De gelijkenissen en verschillen tussen psychologie en sociologie

· september 8, 2018

Ken jij het verschil tussen sociale psychologie en sociologie? Ze klinken misschien hetzelfde maar ze zijn het niet. Anderzijds is het ook waar dat ze bepaalde dingen gemeenschappelijk hebben. Bovendien bestaat één van hen deels als gevolg van de andere.

Aanvankelijk waren er alleen de psychologie en sociologie. Maar toen raakte één gebied van de psychologie geïnteresseerd in sociale en groepsprocessen. Hieruit ontstond dan de sociale psychologie. Dat is de reden dat hun benamingen zo op elkaar lijken. De sociale psychologie ontstond immers uit een vermenging van psychologie en sociologie.

Tegelijkertijd kreeg ook de sociologie interesse voor de individuele processen waarop de psychologie zich richt. De wisselwerkingen tussen mensen en hun omgeving verwierven ook bij sociologen interesse.

Dit betekent dat ze zich verwijderden van de macro-sociologische (de big picture) aandachtspunten. Vandaar dat je kan merken dat de ene een enorme invloed gehad heeft op de ontwikkeling van de andere en vice versa. Uiteindelijk hebben ze zich eigenlijk samen ontplooid.

Tegenwoordig zijn beide kennisgebieden in de richting van een specialisatie geëvolueerd. Want beide werkvelden hebben inspanningen geleverd om meer specifieke en uitzonderlijke dingen te bestuderen. Dit heeft ertoe geleid dat ze steeds meer verwijderd van elkaar geraakt zijn.

Sociologen hebben zich dus gefocust op de soorten variabelen op macrovlak, zoals de sociale structuur (Bourdieu, 1984) of migratie (Castles, 2002). Intussen heeft de sociale psychologie zich op variabelen op microvlak gericht, zoals de groepsidentiteit (Tajfel en Turner, 2005) of de invloed van de groep (Cialdini, 2001).

De haat-liefderelatie tussen psychologie en sociologie

Het is ook de moeite waard om erop te wijzen dat deze twee wetenschappen, psychologie en sociologie, hetzelfde bestuderen: het menselijk gedrag. Maar de sociale psychologie is eerder een taak van de psychologie. Die onderzoekt hoe onze omgeving onze handelingen en gedrag op een rechtstreekse of onrechtstreekse manier beïnvloedt (Allport, 1985).

Op zijn beurt is de sociologie een sociale wetenschap die zich wijdt aan de systematische studie van de samenleving, de sociale actie en de groepen waaruit de samenleving bestaat (Furfey, 1953). Eigenlijk kunnen we zeggen dat beide gebieden de relaties tussen mensen bestuderen maar de dingen vanuit een verschillende hoek bekijken.

In feite betekent dit verschil in standpunten dat ze, terwijl ze uit elkaar groeien, elkaar in werkelijkheid verrijken. Dit is één van de voornaamste verschillen tussen psychologie en sociologie. De psychologie bestudeert het effect van sociale dingen op het individu. De sociologie focust zich op de collectieve fenomenen zelf. We kunnen het dus ook op een andere manier te verwoorden. De sociale psychologie bestudeert het menselijk gedrag op het individuele niveau en de sociologie op het groepsniveau.

De verschillen tussen psychologie en sociologie

De sociale psychologie

Het voornaamste doel van de sociale psychologie is het ontleden van de wisselwerking tussen individuen en de maatschappij (Moskovici en Markova, 2006). Deze processen van wisselwerking vinden op verschillende niveaus plaats. Meestal splitsen wetenschappers die op in intrapersoonlijke, interpersoonlijke, intragroeps- en intergroepsprocessen.

Eigenlijk zijn het processen met mensen en processen met groepen. Wat betreft de interpersoonlijke processen (de verschillen tussen mensen) bestuderen ze het verwerken van informatie en hoe mensen die informatie binnen hun groepen gebruiken. En in het geval van de intergroepsprocessen (de verschillen tussen groepen) richten ze zich op de studie van de rol die de groep speelt in het opbouwen van individuele identiteiten.

De sociale psychologie houdt altijd rekening met de sociale fenomenen maar ze zijn niet hun voornaamste aandachtspunt. Deze wetenschap analyseert integendeel hoe die sociale fenomenen een effect hebben op individuen. De sociale psychologie probeert dus in wezen om te begrijpen hoe de meeste individuen door sociale factoren precies beïnvloed worden. Daarbij maken ze zich bovendien geen zorgen omtrent enig verschil tussen de persoonlijkheden van mensen.

