleten hun training verhogen wanneer ze merken dat hun prestatie vermindert. Dat zorgt voor een vicieuze cirkel. Ze gaan er dus van uit dat ze het niet zo goed doen omdat ze onvoldoende trainen. Dus gaan ze zelfs nog meer trainen. Het gevolg is dat hun symptomen en hun prestatie erger worden.

Wat zijn de symptomen van het overbelastingssyndroom?

Fysiologische en psychologische veranderingen zijn één teken van het overbelastingssyndroom. Een ander signaal zijn de onaangepaste symptomen.

Meestal lijdt een persoon met het overbelastingssyndroom aan vermoeidheid, slapeloosheid, verlies van eetlust, gewichtsverlies, hoofdpijn, spierpijn, regelmatige infecties, verteringsproblemen en zelfs amenorroe en osteoporose.

Op psychologisch vlak lijden mensen met dit syndroom aan depressie, angstgevoelens, een beschadigd zelfvertrouwen, apathie, geestelijke vermoeidheid, problemen met de concentratie en emotionele instabiliteit.

Ze kunnen ook veranderingen merken in hun atletische prestatie. Hun kracht, weerstand, snelheid en coördinatie kunnen hieronder lijden.

Je kan je wel voorstellen dat iemand met het overbelastingssyndroom ook meer technische fouten maakt. Het gevolg is dat ze het moeilijker hebben om hun vooropgestelde doelen te halen. Dit is echter nog niet alles. Op het fysiologische niveau pieken hun hartslag, hun bloeddruk en hun zuurstofverbruik.

“Als je geen vertrouwen hebt, dan zal je altijd een manier vinden om niet te winnen.”

-Carl Lewis-

Wat kan je tegen dit syndroom doen?

Als je op dit punt gekomen bent, dan is het niet voldoende om de training even te onderbreken. Dat is ook de reden waarom het zo belangrijk is dat je het overbelastingssyndroom zo snel mogelijk vaststelt.

Als je hoopt om de effecten om te keren, dan moet je meerdere grote veranderingen doorvoeren. Je moet de hoeveelheid trainingstijd en de intensiteit van je training verminderen. Zorg ook voor meer tijd om tussen de sessies te herstellen.

Wat kan je aan dit syndroom doen

Het is bovendien ook belangrijk en handig dat je variatie in je trainingsprogramma inbrengt. Probeer dus om verschillende soorten oefeningen te doen die je graag doet. Het is eveneens van belang dat je jouw motivatie en je zelfvertrouwen stimuleert.

“Je kan niet aan alles een grens stellen. Hoe meer je droomt, hoe verder je komt.”

-Michael Phelps-

Tenslotte moet je ook leren hoe je op een doeltreffende manier kan omgaan met de emotionele problemen waarmee het overbelastingssyndroom gepaard gaat. Installeer dus enkele gezonde gewoonten en geef voorrang aan een goed voedingspatroon en heel veel rust.

Uitgelichte afbeeldingen met dank aan Joshua Jordan en Marc Rafanell Lopez.