Een reactieve hechtingsstoornis: het verwaarloosde kind

· juni 6, 2019

Wanneer een kind verwaarloosd wordt of niet goed wordt verzorgd tijdens zijn jeugd, kunnen er problemen ontstaan. Zo kan het kind ontoereikend sociaal gedrag ontwikkelen. Hierdoor kan het vervolgens een reactieve hechtingsstoornis (RHS) ontwikkelen.

Hechting is namelijk het belangrijkste onderdeel van sociale en emotionele ontwikkeling in de vroege kindertijd. Het is de band die een baby opbouwt met zijn ouders of primaire verzorgers.

Deze band is erg bepalend voor de rest van de relaties die het kind tijdens de kindertijd zal opbouwen. In veel gevallen kan het ook bepalend zijn voor de relaties die hij na deze belangrijke fase opbouwt.

De hechtingstheorie biedt ons een nieuw perspectief op menselijke ontwikkeling. Wat is hechting en hoe dient het de mensheid? Als de hechting niet goed is, wat zijn dan de pathologische effecten die dit kan veroorzaken? De antwoorden op deze vragen kunnen ons helpen om veel belangrijke aspecten beter te begrijpen.

Wat is een reactieve hechtingsstoornis (RHS)?

Reactieve hechtingsstoornis (RHS) ontwikkelt zich tijdens de kindertijd. Wanneer een kind tijdens zijn jeugd weinig kans heeft voor selectieve binding, kan het uiteindelijk terughoudend en geremd worden. Een gevolg hiervan is dat het zich helemaal aan niemand kan binden.

Verwaarlozing, vaak van voogd verwisselen of ontbering (bijvoorbeeld in institutionele instellingen) zijn enkele risicofactoren die kunnen leiden tot reactieve hechtingsstoornis.

Droevig meisje staart voor zich uit

Dit soort kinderen zijn vaak erg afstandelijk en gaan zelden op zoek naar de affectie van specifieke volwassenen, zelfs als ze hier emotioneel behoefte aan hebben. Ze kunnen een zeer kort lontje hebben zonder precies te weten waarom, of bang zijn voor genegenheid of contact met hun verzorgers/familie.

Waarvan gedacht wordt dat het essentieel is voor de geestelijke gezondheid is dat een zuigeling en jong kind een warme, intieme en ononderbroken relatie met zijn moeder heeft (of een permanente vervanging voor een moeder – één persoon die hem gestaag bemoederd) waarin beiden voldoening en plezier vinden.

-John Bowlby-

Hechting en de invloed die het heeft op de ontwikkeling van het kind

De hechtingstheorie stelt ons in staat om de complexiteit van het proces waardoor we overleven en integreren in de samenleving beter te begrijpen.

Uit ethologie en psychoanalyse weten we dat wanneer een menselijke baby wordt geboren, het volwassenen nodig heeft die bereid zijn om in zijn vitale behoeften te voorzien. Onder andere affectie, voedsel, hygiëne, zorg en mobiliteit.

Ouderlijke incompetentie

Ouderlijke incompetentie is wanneer de hechtingsfiguren zich niet voldoende bezighouden met de behoeften van het kind. Ernstige incompetentie door ouders kan zich op een of meer van de volgende manieren manifesteren:

  • Niet goed beschikbaar zijn (psychologisch en/of fysiek). Het is namelijk belangrijk om affectieve relaties tot stand te brengen en om in te spelen op de behoeften van het kind of deze te begrijpen.
  • De zorg die zij bieden is chaotisch, instabiel en verandert voortdurend.
  • Ze weten niet hoe ze hun kind moeten kalmeren, affectie moeten tonen en zijn ook niet in staat te reageren op zijn communicatiebehoeften.
  • Ze kunnen de ontwikkeling van de sociale vaardigheden van het kind niet herkennen, identificeren, reguleren of bevorderen.
  • Nalatigheid (gebrek aan basiszorg, psychologisch of fysiek misbruik, seksueel misbruik en psychologische manipulatie, onder andere).
  • Ze bieden incoherente en tegenstrijdige antwoorden. Hun woorden komen bijvoorbeeld niet overeen met hun handelingen.
  • Ouderlijke incompetentie kan worden veroorzaakt door een ernstige psychische aandoening (depressie, drugsverslaving, sociale problemen of ernstige en invaliderende gebeurtenissen).

De gevolgen van ouderlijke incompetentie

Als een kind wordt opgevoed met ernstige ouderlijke incompetentie, kan dit leiden tot de verkeerde hechting. De gevolgen van ouderlijke incompetentie hangen vaak echter af van verschillende variabelen:

  • De leeftijd van het kind ten tijde van de disfunctionele binding.
  • De aanwezigheid van een vervangende band in het geval van een scheiding of vervreemding. Hoe het kind zich aanpast aan de vervanger, hangt af van de kwaliteit van de hechting die het vóór de scheiding heeft ontwikkeld, en van hoe deze band werd onderhouden.
  • Het moment dat het gebeurt. De meest kritische tijden zijn namelijk het eerste levensjaar, het derde tot vierde levensjaar en de adolescentie.
  • Hoe veerkrachtig de persoon is.
  • De redenen van de breuk (levensverhalen en gebeurtenissen).
  • Hoe lang de breuk of disfunctionaliteit duurde.

Het is begrijpelijk dat mensen die opgroeien onder deze omstandigheden de neiging hebben om abrupt, onvoorspelbaar of impulsief gedrag te vertonen. Ook gaan ze relaties aan met grote onzekerheid, angst en wantrouwen. In sommige gevallen ontwikkelen ze zelfs pathologieën zoals reactieve hechtingsstoornis (RAD).