Autismespectrumstoornis: een waaier van complexe realiteiten

De classificatie van autisme is in de loop van de tijd gevarieerd. Eerder werden verschillende typen geïdentificeerd, zoals onder andere het syndroom van Asperger en het Rett-syndroom. Momenteel wordt het opgevat als een spectrum dat een breed scala aan manifestaties omvat.
Autismespectrumstoornis: een waaier van complexe realiteiten
Elena Sanz

Geschreven en geverifieerd door de psycholoog Elena Sanz.

Laatste update: 30 juni, 2023

Een autismespectrumstoornis treft tussen de drie en zeven procent van de schoolgaande kinderen. Bovendien is het een levenslange aandoening.

Gelukkig groeit het inzicht in de verschijningsvormen en specifieke behoeften ervan en wordt de samenleving zich meer bewust van de aandoening. Toch kunnen er twijfels blijven bestaan, vanwege het feit dat het een heterogene aandoening is. In dit artikel gaan we de verschillende soorten autisme verkennen.

De classificatie van autisme heeft in de loop der tijd sterk gevarieerd. De diagnostische handboeken van de psychiatrie en de psychologie, die over het algemeen het begrip en het ingrijpen in deze gevallen sturen, bevatten de belangrijkste vorderingen op dit gebied.

Ze stellen ook bepaalde ideeën voor die afwijken van die uit het verleden. Dit is slechts een van de redenen waarom het een goed idee is om op de hoogte te blijven.

De verschillende vormen van een autismespectrumstoornis

Autisme wordt tegenwoordig opgevat als een spectrum en daarom noemt met het een autismespectrumstoornis. Het is een geheel van stoornissen met gemeenschappelijke kenmerken. Deze beïnvloeden vooral de communicatie. Verder vertonen lijders beperkte patronen van interesses en gedragingen.

Daarom hebben ze de neiging problemen te ervaren in sociale interactie, motoriek en cognitie. De uitingen kunnen echter zeer divers zijn en in verschillende mate voorkomen.

Op grond van dit feit hebben diagnostische handboeken (zoals de DSM-IV) traditioneel verschillende vormen van een autismespectrumstoornis opgenomen. In feite werden deze vroeger pervasieve ontwikkelingsstoornissen genoemd, en van elke stoornis werd een reeks symptomen of kenmerken (Spaanse link) beschreven:

Autistische stoornis

Ook wel het syndroom van Kanner genoemd, is dit de stoornis die gewoonlijk geassocieerd wordt met de term autisme. Het manifesteert zich in de vroege kindertijd, vóór de leeftijd van drie jaar, en tast de bovengenoemde gebieden aanzienlijk aan.

Lijders maken dus weinig of geen gebruik van verbale communicatie en tonen minimale belangstelling voor sociale interacties. Ze vertonen beperkte interesses en repetitief gedrag, evenals veranderingen in de sensorische verwerking.

Moeder met kind doet oefeningen
Pictogrammen zijn nuttige hulpmiddelen voor alternatieve communicatie binnen ASS, omdat ze helpen te werken aan anticipatie en routines vast te stellen.

Syndroom van Asperger

In tegenstelling tot klassiek autisme is er bij het syndroom van Asperger geen significante taalachterstand, en is de cognitieve ontwikkeling in de eerste jaren adequaat. Er is echter een belangrijke verandering in de wederzijdse sociale interactie.

Dit betekent dat lijders moeilijkheden ondervinden bij het gebruik van non-verbaal gedrag (zoals in de ogen kijken), het gebruik van empathie, en begrip van ironie, dubbele betekenissen en indirect taalgebruik.

Bij Asperger is er geen sprake van een verstandelijke beperking, het geheugen is echt goed, en de lijder kan het zelfs met enige hulp goed doen op school. Daarom wordt het vaak hoogfunctionerend autisme genoemd. Maar er is nog steeds sprake van motorische onhandigheid, mentale rigiditeit en gebrek aan sociale wederkerigheid.

