De vele soorten geaardheid en seksuele identiteit

· september 30, 2018

Geaardheid en gevoelens van interpersoonlijke aantrekkingskracht zijn aangeboren, maar seksuele identiteit ontwikkelt zich later in het leven. Dit gebeurt tijdens de adolescentie, tussen de leeftijd van 12 en 16 jaar. De meerderheid van de mensen voelt zich aangetrokken tot het tegenovergestelde geslacht (heteroseksueel). Een kleinere groep mensen voelt zich aangetrokken tot hetzelfde geslacht (homoseksueel), beide geslachten (bi- of panseksueel) of geen van beide (aseksueel).

De complexiteit van seksualiteit

Voor het doel van dit artikel spreken we in binaire termen omtrent geslacht. Het is mogelijk dat intersekse mensen en transgenders zich hier niet in herkennen. Gender staat overigens los van geslacht. Om dit kort uit te leggen: gender draait om identiteit (hoe iemand zich voelt en zichzelf ervaart); geslacht is de lichamelijke uiting van de geslachtschromosomen waar je mee geboren bent.

Hoe dan ook, interpersoonlijke aantrekkingskracht is geconditioneerd door biopsychosociale factoren. Dit wordt duidelijk wanneer een emotie zo krachtig is, dat het ons dwingt één persoon boven de ander te verheffen. Zo’n keuze wordt lang niet altijd begrepen en volgt ook niet altijd de maatschappelijke norm.

Seksueel gedrag is complex. Het gedrag zelf bepaalt je geaardheid ook niet, zoals we hierboven al zeiden. Het gedrag op zich staat daarentegen wel onder allerlei invloeden. Denk maar eens aan leeftijd, situaties, fantasieën en genegenheid. De American Psychological Association, oftewel de APA, zegt hierover het volgende: “Elk seksueel gedrag dat de beoefenaar, zijn of haar partner of derden niet fysiek of emotioneel schaadt, hoort gezien te worden als een seksuele variatie en hoort derhalve gerespecteerd te worden.” Zoals je misschien al merkt, speelt wederzijds genot en wederzijdse toestemming een grote rol hierin.

Gaypride vlag op handen in een hartvorm

“Met respect naar relaties toe, mijn algemene standpunt is dat vrijheid ‘vrijheid voor iedereen’ betekent. Mensen… horen vrij te staan in wat voor soort relatie ze maar willen te kunnen treden.”

Dick Cheney

Soorten geaardheid

Geaardheid is een overkoepelende term. Deze omvat seksuele, emotionele en romantische aantrekkingskracht richting een bepaalde soort mensen waarbij geslacht de doorslaggevende rol speelt. Vandaag de dag vindt hier echter een soort verschuiving plaats. Men let meer en meer op gender: iemand die zich man voelt, is een man, of deze nou wel of niet met een typisch mannelijk lichaam geboren is. Een hetero vrouw die verliefd wordt op zo’n persoon, is nog steeds hetero. Hetzelfde geldt uiteraard voor vrouwen die met een mannenlichaam geboren zijn. Een hetero man die zich aangetrokken voelt tot zo’n persoon, is nog steeds hetero, enzovoorts.

Mensen die zich dus aangetrokken voelen tot het tegenovergestelde geslacht en gender zijn hetero. Homoseksuele mensen vallen op hetzelfde geslacht en gender. Biseksuele mensen maken geen onderscheid; zij voelen zich tot beiden aangetrokken. Aseksuele mensen voelen daarentegen helemaal geen seksuele aantrekkingskracht (en soms ook geen romantische). Dit zijn slechts de hoofdgroepen waar men tegenwoordig bekend mee is ter illustratie. Seksualiteit is een spectrum!

Soorten geaardheid

Moderne dichotomie en nieuwe termen

De voornaamste dichotomie tot op de dag van vandaag is heteroseksualiteit en homoseksualiteit. Toch neemt de kennis over de heterogeniteit — dus diversiteit — van geaardheid met de dag toe. Alles waar we eerst geen naam aan wisten te geven maar dat wel al millennia lang bestaat, krijgt toch een naam. Hier zijn een paar termen waar je misschien nog niet mee bekend bent, gebaseerd op persoonlijke uitingen:

