De dunne lijn tussen alcoholisme en een gewoonte

· september 17, 2017

Vrijdagmiddag verlaat je het kantoor en heb je, zoals gewoonlijk, afgesproken voor een drankje met vrienden. Het is een traditie en het voelt bijna als de enige manier om contact te onderhouden. Deze namiddag is echter anders. Een van je vrienden heeft nieuws dat iedereen verrast. Hij is namelijk gediagnosticeerd met alcoholisme. Bovendien is deze gewoonte van elke vrijdag afspreken voor een drankje een onderdeel van het probleem.

Dit nieuws slaat bij jou en je vrienden in als een bom. Je denkt dat het misschien een grapje is. Maar helaas, dat is het niet. Het is een echt probleem en helaas een veelvoorkomend probleem. En bovendien een probleem dat moeilijk te begrijpen is. Het is moeilijk te begrijpen omdat ook jij drinkt. Jij gaat ook naar die afspraken met je vrienden en je doet ook mee aan deze gewoonte. Maar toch lijd jij niet aan alcoholisme. Jij bent geen alcoholist. Of dat denk je…

Alcoholisme Gewoonte

Alcoholisme of een gewoonte?

Diagnostische classificaties, zoals de DSM-5, definiëren alcoholisme als “een reeks gedragssymptomen en fysieke symptomen, waaronder terugtrekking, tolerantie en een intense behoefte om te consumeren”.

Binnen deze criteria benadrukken ze de frequentie en terugkerende consumptie van alcohol als een essentieel onderdeel van de diagnose. Maar kan deze herhalende consumptie worden gezien als een gewoonte? Volgens de Koninklijke Spaanse Academie moeten we de zesde definitie van het woord in ogenschouw nemen. Het definieert een gewoonte als “een situatie van afhankelijkheid jegens een bepaalde drug”.

Maar is het de gewoonte op zichzelf dat de verslaving werkelijk genereert? Het antwoord is nee. Een verslaving, in het geval van alcoholisme, is een ziekte die zich ontwikkelt als gevolg van twee factoren. Deze factoren bevatten psychologische, sociale en biologische aspecten. Het verandert een simpele gewoonte in een abusieve consumptie. Op zijn beurt modificeert deze consumptie de cerebrale structuur en het gedrag van het individu in kwestie.

Dit houdt dus in dat een combinatie van biologische en sociale factoren samen met gedragsfactoren een gewoonte in iets meer veranderen. Het verandert drinken met je vrienden in een verslaving. En dit is het meest gevaarlijke gedeelte: er zijn enkele factoren die we zelf kunnen sturen, en andere niet. Dit maakt het zo moeilijk om te voorspellen wie, onder dezelfde omstandigheden, een verslaving zou ontwikkelen en wie niet.

Alcoholisme Gewoonte

Waarom ontwikkelen sommige mensen wel alcoholisme en andere niet?

Maar hoe komt het dan dat, bijvoorbeeld in de groep vrienden waar we het eerder over hadden, de ene wel alcoholisme ontwikkelde en de rest niet? De factoren die de ontwikkeling van een alcoholverslaving beïnvloeden kunnen worden samengevat in:

Biologische factoren

De biologische factoren die de ontwikkeling van alcoholisme bevorderen variëren van genetische erfelijkheid tot de alteratie van verschillende neurotransmitters en cerebrale structuren die worden gestimuleerd door de gewoonte van consumptie, wat een nog snellere verandering opwekt bij individuen met een aanleg.

Alcoholisme wordt vaak aangetroffen bij verschillende leden binnen dezelfde familie. In 40-60% van alle gevallen kan het risico op het lijden aan alcoholisme worden verklaard door genetische aanleg. Daarnaast is het risico drie tot vier keer zo groot voor de kinderen wiens ouders er ook last van hebben.

Wat betreft de cerebrale functies en de neurotransmitters heeft onderzoek uitgewezen dat dopamine betrokken is bij de beginfase van verslavingen. Dit komt doordat dopamine wordt geassocieerd met plezier, evenals het zogenaamde cerebrale beloningssysteem, vooral opgebouwd uit het ventrale tegmentale gebied, naast andere structuren.

Alcoholisme Gewoonte

Psychologische factoren

De perceptie dat het desbetreffende individu heeft van zijn alcoholconsumptie en het gebruik ervan kan erg belangrijk zijn. Als bijvoorbeeld de persoon die in de hierboven genoemde groep de verslaving ontwikkelde, altijd diegene was die opschepte over het feit dat hij diegene was die altijd het meeste kon drinken, dan dronk hij waarschijnlijk een stuk meer dan zijn vrienden.

Naast dat hij met deze schadelijke gewoonte zijn eigen gezondheid schaadde, werd de gewoonte langzamerhand ook oncontroleerbaar en ging het uiteindelijk over in een verslaving. Iemands gedragspatroon tijdens de adolescentie, het moment waarop dit soort gedrag begint, is daarom cruciaal. De houding die iemand heeft jegens controle en devaluatie van de behoefte van sociale validatie zijn erg belangrijk.

Sociale factoren

Het idee over drinken en de beschikbaarheid van alcohol in de maatschappij waarin het individu zich bevindt zijn ook erg belangrijke factoren. Het is bewezen dat alcoholisme vaker voorkomt in maatschappijen die alcoholconsumptie meer toestaan.

Als gevolg van dit alles kunnen we alleen maar concluderen dat de lijn tussen een gewoonte en alcoholisme eigenlijk erg dun is. Er zijn factoren waarover we controle hebben (gedrag) en andere factoren die we niet kunnen beïnvloeden (biologische risicofactoren). Je moet dus erg voorzichtig zijn en alcohol altijd met mate drinken. Of, nog beter, vermijd de consumptie helemaal.