Overigens wordt deze diagnose tegenwoordig niet meer gegeven maar valt het onder de diagnose autismespectrumstoornis.

Rett-syndroom

Dit syndroom behoort ook tot de groep autismespectrumstoornis en treft vooral en bijna uitsluitend vrouwen. Het wordt gekenmerkt door een progressief verlies van eerder verworven vaardigheden. In het begin is de psychomotorische ontwikkeling ogenschijnlijk normaal. Maar later treedt een gespreide degeneratie op in motorische en spraakvaardigheden.

In feite treedt tussen zes maanden en twee jaar een verlies of regressie op die taal, bewegingscoördinatie, handvaardigheid en sociale interactie beïnvloedt.

Childhood disintegrative disorder (CDD)

In dit geval, komt ook normale ontwikkeling gevolgd door plotselinge regressie voor. Het verlies kan soms optreden vanaf de leeftijd van twee jaar, hoewel het pas op tienjarige leeftijd duidelijk kan worden.

De aantasting treedt op in het gebruik van taal en communicatie, sociale relaties, spel en adaptief gedrag. Dit zijn gebieden waarop het kind eerder gepaste vooruitgang vertoonde. Na een bepaald punt treedt echter een verlies of regressie op.

Pervasieve ontwikkelingsstoornis – niet anders gespecificeerd (PDD-NOS)

Deze laatste stoornis omvat gevallen waarin veranderingen optreden op dezelfde gebieden, maar zonder volledig te voldoen aan of te passen aan de criteria van de vorige diagnoses.

The ASD currently understand autism as a dimension
De tekenen van autisme beginnen zich in de vroege kinderjaren te manifesteren, maar in de dimensie van ASS zijn niet alle tekenen hetzelfde.

Autismespectrumstoornis: de verschillende soorten

Deskundigen gebruikten deze indeling in het verleden als een manier om de bestaande diversiteit en heterogeniteit te categoriseren. Maar, sinds 2013 en met de komst van de DSM-V is de opvatting ervan veranderd.

In feite wordt autisme tegenwoordig opgevat als een spectrum dat een grote verscheidenheid aan verschijningsvormen omvat die verband houden met de eerder genoemde hoofdgebieden.

Tegenwoordig omvat ASS het traditionele autisme, het syndroom van Asperger en PDD-NOS. Het Rett-syndroom valt er niet meer onder omdat bewezen is dat het een duidelijke genetische basis heeft. CDD evenmin, omdat het problemen geeft met de wetenschappelijke geldigheid.

Met deze nieuwe opvatting wil men benadrukken dat autisme meer is dan een categorie, het is een dimensie. Het omvat verschillende voorstellingen en het kan variëren afhankelijk van het individu en het moment.

Deskundigen stellen slechts twee belangrijke diagnostische criteria voor (gerelateerd aan sociale communicatie en gedragspatronen). Dat gezegd hebbende, voegen ze ook verschillende specificaties toe. Deze houden rekening met belangrijke individuele details. Bijvoorbeeld of er sprake is van een intellectueel tekort, een taalstoornis of een medische aandoening en de mate van ernst van de veranderingen.

De verschillende soorten autisme geven dus niet aan of iemand aan het ene of het andere syndroom lijdt, maar benadrukken het soort tekorten dat ze vertonen. Nog belangrijker is dat ze aangeven welk type ondersteuning de lijders nodig hebben.


Alle siterte kilder ble grundig gjennomgått av teamet vårt for å sikre deres kvalitet, pålitelighet, aktualitet og validitet. Bibliografien i denne artikkelen ble betraktet som pålitelig og av akademisk eller vitenskapelig nøyaktighet.



Deze tekst wordt alleen voor informatieve doeleinden aangeboden en vervangt niet het consult bij een professional. Bij twijfel, raadpleeg uw specialist.