Weet jij al wat culturele evolutie is?

· november 2, 2018

Het woord evolutie doet je wellicht denken aan Charles Darwin en zijn boek Het ontstaan van soorten. Volgens hem vond biologische evolutie plaats door middel van natuurlijke selectie. Met als gevolg dat alleen de sterkste soort overleeft door te evolueren. Dit is echter niet de enige vorm van evolutie die er bestaat. Er bestaat namelijk ook iets dat culturele evolutie wordt genoemd.

De mens is de enige soort die culturen heeft. Het is een van de dingen die ons speciaal maakt. We creëren een cultuur en dragen deze over op anderen, maar wat is cultuur precies? Cultuur wordt gedefinieerd als de ontwikkeling van:

  • tradities
  • gewoontes
  • religies
  • waarden
  • sociale organisaties
  • technologie
  • wetten
  • talen
  • artefacten
  • hulpmiddelen
  • transport

Het is altijd het product van de verzameling en overdracht van kennis om ons beter aan te kunnen passen aan onze omgeving. Kortom, culturele evolutie betekent een transformatie op lange termijn van de culturele aspecten van een samenleving. Natuurlijk verandert dit soort evolutie ook individuele mensen.

Kinderen spelen in rivier

Culturele aanpassing

Op een gegeven moment begon cultuur te dienen als een strategie om te overleven. Het hielp ons onze kennis en vaardigheden door te geven, waardoor we meer geavanceerde vormen van technologie konden ontwikkelen. Er zijn twee fundamentele vaardigheden nodig om culturele evolutie mogelijk te maken. Dit zijn sociaal leren en theory of mind.

Misschien lijkt het soms alsof sommige dieren ook culturele tradities hebben, maar deze evolueren of verbeteren niet na verloop van tijd. Dit komt doordat ze niet over deze twee fundamentele vaardigheden beschikken. In tegenstelling tot dieren ontwikkelen en evolueren menselijke samenlevingen zich geleidelijk door stapsgewijze culturele aanpassing.

Terwijl mensen elkaar imiteren, pakken ze nieuwe technologieën op en passen ze deze aan zonder hun kennis en vaardigheden te verliezen. Wat uit deze processen voortkomt, zijn sterk variërende, complexe culturen.

Arme man met stok

Theory of mind en sociaal leren

Theory of mind is het vermogen om gedachten en intenties aan andere mensen toe te schrijven. Elk mens beschikt over deze vaardigheid, we ontwikkelen het wanneer we ongeveer zes jaar oud zijn. Theory of mind is wat ons in staat stelt te begrijpen dat andere mensen ook denken, en dat ze dus ook bepaalde intenties hebben.

Het maakt het dus ook mogelijk voor ons om gedeelde overtuigingen te hebben en een cultuur te ontwikkelen.

Als mensen geven we onze cultuur ook door op anderen. Wanneer je met iemand over je religie praat en je heilige rituelen laat zien, geef je als het ware een deel van je cultuur op diegene over. In dit geval maken we gebruik van sociaal leren om mensen te imiteren en te leren van wat we zien.

Carl Sagan vertelde bijvoorbeeld dat in Japan de helm van een samoerai dezelfde vorm had als een bepaalde krabbensoort. Hierdoor werd er generatie op generatie niet naar krabben met die vorm gevist. Binnen de Japanse cultuur was er veel respect voor de samoerai, dus vanwege sociaal leren, lieten de mensen de krabben die als voorbeeld dienden voor hun helmen met rust en visten ze alleen op al het andere.

Theorieën over culturele verandering

Alle theorieën die de culturele evolutie van een bepaalde cultuur proberen te voorspellen, doen dit aan de hand van een classificatie die bedacht werd door Karl Marx. Volgens deze classificatie worden de verschillende aspecten van een cultuur in drie groepen verdeeld: infrastructuur, structuur en superstructuur. Elk aspect van een cultuur valt binnen een van deze groepen.

Infrastructuur heeft te maken met de meest materiële aspecten. Dit zijn zaken als technologie, productiemiddelen en de natuurlijke hulpbronnen of mensen waar een maatschappij op sociaal en economisch vlak gebruik van maakt.

Het is moeilijk om wijzigingen in de infrastructuur te voorspellen. Deze komen meestal namelijk voort uit technologische vooruitgang, economische ontwikkeling en veranderingen in een economie. Ook veranderingen op andere vlakken kunnen echter van invloed zijn op de infrastructuur van een cultuur.

Monniken wassen pannen

Structuur heeft te maken met sociale taken en functies. Dit is het niveau van hiërarchische machtsstructuren. Het heeft ook te maken met de regels die onze omgang met elkaar bepalen. Alle wijzigingen op dit niveau hebben grote gevolgen voor de infrastructuur en omgekeerd.

Toen bijvoorbeeld na de Tweede Wereldoorlog een groot aantal westerse vrouwen het arbeidsproces betrad, leidde die verandering in onze infrastructuur tot een verandering in onze sociale relaties.

Superstructuur omvat alle immateriële, ideale aspecten van een cultuur. Hier zijn veel voorbeelden van, zaken als religieuze overtuigingen, morele waarden en ‘hoge cultuur’, hiertoe behoren zoal schilderkunst, architectuur, muziek, literatuur en film.

Deze veranderingen worden meestal doorgevoerd om de dominante sociale orde te rechtvaardigen. De toename van vrouwen in het werkveld bijvoorbeeld, ging gepaard met een toename van vrouwen die hun eigen baan hadden en hun eigen brood op de plank konden brengen.

Twee mannen met stier

Een voorbeeld van culturele evolutie

Volgens deze theorieën passen culturen zich voortdurend aan. Specifieker gezegd, culturen proberen zich aan te passen aan de omgeving waarin ze zich bevinden. Marin Harris heeft hierover een theorie bedacht die hij cultureel materialisme noemt.

Hij zegt dat veranderingen in de infrastructuur van een cultuur, met name de productiemiddelen en technologie, leiden tot nieuwe culturele aspecten die de structuur en de superstructuur veranderen. Dit betekent echter niet dat de drie niveaus niet meer met elkaar verbonden zijn. Wijzigingen op één niveau, kunnen altijd invloed hebben op de twee andere niveaus, zelfs als dit niet heel duidelijk is.

Een culturele verandering waar we naar kunnen kijken met oog op culturele evolutie is kannibalisme. Deze culturele praktijk ontstond in sommige samenlevingen als een soort bijproduct van oorlog. Naarmate zich echter meer naties en rijken begonnen te ontwikkelen, was het doel van oorlog niet langer alleen nog maar het verjagen van de vijand.

Krijgsgevangenen konden een natie ook helpen om zich uit te breiden, waardoor kannibalisme verdween. Het was niet meer nodig om dit gebruik in stand te houden. Aldus veranderde de structuur van de infrastructuur (de overgang van stam naar natie). Van daaruit liet de cultuur de praktijk van kannibalisme varen.