Gemengde angststoornis en depressieve stoornis: definitie, oorzaken en behandeling

juni 16, 2018 in Psychologie 0 gedeeld
Gemengde angststoornis en depressieve stoornis: definitie, oorzaken en behandeling

Gemengde angststoornis en depressieve stoornis is controversieel en het wordt niet  in alle bestaande diagnostische classificaties opgenomen. Het is niet zo dat het bestaan ervan niet wordt erkend, maar soms wordt het beschouwd als een depressieve stoornis met secundaire angstige eigenschappen, en niet als één enkele stoornis.

De symptomen van een gemengde angststoornis en depressieve stoornis zijn angst en depressie, Maar geen van beide heeft duidelijk de overhand. Beiden hebben evenmin voldoende intensiteit om een afzonderlijke diagnose te rechtvaardigen.

Deze aandoening manifesteert zich met een mix van relatief milde symptomen die vaak worden gezien in de eerstelijnszorg. Het komt veel voor bij de algemene bevolking.

De combinatie van depressieve en angstige symptomen veroorzaakt een aanzienlijke verslechtering van het functioneren van de  persoon.

Degenen die tegen deze diagnose zijn, vinden echter dat het bestaan van deze diagnose psychologen ervan weerhoudt om de tijd te nemen die nodig is om een volledige psychiatrische geschiedenis van een patiënt te verkrijgen. Zo’n psychiatrische geschiedenis zou hen in staat stellen om echte depressieve stoornissen te onderscheiden van echte angststoornissen.

Wanneer wordt een gemengde angststoornis en depressieve stoornis vastgesteld?

Om het te diagnosticeren, moeten er symptomen van angst en lage intensiteit van depressie aanwezig zijn. Daarnaast moeten er enkele symptomen zijn zoals trillingen, hartkloppingen, droge mond en maagpijn.

Een aantal studies heeft aangetoond dat huisartsen niet echt gevoelig zijn voor het opsporen van een gemengde angststoornis en depressieve stoornis. Het is echter mogelijk dat dit gebrek aan erkenning het ontbreken van een geschikt diagnostisch label voor deze patiënten laat zien.

Man met angst en depressie

Symptomen van gemengde angststoornis en depressieve stoornis

De klinische verschijning van deze aandoening combineert de symptomen van angststoornissen en symptomen van depressieve stoornissen.

Daarnaast zijn er vaak symptomen van hyperactiviteit van het autonome zenuwstelsel, zoals buikpijn en indigestie. Dit is vaak de reden waarom patiënten een arts bezoeken.

DSM-IV onderzoekscriteria voor gemengde angststoornis en depressieve stoornis

Het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) stelt een reeks criteria voor de diagnose van deze aandoening. Zoals we al hebben gezegd, is het echter alleen voor onderzoeksdoeleinden. Laten we eens kijken:

Het essentiële kenmerk van deze aandoening is een hardnekkige of terugkerende dysforie die minstens een maand duurt. Deze gemoedstoestand gaat gepaard met bijkomende symptomen van dezelfde duur, waaronder minimaal vier van de volgende symptomen:

  • Moeilijkheden met de concentratie of het geheugen, slaapstoornissen, vermoeidheid of gebrek aan energie.
  • Acute prikkelbaarheid.
  • Terugkerende en intense zorgen.
  • Snel huilen, of gevoelens van wanhoop, pessimisme over de toekomst, gevoel van nutteloosheid en laag zelfbeeld.
  • Overgevoeligheid, verwacht altijd gevaar.

Deze symptomen veroorzaken een aanzienlijk klinisch ongemak of een verslechtering van sociale, professionele of andere belangrijke activiteiten.

Aan de andere kant zou gemengde angststoornis en depressieve stoornis niet de diagnose moeten zijn als de symptomen het gevolg zijn van het direct effect van een stof of een medische aandoening. Of als het individu op enig moment heeft voldaan aan de diagnostische criteria voor een zware depressie, aanhoudende depressie of gegeneraliseerde angststoornis.

Deze diagnose wordt ook ongeschikt als er aan de criteria voor elke andere angst of stemmingsstoornis tegelijkertijd wordt voldaan. Zelfs als deze gedeeltelijke in remissie zijn.

Het is ook noodzakelijk dat de reeks symptomen niet past bij een andere mentale stoornis. De eerste informatie over deze aandoening is afkomstig van eerstelijnszorginstellingen, waar de aandoening vaker voorkomt. Dit geldt waarschijnlijk ook voor poliklinische patiënten.

Nagelbijten

Wat is de impact van gemengde angststoornis en depressieve stoornis?

Het naast elkaar bestaan van een ernstige depressieve stoornis met een angststoornis komt veel voor. Twee derde van de patiënten met depressiesymptomen heeft ook duidelijke symptomen van een angststoornis. Een derde daarvan voldoet aan de diagnostische criteria voor een paniekstoornis.

Een aantal onderzoekers heeft gemeld dat 20% tot 90% van alle patiënten met angststoornissen periodes van een depressie hebben. Deze gegevens suggereren dat het naast elkaar bestaan van symptomen van depressie en angst die niet voldoen aan diagnostische criteria voor depressieve of angststoornissen zeer vaak voorkomt.

Op dit moment zijn er echter geen formele epidemiologische gegevens over gemengde angststoornis en depressieve stoornis. Maar een aantal onderzoekers heeft geschat dat deze aandoening bij 10% de algemene bevolking voorkomt. In de eerstelijnszorg is dat echter 50%. Conservatievere schattingen suggereren dat het bij 1% van de algemene bevolking voorkomt.

Wat veroorzaakt deze aandoening?

