Heb jij wel eens gehoord van het syndroom van Lima?

juni 29, 2019
Waarom zorgen sommige ontvoerders voor hun slachtoffers alsof het dierbaren zijn? In dit artikel leggen we uit wat het syndroom van Lima is.

De menselijke geest is nog altijd een mysterie voor ons. Sterker nog, er zijn zelfs veel fenomenen die ons volledig verbazen, zoals het syndroom van Lima. Dit fenomeen is zo complex dat het zowel ontvoerders als slachtoffers verrast.

Het syndroom van Lima houdt in dat ontvoerders zich inleven in hun slachtoffers. Meestal nemen we aan dat deze mensen weinig respect hebben voor het menselijk leven.

Hoe kan het dan dat sommigen van hen op een gegeven moment positieve gevoelens en sympathie ontwikkelen voor hun slachtoffers? Blijf doorlezen als je meer te weten wilt komen over dit vreemde fenomeen.

Het syndroom van Lima

Het syndroom van Lima is een aandoening waarbij ontvoerders een emotionele band met hun slachtoffers ontwikkelen. Je zou kunnen zeggen dat het de andere kant van het Stockholmsyndroom is.

Paradoxaal genoeg begint de ontvoerder zich in te leven in zijn slachtoffer. Hij begint zich op een gegeven moment zelfs zorgen te gaan maken over diens behoeften en welzijn. Dit kan zich uiten in gedrag zoals:

  • De ontvoerder probeert zijn slachtoffer bewust geen pijn te doen.
  • Hij geeft zijn slachtoffer bepaalde vormen van vrijheid of laat hem zelfs helemaal vrij.
  • De ontvoerder maakt zich zorgen over het lichamelijke en emotionele welzijn van zijn slachtoffer.
  • Hij voert gesprekken met zijn slachtoffer.
  • Soms deelt de ontvoerder zelfs persoonlijke informatie met zijn slachtoffer. Bijvoorbeeld jeugdverhalen, doelen en verlangens.
  • Ook kan het zijn dat hij beloften doet aan het slachtoffer. Ze kan hij bijvoorbeeld dingen zeggen als ‘ik zal je beschermen’ of ‘er zal niets met je gebeuren’.
  • In sommige gevallen kan de ontvoerder zich zelfs aangetrokken voelen tot zijn slachtoffer.
Vrouw met droevige blik

Oorzaken van het syndroom van Lima

Wellicht vraag je je inmiddels af wat enkele van de oorzaken van het syndroom van Lima kunnen zijn. Allereerst is het misschien goed om je er nog even op te wijzen dat iemand niet per se ziek of gek is als hij aan een bepaald syndroom lijdt.

Buiten de innerlijke toestand van de persoon, kunnen bepaalde omstandigheden er ook voor zorgen dat iemand op de een of andere manier reageert.

Om het syndroom van Lima te begrijpen moet je je allereerst focussen op de innerlijke wereld van de ontvoerder. Daarnaast moet je echter ook kijken naar de omstandigheden rondom de ontvoering.

Zo zou het behulpzaam kunnen zijn om iets meer te weten over de psychologische omstandigheden van de ontvoerder, evenals de omstandigheden die tot de ontvoering hebben geleid:

  • Misschien maakt de ontvoerder deel uit van een groep die hem dwong de ontvoering te plegen.
  • Misschien is de ontvoerder het niet eens met de manier waarop de ontvoering plaatsvond.
  • Het kan zelfs zijn dat de ontvoerder ernstig in de problemen zit waardoor hij zich gedwongen voelde de ontvoering te plegen. Zo kan er bijvoorbeeld sprake zijn van gezinsproblemen of ernstige financiële problemen of kan hij lijden aan een psychische stoornis.
  • De ontvoerder hoeft helemaal geen ervaring te hebben met het ontvoeren van mensen.
  • Tot slot kan het zijn dat de ontvoerder denkt dat hij deze situatie niet zal overleven.

De paradox van dit syndroom

Wat misschien wel het meest verrassend is aan dit syndroom is dat de ontvoerder zich gedraagt ​​alsof hij het slachtoffer niet gegijzeld heeft. Dit is de paradox van het syndroom van Lima.

Het is ook de reden waarom de ontvoerder zijn best doet om de omstandigheden van het slachtoffer te verbeteren. Sterker nog, hij probeert zelfs te voorkomen dat hij het slachtoffer ook maar enige pijn of ongemak bezorgt.

Als het slachtoffer ziek is, geeft hij hem medicijnen. Als het slachtoffer gewond raakt, doet de ontvoerder zijn best om hem te genezen. Heeft het slachtoffer honger, dan zal de ontvoerder proberen hem het beste voedsel te geven dat binnen zijn bereik is. De ontvoerder ziet zichzelf als de verzorger van het slachtoffer.

In het ergste geval kan de ontvoerder zelfs verliefd worden op zijn slachtoffer. In dit geval zal hij dan ook proberen om zijn slachtoffer te verleiden. Dit komt omdat hij wil dat zijn slachtoffer zijn gevoelens beantwoordt.

Wat is de oorsprong dit syndroom?

Wellicht had je al zo’n vermoeden, maar dit syndroom kreeg zijn naam van een ontvoering die ruim 20 jaar geleden plaatsvond in Lima, Peru.

In 1996 nam een ​​terroristische groep de Japanse ambassade in de Peruaanse hoofdstad over. Naarmate de dagen verstreken, begonnen de ontvoerders een sterke band op te bouwen met hun slachtoffers. Verrassend genoeg begonnen de ontvoerders ze allemaal vrij te laten.

Vrouw met haar gezicht in haar handen

Nog een paar laatste opmerkingen

Je zou dus kunnen zeggen dat het syndroom van Lima gerelateerd is aan een intrinsieke menselijke neiging: het aangaan van banden met andere mensen (zelfs in extreme omstandigheden zoals een ontvoering).

Het is heel moeilijk om dit syndroom te bestuderen, omdat het praktisch onmogelijk is om de omstandigheden van een ontvoering in een laboratorium na te bootsen en alle variabelen te beheersen.

Wat we wel weten is dat de manifestatie van het syndroom afhangt van verschillende variabelen. Daarnaast hangt het ook af van de ontvoerder, de situatie rondom de ontvoering en het slachtoffer.

Tot slot herinnert dit syndroom ons eraan dat mensen zeer irrationeel kunnen zijn en de neiging hebben om te handelen op basis van hoe zij de werkelijkheid begrijpen en interpreteren.

  • Camelo, R., & Vargas, N. (2002). El vínculo secuestrador-secuestrado. Una mirada desde el secuestrador. Trabajo de grado. Departamento de Psicología, Universidad Nacional de Colombia.
  • González Ruiz, S., Buscaglia, E., García González, J. C., & Prieto Palma, C. (2002). Un estrecho vínculo. Revista Universitaria76, 55-62.
  • Villegas, V. J. S. (2010). Creencias y conductas irracionales presentes en familiares y víctimas de secuestro y extorsión. Criminalidad52(2), 33-54.