Het Rode Boek, hoe Carl Jung zijn ziel redde

· december 13, 2018

Ze zeggen dat het Rode Boek van Carl Jung een geest bevat die ernaar streeft door de onderwereld te dwalen om zijn ziel te redden. Dit werk van Jung is intellectueel legendarisch.

Het is raadselachtig en fascinerend. Voor velen is het de Heilige Graal voor het oneerbiedige. Voor anderen gewoon het geraaskal van een gek die in slechts een paar seconden de hele mensheid veroordeelde.

Dit geheimzinnige manuscript werd tussen 1914 en 1930 geschreven door Carl Gustav Jung. Het is een onafgewerkt boek dat profetisch, mystiek en psychologisch is. Het bevat ook schokkende illustraties van goden die door elkaar gehaald worden met voorouderlijke demonen.

Maar weinig mensen zijn bereid een poging te doen om een ​​logische en rationele verklaring te geven voor wat de vader van de analytische psychologie met zijn Liber Novus van plan was te gaan doen. Wellicht zou het werk helemaal nergens toe leiden.

Misschien heeft het helemaal geen zin om vanuit wetenschappelijk perspectief te kijken naar een werk dat mogelijk alleen maar diende als zuiveringsmiddel voor de auteur, een persoonlijke therapie waarin hij zijn demonen de vrij loop liet tijdens een moment van existentiële crisis.

Het kan zijn dat het Rode Boek niet meer was dan dat. We mogen één belangrijk puzzelstukje echter niet over het hoofd zien. Nadat Jung stierf, bewaakte zijn familie het manuscript zeer wantrouwend achter slot en grendel in een huis in Kusnacht, in de buitenwijken van Zürich.

Niemand mocht er ook maar bij in de buurt komen – noch studenten, noch specialisten die zich verdiept hadden in Jung.

Later, in 1984, werd het Rode Boek of Liber Novus naar een bank verplaatst. Pas in 2009 liet Ulrich Hoerni, Jungs kleinzoon, het manuscript publiceren. Dit langverwachte evenement liet experts en fans buiten adem en sprakeloos.

Pagina uit het Rode Boek

Het Rode Boek van Carl Jung: een geest in crisis

“De geest van de diepten heeft alle trots en arrogantie onderworpen aan de kracht van het oordeel. Hij nam mijn geloof in de wetenschap weg. Hij beroofde mij van de vreugde dingen uit te leggen en te ordenen. En hij liet de toewijding aan de idealen van deze tijd in mij vergaan. Hij dwong me tot de laatste en meest simpele dingen.”

– Liber Novus, Carl Gustav Jung-

Dit is een van de paragrafen uit het eerste hoofdstuk van het Rode Boek. Voor degenen die bekend zijn met Jung, maar nog nooit naar dit werk hebben gekeken, is het eerste wat hen opvalt aan de tekst waarschijnlijk hoe vreemd en tegenstrijdig het is.

Bij het lezen ervan krijgen we het gevoel alsof we een wilde wereld in handen hebben. Het is bijna een heilige en verboden Bijbel, gebonden in rood leer, gevuld met mooi crèmekleurig perkamentpapier en bedekt met gouden letters.

Het is interessant om te weten dat veel deskundigen die zich hebben verdiept in Jung (zoals Andrew Samuels) nadat dit werk eindelijk gepubliceerd werd, snel verkondigden dat Jung geen geestesziekte had. Sommigen zeiden echter dat dit boek duidelijk het resultaat was van de psychotische inzinking die Jung doormaakte na zijn ruzie met Freud.

Dat was niet het geval. In werkelijkheid maakte Jung een diepe persoonlijke crisis door. Hij begon aan een nieuw hoofdstuk in zijn leven, en dit leidde tot een intellectuele evolutie. Hij begon het Rode Boek te schrijven in 1914.

Dit was dus net aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, toen hij werkzaam was als arts en psychiater in Zwitserland. Jung was diep teleurgesteld in de mensheid en enorm sceptisch over de rationele wetenschap van zijn tijd.

Carl Gustav Jung

Het zuiverende einde van het Rode Boek

Het Rode Boek is vooral een intiem dagboek. We stuiten op enorm veel problemen wanneer we een poging doen om de warboel van symbolen en codes en alchemie te ontwarren.

Dit komt door het simpele feit dat niemand het omhulsel kan verwijderen om het lichaam dat deze vreemde geest huisvestte te ontleden. Sterker nog, de geest die een van de beste voorbeelden was van het utopische universum.

Op de pagina’s van dit boek verkent Jung zijn eigen psyche en zijn relaties met zijn onderbewustzijn. Dit alles doet hij binnen een diepzinnige architectuur waarin hij, natuurlijk, de bevoorrechte ontdekkingsreiziger was.

Hij gebruikte de psychonautische techniek om elke pagina zijn vorm te geven. Dit deed hij met behulp van actieve fantasieën die hij verzamelde uit zijn meditaties, waar beelden vrij konden stromen. De beelden die hem het langst bij bleven, werden verwerkt in illustraties en beschrijvingen.

Dit is hoe alle archetypen die zich uiteindelijk nog zouden ontwikkelen in eerste instantie tot stand komen. Op sommige momenten komen ook zijn meer turbulente werelden naar voren. Net als die schaduw die we vaak niet herkennen als onze eigen schaduw, maar eigenlijk juist de vorm van ons ware zelf laat zien.

Trap naar het universum

Een laatste advies

Toen het Rode Boek in 2009 eindelijk gepubliceerd werd, gebeurde er echter iets merkwaardigs maar ook geweldigs. Veel van de voormalige patiënten van Jung kwamen namelijk naar voren met een getuigenis. Deze mensen leken het doel van het boek wel te begrijpen.

Terwijl sommigen afkeurend hun hoofd schudden naar deze literaire oceaan, gevuld met bomen van wijsheid, reptielenbreinen, uitgehongerde draken en kundalini-slangen, herinneren anderen zich juist het advies dat dr. Jung vaak gaf:

“Ik zou je moeten adviseren om het allemaal zo mooi mogelijk op papier te zetten – in een boek met een mooie kaft. Het zal lijken alsof je de visies banaal maakt – maar dat moet je ook doen. Dan zal je bevrijd zijn van de macht die ze hebben… Wanneer deze dingen dan in een kostbaar boek staan, kun je het boek er af en toe bij pakken en erdoorheen bladeren en voor jou zal het jouw kerk zijn – jouw kathedraal – de stille plaatsen van je geest waar je vernieuwing zult vinden. Als iemand tegen je zegt dat het morbide of neurotisch is en je naar diegene luistert – dan verlies je je ziel – want in dat boek zit jouw ziel verborgen.”

– Carl Gustav Jung-

Verstandig advies van een groot leraar, wiens schaduw en intellectuele nalatenschap ons nog altijd blijven verheugen en verbazen.