Het sundowning syndroom bij oudere mensen

20 maart, 2020
In dit artikel leggen we uit hoe het sundowning syndroom oudere mensen treft.

Naarmate mensen ouder worden, beginnen ze veranderingen te zien en bijna al hun gewoonten. In dit artikel focussen we op de gedragingen die optreden wanneer het daglicht vervaagt. Dit fenomeen noemt men het avond-, donker, zonsondergang- of sundowning syndroom.

De term sundowning syndroom wordt het meest gebruikt. Sommigen zeggen dat mensen vaak fanatieker worden met dingen als voeding, schoonmaken, slaap, enzovoort. Waarom gebeurt dit eigenlijk?

We kunnen dit syndroom omschrijven als een toestand van desoriëntatie die in de late middag optreedt en blijft duren tot ‘s nachts. Het kan iedereen raken maar vooral mensen die ouder worden. Het komt echter vaker voor bij mensen die een vorm van dementie hebben.

Dit kan dus iedereen overkomen. Toch is het essentieel dat we vermelden dat het slechts 10 tot 25 procent van de patiënten raakt (Lesta en Petocz, 2004).

Volgens González en Sardinia (2015) stelde Dewing dat het moeilijk was om deze aandoening op een correcte manier te bepalen. Niettemin bevestigde hij dat het periodes van extreme agitatie en verwarring inhoudt tijdens de late middag of de vroege avonduren, die tot irritatie leidt. De patiënt ervaart ook gedragsmatige veranderingen.

Hoe raakt dit syndroom mensen met dementie?

Volgens Echáverri en Erri (2007) vormt het sundowning syndroom één van de meest voorkomende fenomenen in geriatrie. We hebben het eerder al vermeld, eigenlijk bestaat er geen specifieke definitie van dit syndroom.

We kunnen het echter een ongunstige psychologische en gedragsmatige episode noemen. Het treft sommige patiënten met de ziekte van Alzheimer op zo’n manier dat ze vooral tijdens de laatste uren van de dag rusteloos, agressief en opgewonden worden.

Het sundowning syndroom verergert de verwarring die door de ziekte van Alzheimer veroorzaakt wordt. Dit zorgt er dus voor dat deze patiënten nog meer zichtbaar zijn. Het gevolg is dat het gedragsmatige, emotionele en cognitieve problemen aan de oppervlakte brengt die met dementie verbonden zijn.

Hoe treft dit syndroom mensen met dementie

Tekenen en symptomen van het sundowning syndroom

Gimenez en Macias hebben het al gezegd. De oorsprong of oorzaak van dit syndroom kan een slechte werking zijn van de circadiane slaapritmes die door de ziekte van Alzheimer veroorzaakt wordt. Een andere mogelijke oorzaak is een wijziging in de waarneming van licht. Dit is namelijk verbonden met oudere leeftijd.

Er zijn nog enkele oorzaken die tot dit syndroom kunnen leiden. De sociale afzondering en de duisternis van de zonsondergang kunnen een rol spelen. Een andere oorzaak kan te maken hebben met polyfarmacie. De Wereldgezondheidsorganisatie omschrijft dit als het gebruik van drie of meer soorten medicatie tegelijkertijd.

Er is dus geen welomschreven klinisch beeld. Toch zijn dit volgens Gimenez en Macias (2015) enkele van de symptomen van het Sundowning syndroom:

  • Stijging van de desoriëntatie.
  • Verwarring.
  • Hyperactiviteit.
  • Agressief gedrag.
  • Angstgevoelens.

Volgens Echáverri en Erri (2007) kunnen er ook nog andere symptomen optreden, waaronder de volgende:

  • Ingetogen monologen, levendige discussies, schreeuwen, vloeken en stemonderdrukking.
  • Apathie en depressie.
  • Hoofdpijn.
  • Dolend gedrag en een stijging in de nachtelijke activiteit. Dit kan als gevolg tot slapeloosheid leiden.
  • Paranoïde denken en schreeuwen.
Omgaan met het sundowning syndroom

Hoe kan je beter omgaan met het sundowning syndroom?

Naast de farmacologie is het belangrijk dat we de volgende aanbevelingen onthouden:

  • Regelmatige levensgewoonten tot stand brengen.
  • Niet-actuele infecties uitsluiten. Je moet er met andere woorden voor zorgen dat er geen wisselwerking is tussen dit syndroom en een andere aandoening.
  • Hou de persoon bezig met eenvoudige activiteiten.
  • Doe geen dutjes gedurende de dag.
  • Beperk de hoeveelheid lawaai.
  • Zorg voor gepaste verlichting.
  • Vermijd dranken met cafeïne.
  • Zorg ervoor dat ze geen medicijnen nemen die tot dit syndroom kunnen leiden.

Dat gezegd zijnde moeten we ook onthouden dat het gebruik van multi-zintuiglijke therapie of snoezelen de tekenen en symptomen van dit syndroom kunnen verlichten.

We willen met de volgende opmerking besluiten. Over het sundowning syndroom bestaat er weinig informatie. Het is dus noodzakelijk dat we de factoren begrijpen die tot verschillende veranderingen leiden. Daarna kunnen we gepaste maatregelen nemen. Alleen dan zal de kwaliteit van leven van de patiënten op een aanzienlijke manier verbeteren.

  • Echávarri, C., & Erro, M. E. (2007). Trastornos del sueño en el anciano y en las demencias. In Anales del Sistema Sanitario de Navarra (Vol. 30, pp. 155-161). Gobierno de Navarra. Departamento de Salud.
  • Giménez, I. G., & Macías, I. C. (2015). Estimulación multisensorial en el síndrome crepuscular. Revista electrónica de terapia ocupacional Galicia, TOG, (21), 13.
  • Toledo, Á. M. Correlatos de incidencia del ocaso en estados anímicos, agitación y conducta agresiva en ancianos: Síndrome de Sundowning.