Het leven van Pi: verbeelding als verdediging

· maart 8, 2019

Het leven van Pi is een roman van Yann Martel over Pi, een jonge man die moet leven of sterven. Uiteindelijk blijkt zijn verbeelding het enige te zijn dat Pi kan helpen overleven.

De uitdagingen waar hij door het hele verhaal heen voor komt te staan, testen zijn geloof en waarden. In het verhaal is Pi een jonge man met sterke waarden.

Al sinds zijn kindertijd probeert hij de waarheid van het bestaan te ontdekken door te geloven in verschillende religies. Pi was een christen, een hindoe en een islamist. Zijn geloof stelde hem in staat een diepe empathie en respect voor alle levende wezens te ontwikkelen.

In Het leven van Pi bevindt de protagonist zich in een gevaarlijke situatie. Pi moet kiezen tussen sterven door uitdroging en honger, of overleven door zijn waarden te verloochenen. Uiteindelijk kiest hij voor het leven, hoe zeer hij hiervoor ook tegen zijn geloof in moet gaan.

Wanneer hij wordt gered, wordt hij gevraagd om alles te omschrijven wat hij tijdens zijn reis over de oceaan heeft meegemaakt. Pi beschrijft een buitengewone opeenvolging van gebeurtenissen.

Hij beschrijft hoe hij zich op een klein vlot in het midden van de oceaan bevond samen met vier dieren: een orang-oetan, een zebra, een hyena en een Bengaalse tijger. Zijn verhaal is echter erg ongeloofwaardig.

In het verhaal zetten de functionarissen die hem ondervragen Pi erg onderdruk om te vertellen wat er werkelijk is gebeurd. Dus besluit Pi een veel realistischer maar ook veel duisterder verhaal te vertellen. De dieren zijn de denkbeeldige tegenhangers van vier menselijke personages.

De persoonlijkheden van deze vier mensen brachten Pi ertoe om ze te associëren met de dieren. Pi gebruikte zijn verbeelding om zich te verdedigen tegen de vreselijke gebeurtenissen die hij moest meemaken. Dit stelde hem in staat zijn waarden hoog te houden terwijl hij verloren was midden op de oceaan.

Pi in een bootje met een tijger

Het leven van Pi: verbeelding als verdediging

Onze verbeelding is erg krachtig. Het stelt onze geest in staat om dingen te creëren die verder gaan dan de dingen die we elke dag meemaken. Doordat het zien van de mensen op de boot als dieren een verdedigingsmechanisme was, kunnen we zien dat Pi zijn verbeelding gebruikte om te overleven.

Jonathan Durden maakt een zeer sterk argument in het voordeel van Pi’s verbeelding als een verdedigingsmechanisme door parallellen te trekken tussen de twee verhalen die hij in het boek vertelt. Het zijn de overeenkomsten tussen de dieren en de mensen in beide verhalen die tot deze theorie leiden.

In werkelijkheid zijn de menselijke personages in het verhaal van Pi zijn moeder, een jonge zeeman, de kok van het schip en Pi zelf. De orang-oetan vertegenwoordigt de moeder van Pi, de wilde hyena is de kok en de zebra vertegenwoordigt de zeeman. De Bengaalse tijger dient tot slot als een alter ego voor Pi zelf.

Het is mogelijk dat een persoon in een stressvolle situatie, zoals een schipbreuk, zijn verbeeldingskracht kan gebruiken om zijn gezonde verstand te beschermen. In het geval van Pi stond zijn verbeelding hem toe om de mensen op het vlot als dieren waar te nemen.

Dit was voor een deel te danken aan Pi’s ervaring met het verzorgen van dieren in de dierentuin van zijn familie. Hij begreep hun gedrag en kon het hierdoor zien als instinctieve reacties.

De tijger is een geweldig voorbeeld. Pi had enorm veel kennis van zoölogie. Het is echter onwaarschijnlijk dat hij al deze kennis in slechts een paar dagen onder de knie had.

De tijger dient daarom als een projectie van Pi’s verbeelding. De creatie van dit dier was de reden waarom Pi zo lang kon overleven. Dankzij de tijger kon Pi dingen doen die voor hem als mens onbegrijpelijk zouden zijn, maar voor een tijger volkomen normaal waren.

Is het gebruik van zijn verbeelding de juiste keuze?

Tegen het einde van het boek stelt ​​Pi de belangrijkste vraag in zijn verhaal. Het is de vraag die op de een of andere manier verklaart waarom hij erop staat zijn toevlucht te nemen tot zijn verbeelding:

Dus zeg eens, want het maakt voor u feitelijk geen verschil en u kunt de vraag hoe dan ook niet bewijzen, welk verhaal heeft uw voorkeur? Wat is het betere verhaal, het verhaal met dieren of het verhaal zonder dieren?

-Pi, Het leven van Pi-

Scene uit de film life of pi

De vraag lijkt een allegorie te zijn voor religieus geloof en Pi’s eigen leven. Op het moment dat Pi de vraag stelt, lijkt het erop dat hij weet dat het verhaal met de dieren een product van zijn eigen verbeelding is. Hij lijkt echter ook te weten dat zijn verbeelding geen negatieve eigenschap is. Pi weet dat het hem toestond de uitdagingen die hij moest doorstaan ​​te overleven.

Pi realiseerde zich dat hoewel het verhaal met de mensen waar is, hij door de mensen te zien als dieren de situatie beter kon begrijpen. Tegelijkertijd kan Pi, door zijn ervaring middels de dieren begrijpelijk te maken, ook zijn eigen menselijkheid zien.

Als ik nog steeds de wil had om te leven, dan was het dankzij Richard Parker. Hij weerhield me ervan te veel na te denken over mijn familie en mijn tragische omstandigheden. Hij stuurde me aan verder te gaan met mijn leven. Ik haatte hem daarvoor, maar tegelijkertijd was ik dankbaar. Ik ben dankbaar. Het is de simpele waarheid: zonder Richard Parker zou ik vandaag niet in leven zijn om je mijn verhaal te vertellen.

-Pi, Het leven van Pi-

Dus…

Als hij zijn verbeelding niet als verdedigingsmechanisme had gebruikt, was Pi waarschijnlijk gek geworden. Onze verbeelding kan een zeer nuttig hulpmiddel zijn om met situaties om te gaan die boven ons uitstijgen.