De sociologie

Het onderzoek binnen de sociologie bestudeert hoe de organisaties die vorm geven aan onze sociale structuren, ontstaan, behouden worden en veranderen. Daarnaast analyseert deze wetenschap het effect dat verschillende soorten sociale structuren op het gedrag van groepen en individuele mensen hebben. De sociologie bestudeert eveneens de veranderingen die deze structuren ondergaan als gevolg van de sociale interactie.

Richard Osborne (1994) heeft het op een andere manier geformuleerd. Hij zegt: “sociologie gaat over het verklaren van iets dat duidelijk lijkt (hoe onze maatschappij werkt) voor mensen die denken dat het eenvoudig is en die niet begrijpen hoe ingewikkeld het eigenlijk is.” Hiermee bedoelt hij dat de dingen die we in ons dagelijks leven doen, soms verklaringen hebben waaraan we nog nooit gedacht hebben.

Belangrijke figuren in psychologie en sociologie

De grote spelers in beide wetenschappelijke gebieden

Het is waar dat duizenden belangrijke mensen zowel tot de sociale psychologie als de sociologie behoren. Toch zijn er weinig die er echt bovenuit schieten. We kunnen niet alle grote onderzoekers die een stempel achtergelaten hebben, eer aandoen. Maar we geven je hier een overzicht van enkele theorieën en methoden die enkele van de bekendste figuren in beide werkvelden ontworpen hebben:

Pierre Bordieu

  • Als eerste hebben we het over Pierre Bordieu (1984). Hij is bekend omdat hij onder andere met het begrip habitus op de proppen gekomen is. Het is een groep van kaders die we allemaal gebruiken om de wereld te bekijken en erin te handelen. Dit betekent dat onze habitus een grote invloed heeft op onze gedachten, waarnemingen en handelingen.

In deze theorie is de habitus het fundamentele ding dat de sociale klasse verklaart. Je maakt dus deel uit van een sociale klasse afhankelijk van de kenmerken die ze heeft. En dat betekent dat bepaalde handelingen uitvoeren jou in de ene specifieke klasse of in een andere plaatst.

Henri Tajfel en John Turner

  • Henri Tajfel heeft samen met John Turner (2005) de theorie van de sociale identiteit ontwikkeld. Volgens deze theorie zijn er processen van categorisatie die ons ertoe brengen om ons met groepen te identificeren die regels hebben die ons gedrag zullen regelen. Hoe meer je je dus met een groep identificeert, hoe meer je bereid zal zijn om de regels van die groep te volgen. Je kan zelfs dingen opofferen om ervoor te zorgen dat de groep blijft doorgaan.

Bourdieu zegt dat de kaders waardoor je de wereld ziet, je gedrag zullen bepalen. Tajfel denkt anderzijds dat het behoren tot een bepaalde groep en de regels van die groep volgen bepalend zullen zijn voor je gedrag. We sluiten af met de volgende samenvattende opmerking. Beide wetenschappen, psychologie en sociologie, bestuderen hetzelfde maar doen dat alleen vanuit een ander uitgangspunt.

Bibliografie

Allport, G.W. (1985). De Historische Achtergrond van de Sociale Psychologie. In G. Lindzey en E. Aronson (Eds.). Het Handboek van de Sociale Psychologie. New York: McGraw Hill.

Bourdieu, P. (1984). Het Onderscheid: Een Sociale Kritiek van het Smaakoordeel. London: Routledge.

Castles, S. (2002). Migratie en de vorming van een gemeenschap in de globaliseringsomstandigheden. International Migration Review 36 (4), 1143 – 1168.

Cialdini, R.B. (2001). Invloed: Wetenschap en Praktijk. Boston: Allyn en Bacon.

Furfey, P.H. (1953). Het Gebied en de Methode van de Sociologie: Een Metasociologische Verhandeling. Harper.

Moscovici, S. en Markova, I. (2006). Het Creëren van een Moderne Sociale Psychologie. Cambridge, UK: Polity Press.

Osborne, R. (2005). Sociologie voor Beginners. Icon Books, Ltd.

Tajfel, H. en Turner, J.C. (2005). Een integratieve theorie van het contact tussen groepen, in Austin.

W.G. en Worchel, S. (Eds.). De Sociale Psychologie van de relaties tussen groepen. Chicago: Nelson-Hall, pp. 34-47.