De ontwikkeling van empathie in de kindertijd

14 augustus, 2020
Het concept van empathie is in de mode. Maar hoe ontwikkelen we dit potentieel? Wat zijn de fasen die we doorlopen voordat we een andere persoon als een onafhankelijk wezen kunnen onderscheiden, met hun emoties, gedachten en omstandigheden?

Voordat we de ontwikkeling van empathie in de kindertijd gaan uitleggen, laten we eerst de term zelf eens bespreken. De oorsprong van het concept ’empathie’ komt voort uit wat de Schotse Verlichting ‘sympathie’ noemde. David Hume, in zijn scriptie over de menselijke natuur, en Adam Smith beschreven het als een natuurlijk communicatiemiddel.

Deze definitie is de basis van neurowetenschappen, ontwikkelingspsychologie en sociale psychologie. De ontwikkeling van empathie in de kindertijd brengt zeer interessante feiten over enkele evolutionaire aspecten van onze soort naar boven.

Er is één idee dat opvalt: onze socialisatie is niet het resultaat van empathie, althans niet oorspronkelijk. De evolutiebiologie vertelt ons dat altruïstisch gedrag ontstond voordat we dit potentieel verwierven.

Sommige species die geen empathie hebben, vertonen dergelijk gedrag. Dit is het geval bij sociale insecten, zoals bijen. Ze sterven kort nadat ze een doelwit hebben gestoken omdat ze zichzelf opofferen om hun gemeenschap te beschermen. Het verband tussen empathie en altruïsme is dus niet eenvoudig.

De benadering volgens de ontwikkelingspsychologie

Empathie in de kindertijd en de verschillende fasen

Het werk van Lipps (1903) (link in het Engels) concentreerde zich op het verschil tussen de termen ‘sympathie’ en ’empathie’. Onderzoekers in ontwikkelingspsychologie definieerden empathie als een multidimensionaal concept dat rekening houdt met de cognitieve component.

Het omvat dus de herkenning en het begrip van de emoties van andere mensen en de emotionele component, die verband houdt met het delen van genegenheid of een indirecte reactie.

“Als je iemand zonder glimlach ziet, geef hem er dan eentje van jou.”

-Dolly Parton-

Cognitieve modellen van empathieontwikkeling

Sinds de jaren negentig bestudeert men empathie vanuit het perspectief van emotionele intelligentie. Dit is waar het model van Mayer en Salovey (1997) opvalt. Empathie wordt beschouwd als de perceptie en het begrip van de emoties van anderen.

Een ander relevant model is het Bar-On-model van emotioneel-sociale intelligentie (1997, 2000). Dit model beweert dat empathie een onderdeel is van een factor die we waarnaar we verwijzen als interpersoonlijke vaardigheden. Dat wil zeggen, het vermogen om zich bewust te zijn van de emoties, gevoelens en ideeën van andere mensen en deze te begrijpen.

Deze twee modellen zijn niet zo integraal als de modellen die worden voorgesteld door de ontwikkelingspsychologie. Eigenlijk richten ze zich meer op de cognitieve component.

Onlangs benoemden Batson en zijn medewerkers een onderscheid tussen perspectief en empathie. Het verkrijgen van perspectief lijkt de voorloper te zijn van specifiek empathische reacties (Batson et al., 1992).

Het model van Hoffman over de ontwikkeling van empathie in de kindertijd

Hoffman, een vooraanstaand theoreticus over de ontwikkeling van empathie in de kindertijd, herkent twee dimensies in de bestudering van empathie:

  • De erkenning van de interne toestand van ander mensen.
  • De indirecte liefdevolle reactie.

Het model van Hoffman legt uit hoe empathie begint en hoe het zich ontwikkelt bij kinderen. In feite stelt hij dat het centrale idee de integratie van affectie en cognitie is die verder gaat dan een benadering van informatiebewerking.

Hij stelt dat empathie zich op dezelfde manier ontwikkelt als de stadia van sociaal-cognitieve ontwikkeling. Dat proces begint met een empathisch globaal gevoel waarin een kind geen duidelijk onderscheid maakt tussen zichzelf en anderen. Daardoor zijn ze in de war over de bron van de gevoelens.

