Wat is sociale cognitie precies?

· oktober 7, 2018

Wat is sociale cognitie? Sociale cognitie is simpelweg de manier waarop we informatie verwerken (Adolphs, 1999). Dit proces omvat onder andere de manieren waarop we informatie uit sociale situaties coderen, opslaan en later ophalen.

Op het moment is sociale cognitie het heersende model binnen de sociale psychologie. Het alternatief is het behaviorisme, welke het idee dat mentale processen de grondslag van handelingen zijn, afwijst (Skinner, 1974).

Sociale cognitie is de manier waarop we over andere denken. In principe is het een krachtig middel om sociale relaties mee te kunnen begrijpen. Door middel van sociale cognitie begrijpen we andermans emoties, gedachten, bedoelingen en sociale gedrag. Het is over het algemeen ook een enorm voordeel om te weten wat een ander denkt en voelt.

Man voor een prikbord

Hoe werkt sociale cognitie?

Mensen benaderen sociale situaties niet als neutrale toeschouwers, al doen we vaak alsof dit wel zo is. Iedereen heeft zijn eigen verlangens en verwachtingen, welke beiden beïnvloeden wat we zien en onthouden. In andere woorden: onze zintuigen ontvangen informatie die we vervolgens interpreteren en analyseren. Daarna vergelijken we die interpretaties met de informatie die we in ons geheugen opgeslagen hebben.

Dit is echter niet hoe het altijd loopt. Er zijn andere factoren, zoals emoties, die het proces ook beïnvloeden. Onthoud dat gedachten op hun beurt ook emoties beïnvloeden, en vice-versa (Damasio, 1994).

Wanneer we bijvoorbeeld in een goede bui zijn, is (of lijkt) de wereld een betere plek. Wanneer we gelukkig zijn, nemen we het verleden, het heden en de toekomst bovendien op een positievere manier waar.

Hoe ontwikkelt sociale cognitie zich?

Sociale cognitie ontwikkelt zich langzaam (Fiske & Taylor, 1991). Het is een proces van vallen en opstaan waarin alles gebaseerd is op observaties. Directe ervaringen en verkenning leiden het leerproces. Sociale kennis is echter erg subjectief: we kunnen met een aantal mensen één sociale gebeurtenis op erg verschillende manieren interpreteren.

Bovendien is het zo dat al onze mentale structuren die informatieverwerking en organisatie mogelijk maken, ons soms simpelweg in de steek laten. Deze structuren en schema’s beïnvloeden namelijk ook waar we ons op richten en hoe we informatie coderen en later ophalen. Dit kan tot een zelfvervullende voorspelling leiden. Zelfvervullende voorspellingen zijn voorspellingen die juist het gedrag uitlokken waardoor de voorspelling uitkomt (Merton, 1948).

Verder staat sociale kennis deels los van alle andere soorten kennis. Mensen die heel goed zijn in het oplossen van problemen scoren misschien heel goed tijdens een IQ-test, maar zullen het niet per se even goed doen bij sociale problemen.

Een probleemoplossend vermogen kan aangeleerd worden en is (tot op zekere hoogte), los van iemands intellectuele vermogens. Om iemands probleemoplossend vermogen echter aan te vullen, is het belangrijk om al onze verschillende soorten intelligentie (emotioneel, cultureel, enzovoort) te onderhouden.

Sociale cognitie uitgebeeld

Verplaats jezelf in een ander

Eén van de nuttigste modellen van sociale cognitie is die van Robert Selman. Selman trad naar voren met een theorie over het menselijke vermogen om zich in anderen te verplaatsenDit geeft ons volgens Selman het vermogen om onszelf en anderen te begrijpen. Hierdoor kunnen we op ons eigen gedrag reageren vanuit iemand anders standpunt. Selman (1977) onderscheidt 5 fases van het verplaatsen in een ander:

  • Fase 0: ongedifferentieerd perspectief (3 tot 6 jaar). Tot de leeftijd van 6 jaar kunnen kinderen niet goed het verschil zien tussen hun eigen interpretatie van een sociale gebeurtenis, of die van een ander. Ook zullen ze niet snappen dat hun perspectief wellicht fout is.
  • Fase 1: sociaal-informatief perspectief (6 tot 8 jaar). In deze leeftijdscategorie erkennen kinderen dat andere mensen een ander perspectief kunnen hebben. Ze kunnen echter nog niet goed de logica achter iemand anders perspectief begrijpen.
  • Fase 2: zelf-reflectief perspectief (8 tot 10 jaar). Pre-puberale kinderen kunnen in deze fase zichzelf in een ander verplaatsen. Ze kunnen ook de verschillen tussen verschillende perspectieven herkennen. Verder zijn ze rond deze leeftijd ook in staat om na te denken over zowel hun eigen motivatie als die van een ander.
  • Fase 3: externe perspectieven (10 tot 12 jaar). Kinderen kunnen naast hun eigen perspectieven ook die van hun leeftijdsgenoten en die van neutrale derden herkennen. Als derden zien we onszelf als externe toeschouwer.
  • Fase 4: maatschappelijk perspectief (adolescentie tot volwassenheid). Er zijn twee eigenschappen die de opvattingen van anderen vormgeven bij adolescenten:
    — Ze worden zich ervan bewust dat beweegredenen, handelingen, gedachten en gevoelens geschapen worden door psychologische factoren.
    — Ze leren in te zien dat een persoonlijkheid bestaat uit eigenschappen, overtuigingen, waarden en houdingen.

Twee manieren om sociale cognitie te bekijken

Binnen de psychologie zijn er verschillende manieren waarop sociale cognitie begrepen kan worden. Eén van de meest belangrijke manieren benadrukt de sociale dimensie van kennis. Kennis, volgens deze visie, heeft een socio-culturele oorsprong. Dat komt omdat kennis door en binnen sociale groepen wordt gedeeld.

Moscovici, een bekende sociale psycholoog, is de grootste voorstander van dit idee (1988). Hij sprak over “sociale representaties,” ideëen, gedachten, beelden en kennis die delen van een gemeenschap met elkaar delen. Sociale representaties hebben een dubbele functie. Het is een manier om de realiteit te leren kennen om acties te plannen en om communicatie mogelijk te maken.

Het Amerikaanse standpunt ten opzichte van dit onderwerp heeft ook een grote impact gehad (Lewin, 1977). Deze bespreekt namelijk een manier om sociale cognitie te begrijpen die de nadruk legt op het individu en zijn psychologische processen. Volgens dit model construeert iemand zijn eigen cognitieve constructies. Dat doet hij op basis van interacties met zowel zijn fysieke als sociale omgeving.

Concluderend kan men dus stellen dat sociale cognitie de manier is waarop we grote hoeveelheden sociale informatie hanteren. Dit is dus een onderdeel van onze dagelijkse bezigheden. De stimuli en data die we verzamelen via onze zintuigen worden geanalyseerd en geïntegreerd tot mentale schema’s. Deze leiden vervolgens onze gedachten en gedragingen.

Deze schema’s zijn moeilijk te veranderen wanneer ze eenmaal gevormd zijn. Zoals Albert Einstein ooit zei: “Het is moeilijker om vooroordelen te splijten dan een atoom.” Onze eerste indrukken blijven hangen, tenzij we kritisch over ze nadenken.