Waarom zijn sommige mensen zo besluiteloos?

· oktober 5, 2016

Wanneer de communicatie tussen twee specifieke delen van de hersenen verstoord wordt, is het voor mensen moeilijker om een keuze te maken wanneer ze geconfronteerd worden met beslissingen die gebaseerd moeten worden op hun waarden en voorkeuren.

Wanneer deze communicatie verstoord wordt, heeft dit echter geen invloed op de kwaliteit van objectieve en zintuiglijke beslissingen. Dit kan verklaren waarom sommige mensen zo besluiteloos zijn en anderen helemaal niet.

Een studie die gepubliceerd werd in Nature Communications legt uit waarom de mate van communicatie tussen deze twee delen van de hersenen bepalend is voor de mate van vastberadenheid waarmee beslissingen gebaseerd op waarden genomen worden.

Hoofdonderzoeker Christian Ruff, hoogleraar neuro-economie aan de Universiteit van Zürich in Zwitserland, en zijn onderzoeksteam kwamen er tijdens deze studie achter dat de intensiteit van de communicatie tussen deze twee delen van de hersenen bepaalt hoe op waarden gebaseerde beslissingen of beslissingen over wat we wel en niet leuk vinden genomen worden.

Verschillende houdingen voor verschillende beslissingen

Op waarden gebaseerde beslissingen aangaande bepaalde voorkeuren verschillen van beslissingen die gebaseerd zijn op de informatie die we binnenkrijgen via onze zintuigen: wat we zien, horen, ruiken, proeven of voelen. Voorbeelden van op waarden gebaseerde beslissingen zijn het kiezen van een nieuwe auto, een nieuwe jurk of wat we bestellen in een restaurant. We moeten zelf bepalen waar onze voorkeur naar uitgaat en misschien zal dit er op een later moment voor zorgen dat we twijfelen of we wel de juiste beslissing hebben genomen.

Beslissingen die gebaseerd zijn op zintuiglijke vraagstukken zullen minder vaak besluiteloosheid oproepen, aangezien de eigenschappen die in het geval van dit soort beslissingen worden overwogen minder streng geëvalueerd hoeven te worden.

Vraagteken

Ontdekkingen kunnen verklaren waarom sommige mensen besluitelozer zijn dan anderen

Waarom is het zo dat sommige mensen altijd precies lijken te weten wat ze willen, terwijl anderen nooit zeker zijn van hun keuze? Ruff en zijn collega’s wilden achterhalen waarom sommige mensen veel zekerder zijn over hun persoonlijke voorkeuren, terwijl anderen juist besluitelozer en onzekerder lijken te zijn over wat ze willen.

De onderzoekers ontdekten dat de precisie en stabiliteit van deze beslissingen op basis van persoonlijke voorkeuren niet gebaseerd zijn op de mate van activiteit in verschillende delen van de hersenen, maar juist op de intensiteit van de communicatie tussen twee specifieke delen van de hersenen.

Deze twee delen van de hersenen zijn de prefrontale cortex, die net onder het voorhoofd zit, en de pariëtale kwab, die net boven beide oren zit. Deze delen van de hersenen dragen beide bij aan het vormen en vertegenwoordigen van onze voorkeuren, ruimtelijke oriëntatie en het plannen van onze handelingen.

Op waarden gebaseerde beslissingen worden genomen op basis van de communicatie tussen twee delen van de hersenen

Om deze studie uit te voeren, vroeg het onderzoeksteam een aantal vrijwillige deelnemers om twee soorten beslissingen te nemen over voedsel: één op basis van voorkeur en de andere op basis van de zintuigen. Tijdens het nemen van deze beslissingen werden de vrijwilligers onderworpen aan een lichte vorm van hersenstimulatie, een systeem van transcraniële elektrische stimulate.

Dit systeem gaat in zijn werk door middel van afwisselende stimulatie. Tijdens het proces worden er afwisselende energiegolven door de schedel gezonden om gecoördineerde activiteitspatronen te genereren in specifieke delen van de hersenen.

Terwijl dit gaande was, kregen de vrijwilligers afbeeldingen te zien van verschillende soorten voedsel. Na afloop werd hen gevraagd welke voedingsmiddelen ze het liefste zouden eten (om beslissingen op basis van voorkeur te testen). Ook werden hen zintuiglijke vragen gesteld over de afbeeldingen, zoals bijvoorbeeld de vraag hoeveel zwart er te zien was op één afbeelding in vergelijking met een andere afbeelding (om beslissingen op basis van zintuiglijke en objectieve informatie te testen).

Met behulp van deze stimulatietechniek waren de onderzoekers in staat om de informatiestroom tussen de prefrontale cortex en de pariëtale kwab op het moment dat de vrijwilligers gevraagd werden een keuze te maken toe te laten nemen of juist te verminderen.

Hersenen

Ruff legt zijn ontdekkingen uit: “We ontdekten dat beslissingen op basis van voorkeur minder stabiel waren wanneer de informatiestroom tussen de twee delen van de hersenen verstoord werd. Over het algemeen waren onze proefpersonen besluitelozer. Bij beslissingen die volledig op basis van de zintuigen genomen moesten worden, was dit effect niet aanwezig.”

Ruff en zijn team stellen hierdoor vast dat “de communicatie tussen deze twee delen van de hersenen alleen relevant is wanneer we moeten bepalen of we iets wel of niet leuk vinden en niet wanneer we beslissingen nemen op basis van objectieve feiten.

Het team ontdekte ook dat de aard van de beslissing zelf niet stabieler of zekerder wordt door de informatiestroom tussen de twee delen van de hersenen intenser te maken. Dit zou kunnen liggen aan het feit dat alle vrijwillige proefpersonen jong en gezond waren en goed ontwikkelde besluitvaardigheden hadden.

Daarom geeft het onderzoeksteam aan dat er verder onderzoek nodig is om vast te kunnen stellen of deze techniek behulpzaam zou kunnen zijn om te gebruiken voor therapeutische doeleinden.

Het zou bijvoorbeeld behulpzaam kunnen zijn bij behandelingen voor mensen die vanwege een ernstige mentale stoornis of een hersenletsel een sterke neiging hebben naar impulsiviteit of besluiteloosheid.