Vanaf hier gaat het door verschillende fasen naar de meest geavanceerde fase die combineert wat men in eerder fasen heeft bereikt. In de meer gevorderde stadia kan iemand zich inleven in anderen. Hoofdzakelijk door te weten dat er andere fysieke entiteiten zijn dan zijzelf en dat anderen interne gesteldheden hebben die daarvan onafhankelijk zijn.

Door een volwassen niveau van empathie kan een persoon meer worden beïnvloed door de vitale omstandigheden van anderen dan door een onmiddellijke situatie. Volgens Hoffman moet er een parallellisme zijn tussen gevoelens en genegenheid met gedachten, morele principes en gedragstendensen.

Stadia van de ontwikkeling van empathie in de kindertijd

Volgens Hoffman bestaat de ontwikkeling van empathie vanaf de vroege kinderjaren uit vier fasen, we bespreken ze hieronder.

De eerste fase van de ontwikkeling van empathie in de kindertijd (globaal)

Dit gebeurt tijdens het eerste levensjaar van iemands leven. Hier ziet een kind anderen nog steeds niet als iets anders dan zichzelf. Daardoor verwarren ze de pijn die ze bij anderen waarnemen als hun eigen pijn, net alsof het hen overkomt. Een baby die zijn moeder bijvoorbeeld ziet huilen, zal waarschijnlijk zijn eigen tranen moeten vegen.

Een ander voorbeeld: een meisje van 11 maanden ziet een ander meisje vallen en begint te huilen. Ze staart even naar het slachtoffer, steekt haar duim in haar mond en verbergt haar gezicht in haar moeders schoot. Ze gedraagt zich zo zoals het de waarschijnlijke reactie zou zijn geweest als ze zelf gevallen was.

De tweede fase (egocentrisme)

Jongen kijkt naar vader

Deze fase komt overeen met het tweede levensjaar van een mens. Hier is het kind zich ervan bewust dat anderen ook onaangename situaties ervaren. Ze gaan er echter vanuit dat de interne gemoedstoestanden van anderen dezelfde zijn als die ze zelf ervaren.

Een jongen van 13 maanden die een verdrietige volwassene ziet, kan hem bijvoorbeeld zijn favoriete pop aanbieden. Een ander voorbeeld is wanneer een kind zijn moeder haalt om een ander kind van dezelfde leeftijd dat huilt te troosten.

De derde fase (de gevoelens van andere mensen)

Deze fase duurt van het tweede tot het derde levensjaar. Dan zijn kinderen zich ervan bewust dat de gevoelens die ze ervaren anders zijn dan die van anderen. Toch kunnen ze er op een onzelfzuchtige manier op reageren.

Gedurende deze periode kunnen kinderen al begrijpen dat de bedoelingen en behoeften van een ander verschillen dan die van zichzelf. Daarom snappen ze dat de emoties van iemand anders ook kunnen verschillen van die van zichzelf. Zo kunnen ze anderen troost bieden.

Vierde fase (andere levensomstandigheden)

Deze laatste fase is de laatste periode van de kindertijd. Daarin worden de gevoelens van anderen niet alleen gezien als reacties van een moment, maar ook als uitingen van hun algemene levenservaring. Dat wil zeggen, ze reageren anders op voorbijgaande en chronische pijn omdat ze rekening houden met de algemene toestand van anderen.

  • Barnet, M.A. (1992). Empatía y respuestas afines en los niños. En Eisenberg, N. & Strayer, J. (Eds.), La empatía y su desarrollo (pp. 163-180). Bilbao: Desclée de Brouwer.
  • Eisenberg, N. & Strayer, J. (Eds.). (1987). Empathy and its development. Cambridge, UK: Cambridge University Press.
  • Mayer, J. D. & Salovey, P. (1997). What is Emotional Intelligence? En Salovey, P. & Sluyter, D. (Eds.), Emotional development and emotional intelligence: Educational implications (pp. 3-31). Nueva York: Basic Books.