Wat bedoelen we met de term egocentrisch taalgebruik?

· november 17, 2018

We hebben allemaal wel minstens één keer iemand tegen zichzelf horen praten. Ik ben er eigenlijk zeker van dat ook jij het een aantal keren gedaan hebt. Kinderen zijn hierin de echte specialisten. Vele kinderen jonger dan 6 jaar lijken een spontaan, egocentrisch taalgebruik te bezitten dat hun ontwikkeling beïnvloedt.

In de ontwikkelingspsychologie is egocentrisch taalgebruik een interessant onderwerp. Taal heeft een heel sterk sociaal karakter. Toch lijkt het ook iets anders te verbergen. Het spontane gebruik van taal, of er nu wel of niet iemand is om de boodschap te ontvangen, kan een aanwijzing zijn. Misschien vervult de taal meer functies dan alleen sociale communicatie.

In dit artikel onderzoeken we twee verschillende theorieën. Ze proberen het optreden en de functie van egocentrisch taalgebruik te verklaren. Deze twee theorieën vinden hun oorsprong bij twee van de belangrijkste psychologen in de studie van de ontwikkelingspsychologie: Jean Piaget en Lev Vygotski. Beide psychologen geven twee verschillende verklaringen voor dit fenomeen.

“Bij kinderen krijgen we de beste kans om de ontwikkeling te bestuderen van de logische kennis, de wiskundige kennis, de lichamelijke kennis, enzovoort.”

-Jean Piaget-

De theorie van Piaget over egocentrisch taalgebruik

Om het perspectief van Piaget op deze materie te begrijpen is het belangrijk dat we zijn ontwikkelingstheorie bekijken. Die is gebaseerd op de ontwikkeling van de logische intelligentie. Dit soort ontwikkeling zal dus het vermogen van het kind om met anderen om te gaan bepalen. Volgens Piaget zal het kind tekort in zijn sociale vaardigheden vertonen tot het de zogenaamde “theorie van de geest” ontwikkelt.

Piaget stelt dat het fenomeen van egocentrisch taalgebruik zich focust op de spreker zonder zich iets aan te trekken van het perspectief van de andere persoon. Dit gebeurt omdat het kind het vermogen nog niet bezit tot sociale interactie. We kunnen dit egocentrische gedrag ook in hun gedachten en waarneming vaststellen.

De theorie van Piaget over egocentrisch taalgebruik

“Wanneer je een kind iets aanleert, dan ontneem je hem voor altijd de kans om het zelf te ontdekken.”

-Jean Piaget-

Waarom bestaat deze taalvorm als het in de communicatie geen nut heeft? Piaget stelt dat egocentrisch taalgebruik als een uiting van de symbolische functie optreedt die het kind pas verworven heeft. Rond de leeftijd van drie jaar is het kind in staat om zijn eigen wereld door middel van de taal voor te stellen. Het heeft echter de sociale functie van de taal nog niet begrepen. Ze baseren de taal op zichzelf. Het vervult eerder een symbolische dan een communicatieve functie.

Geleidelijk zal het kind vanaf de leeftijd van zes of zeven jaar de theorie van de geest verwerven. Dit zal ervoor zorgen dat ze de sociale interactie begrijpen en hoe belangrijk het is om taal te gebruiken om te communiceren. In de meeste gevallen zijn die prikkels voldoende voor het kind om afstand te nemen van het egocentrisch taalgebruik. Hun denkproces zal ook overgaan van egocentrisch naar logisch. Ze zullen de communicatieve aspecten van de taal leren.

De theorie van Vygotski over egocentrisch taalgebruik

De verklaring van Vygotski is volledig anders. Hij stelt dat socio-culturele factoren ons vanaf een jonge leeftijd beïnvloeden. Hij verwerpt de vooronderstelling van Piaget dat kinderen jonger dan zes jaar oud niet in sociale interactie geïnteresseerd zijn. De communicatieve pogingen van een baby tonen duidelijk hun interesse aan om sociaal te zijn.

“Het kind begint de wereld niet alleen door zijn ogen waar te nemen maar ook via zijn spraak.”

-Lev Vygotski-

Voor Vygotski heeft de taal altijd een sociale en communicatieve functie. Kinderen spreken om met anderen te communiceren. Tegelijkertijd ontwikkelen ze een symbolische functie in een sociale context. Kinderen beginnen het gebruik van de taal te ontdekken door het te gebruiken. Eén functie is het vermogen van de taal om gedrag te sturen. Taal helpt ons om onze gedachten en daden te structureren.

De theorie van Vygotsky over egocentrisch taalgebruik

Volgens Vygotski is het doel van egocentrisch taalgebruik de zelfsturing te verbeteren. Dit is ook de reden dat het geen ontvanger hoeft te hebben. Waarom verdwijnt egocentrisch taalgebruik op de leeftijd van zes jaar? In de theorie van Vygotski treedt hier een belangrijk proces op dat hij “internaliseren” noemt.

Op de leeftijd van zes jaar is het kind in staat om dit egocentrisch taalgebruik te internaliseren en het deel te laten uitmaken van zijn denkprocessen. Dit betekent dus dat het proces van zelfsturing een onderdeel wordt van hun innerlijke stem. Taal vormt dus een essentieel fundament van ons denken.

Tot slot

Dit zijn twee serieuze pogingen om de redenen en de context te verklaren waarin het egocentrisch taalgebruik zich ontwikkelt. Beide hypotheses zijn verschillend en hebben sterke en zwakke punten.

De informatie en de gegevens zullen verschillen afhankelijk van het perspectief van waaruit men de taal bestudeert. Dit toont aan hoe complex het taalproces is en hoeveel dimensies het omvat. Om de vragen omtrent taal en taalontwikkeling te kunnen beantwoorden is dus een grondig onderzoek nodig.