  • Panseksualiteit. Dit wordt soms ook omniseksualiteit, polyseksualiteit of triseksualiteit genoemd. Dat zijn veel namen voor een simpel begrip, want het gaat hier om aantrekking tot mensen ondanks hun geslacht en gender. Het gaat bij hun expliciet om het innerlijk, waardoor ze zich tot alles en iedereen op het seksualiteitsspectrum aangetrokken kunnen voelen. Uit verhalen van mensen met afwijkende gender- en geslachtsbelevingen blijkt dat panseksuele mensen het minste “letten” op het geslacht en gender van hun partner.
  • Demiseksualiteit. Dit kan omschreven worden als aantrekkingskracht die gebaseerd is op een sterke, emotionele band. Voordat deze is vastgesteld, voelt een demiseksueel iemand zich niet seksueel aangetrokken tot een ander.
  • Lithseksualiteit. Mensen die zich hiermee identificeren voelen zich aangetrokken tot mensen zolang deze aantrekking niet wederzijds is.
  • Autoseksualiteit. Een aantrekkingskracht tot jezelf. Dit staat net een stapje boven zelfwaardering.
Seksuele diversiteit

Oorsprong van labels

Het merendeel van deze labels komt niet voort uit psychologie of biologie zoals heteroseksualiteit en homoseksualiteit deden. Ze maakten onderdeel uit van een sociale beweging in een zoektocht naar gelijkheid. Het doel van deze beweging was om de mensen te verdedigen die tot deze groepen behoorden en de diversiteit van seksuele ervaringen zichtbaar te maken.

Transgenders of transseksuele mensen zijn niet opgenomen in het bovenstaande lijstje, omdat iemands gender los staat van zijn geaardheid. Een transgender man (dus geboren als vrouw) die alleen op vrouwen valt is heteroseksueel, en eentje die alleen op mannen valt is homoseksueel. Een transgender-vrouw (geboren als man) die op beide geslachten en al zijn uitingsvormen valt is biseksueel. Dat zijn slechts een paar voorbeelden.

“Wees wie je bent en zeg wat je voelt, omdat degenen die het iets uitmaakt doen er niet toe en degenen die er wel toe doen, maakt het niets uit.”

-Dr. Seuss-

Soorten stellen

Historische fases van seksuele diversiteit

Seksualiteit is een sociale constructie. Dat wil zeggen dat de interpretaties van de uitingen van seksualiteit gevarieerd hebben, afhankelijk van context en historische tijdperken. Denk bijvoorbeeld eens aan de rol die religieuze en morele waarden hebben gespeeld. Deze waren van immense invloed op de opzet van de publieke opinie over alle non-hetero geaardheden in het verleden. Zelfs nu spelen deze waarden onder (gelukkig steeds minder) mensen een rol. Dit leidde (en leidt nog steeds) tot stigmatisatie en zelfs de ontkenning van het bestaansrecht van verschillende geaardheden.

Het gevecht voor respect voor seksuele diversiteit woedt tot vandaag de dag. Cultuur, voor zover men aan dit begrip op zich verantwoordelijkheid kan ontlenen, oefent hier ook zijn invloed op uit. Het concept van seksuele diversiteit leidt tot intense discussies omtrent de zichtbaarheid van identiteiten en labels.

Degenen die homoseksuele relaties lasteren baseren hun argumenten op de bedenkelijke hypothese dat homoseksualiteit onnatuurlijk is. Echter, in recente jaren wordt homoseksualiteit bij dieren onderling door steeds meer biologen onderzocht. Diversiteit in geaardheid is bij meer dan 450 diersoorten aangetroffen, maar homofobie bestaat slechts bij eentje. Wat denk je dan dat onnatuurlijk is?

“Ik ben homo. Hoe en waarom ik dat ben zijn onnodige vraagstukken. Dat is hetzelfde als vragen waarom mijn ogen groen zijn.”

-Jean Genet-

Literatuurlijst

APA, A. A. D. P. (1983). Manual diagnóstico y estadístico de los trastornos mentales ([DSM-IV]).

Ardila, R., & Ardila, R. (1998). Homosexualidad y psicología.

Castañeda, M., & Castañeda, M. (1999). La experiencia homosexual: Para comprender la homosexualidad desde dentro y desde fuera.

Alfaro, A., Sosa, D., Valdés, J., Hernández, M. M., & Fernández, B. (1998). Orientación sexual en estudiantes adolescentes. Revista Cubana de Medicina General Integral, 14(5), 450-454.

Jávega, C. C. (2001). Discriminación y orientación sexual del trabajador. Editorial Lex Nova.

Nouselles, A. M. (2004). De Sodoma a Chueca: Una historia cultural de la homosexualidad en España en el siglo XX. Egales.

Ortiz-Hernández, L. (2005). Influencia de la opresión internalizada sobre la salud mental de bisexuales, lesbianas y homosexuales. Salud mental, 28(4), 49.