Vier onderzoekslijnen suggereren dat symptomen van angst en depressie verband houden met geïdentificeerde oorzaken.

Ten eerste hebben verscheidene onderzoekers vergelijkbare neuro-endocriene oorzaken voor depressieve en angststoornissen gevonden. Deze omvatten onder meer vermindering van:

  • de reactie van cortisol op het corticotropine hormoon
  • de reactie van het groeihormoon op clonidine
  • schildklierhormonen
  • de reactie van prolactine op het thyrotropine-vrijmakende hormoon

Ten tweede hebben verschillende onderzoekers gegevens gepresenteerd. Die erkennen hyperactiviteit van het noradrenaline systeem als een relevante factor in de oorsprong van depressie en angststoornissen bij bepaalde patiënten.

Mark Gluck et al. Learning and Memory, 2013.

In het bijzonder hebben deze studies ontdekt dat patiënten met depressies of angststoornissen die een actieve crisis ervaren, een hoge concentratie MHPG in hun urine, plasma of ruggenmergvloeistof hebben.

Net als bij andere angst- en depressieve stoornissen kunnen serotonine en GABA ook gekoppeld worden aan het ontstaan van de gemengde angststoornis en depressieve stoornis.

Ten derde hebben vele studies ontdekt dat SSRI’s nuttig zijn bij de behandeling van zowel depressieve als angststoornissen. Dit zijn Selective Serontonin Reuptake Inhibitor, zoals fluoxetine en clomipramine,

Ten slotte hebben verschillende familiestudies gegevens opgeleverd. Daaruit blijkt dat angst en depressieve symptomen genetisch worden doorgegeven. In ieder geval in sommige gezinnen.

Het verloop van de aandoening en prognose

Volgens de huidige klinische informatie lijkt het erop dat patiënten in het begin dezelfde kans hebben op een overheersing van angst- of depressiesymptomen, of een proportioneel mengsel daarvan.

Tijdens het verloop van de ziekte kunnen angst en depressieve symptomen elkaar afwisselen in hun overheersing. Een prognose is nog niet bekend.

Toch, afzonderlijk gezien, hebben depressies en angststoornissen de neiging om chronisch te worden zonder adequate psychologische behandeling.

Behandeling

Er zijn geen goede studies waarin behandelingsmethoden voor gemengde angststoornissen en depressieve stoornissen met elkaar worden vergeleken. Daarom bieden psychologen een behandeling aan naar aanleiding van

  • de symptomen.
  • de ernst van de symptomen.
  • hun eerdere ervaring met de verschillende behandelingsmethoden.

Psychotherapeutische benaderingen kunnen worden gebruikt voor een kortdurende behandeling, zoals gedragstherapie of cognitieve therapieën. Toch gebruiken sommige artsen een minder gestructureerde psychotherapeutische benadering, zoals introspectiepsychotherapie.

Medicatie

De farmacologische behandeling van een gemengde angststoornis en depressieve stoornis gebeurt meestal met geneesmiddelen tegen angststoornissen, antidepressiva of beide. Gegevens wijzen erop dat het gebruik van benzodiazepinen (zoals alprazolam) geschikt kan zijn. Dat is te danken aan zijn doeltreffendheid in de behandeling van depressie.

Stoffen die de 5-HT receptor beïnvloeden, zoals buspiron, kunnen ook geschikt zijn. Als het gaat om antidepressiva kunnen SSRI’s (zoals fluoxetine) zeer effectief zijn bij de behandeling van deze aandoening.

Pillen

Psychologische behandeling

De behandeling die het meest wordt toegepast voor deze aandoening is in ieder geval cognitieve gedragstherapie.

Aan de ene kant gaat het er vooral om dat de patiënt minder fysiologisch geactiveerd wordt. Dit wordt bereikt door ademhalingstechnieken en ontspanningstechnieken aan te leren, zoals mindfulness en spierontspanningstechnieken.

Aan de andere kant is het noodzakelijk dat de patiënt zijn gemoedstoestand verbetert. Dit kan op verschillende manieren worden bereikt. Gedragstherapie kan in dit opzicht zeer effectief zijn.

Het idee is dat de patiënt zijn vorige niveau van activiteit hervat. Om dit te doen moedigt een therapeut hem aan om plezierige activiteiten te ondernemen. Dit kan een hobby van vroeger zijn of het leren van een nieuwe sport.

Daarnaast is een periode van psycho-educatie nuttig. In deze periode krijgt de patiënt uitleg over wat er met hem of haar gebeurt en waarom. Ze leren enkele basisideeën over de kenmerken van angst en depressie zodat ze hun ervaring kunnen normaliseren.

Daarna kan het nodig zijn om bepaalde overtuigingen of gedachten te veranderen die het probleem kunnen voeden. Dit kan met een cognitieve herstructureringstechniek.

Zoals je kunt zien, heeft een gemengde angststoornis en depressieve stoornis geen specifieke identiteit in sommige diagnostische systemen. Maar het komt vaak voor in de eerstelijnszorg.

Het is een stoornis die kan worden behandeld, maar als dat niet op tijd wordt gebeurt kan het chronisch worden.

Bibliografie:

Bobes García, J. (2001). Trastornos de ansiedad y trastornos depresivos en atención primaria. Barcelona, etc.: Masson.

Derogatis, L. R., & Wise, T. N. (1996). Trastornos depresivos y de ansiedad en asistencia primaria. Barcelona: Martinez Roca.

Miguel Tobal, J.J. (1990). La ansiedad. En J. Mayor y J.L. Pinillos (Eds.). Tratado de Psicología General. (Vol.3). Motivación y Emoción. Madrid: Alhambra.

Bekijk Ook