De metafoor van de wiskundeleraar

september 29, 2019
De metafoor van de wiskundeleraar is een oefening uit de mindfulness en cognitieve gedragstherapie (MBCT). Men gebruikt het om te tonen hoe onze neiging om tot een conclusie te komen zonder alle informatie te hebben verschrikkelijke gevolgen kan hebben.

Er zijn veel gevallen waarin je gedachten meer tegen dan voor je werken. Het probleem is niet de inhoud van de gedachten maar de manier waarom je tot die gedachten komt. Vaak zijn het cognitieve fouten die afstammen van beperkte kaders in je geest. In je dagelijks leven kan dit problemen veroorzaken. De metafoor van de wiskundeleraar kan hier echter bij helpen.

Eén voorbeeld van deze problematische cognitieve kaders is wat we willekeurige gevolgtrekking noemen. In feite betekent het dat je tot een conclusie komt zonder dat je eigenlijk bewijs hebt om het te ondersteunen. In sommige gevallen kan er zelfs bewijs van het tegendeel zijn.

Het kan nuttig zijn om uit jouw eigen ervaringen te putten. Dit proces kan er echter ook voor zorgen dat je enkele heel foute conclusies over de wereld om je heen trekt. Laten we hier even dieper op ingaan.

Hoe conclusies trekken nuttig kan zijn

We moeten eerlijk zijn. Conclusies trekken die gebaseerd zijn op één kenmerk of concreet feit, kan jou tijd en inspanning besparen. Als iemand Sandra vertelt dat Willem het leuk vindt om huishoudelijke taken en dergelijke te doen, dan is het niet verrassend dat zij denkt dat hij graag kookt.

De volgende keer dat zij elkaar zien, kan ze dus een etentje voorstellen waarbij beiden een gerecht meebrengen. Willem kan echter geen flauw idee hebben hoe hij moet koken.

Misschien wil je dan zeggen dat deze verwarring perfect begrijpelijk is. Dat is echter deel van het probleem. Die “normale” ervaring waarvan je denkt dat je die in verschillende situaties meemaakt, kan er eigenlijk voor zorgen dat je een onjuiste kijk op dingen hebt.

Cognitieve therapie op basis van mindfulness

MBCT: cognitieve therapie op basis van mindfulness

MBCT is een model dat twee afzonderlijke praktijken combineert: cognitieve therapie en het stressreductieprogramma van Jon Kabat-Zinn dat gebaseerd is op mindfulness.

Het oorspronkelijke doel van de vereniging van deze twee praktijken was om de veelvoorkomende terugvallen te voorkomen nadat een patiënt de therapie bij depressie beëindigd had.

Over restsymptomen en terugval bij depressieve patiënten nadat ze de therapiecyclus afgewerkt hadden, bestonden er veel onderzoeken.

De aantallen waren alarmerend. Ongeveer 70% van de mensen vertoonden cognitieve symptomen van een depressie nadat de therapie voorbij was. Zelfs de 75% mensen die goed op de therapie reageerden, hadden vijf of meer restsymptomen.

In het algemeen waren deze symptomen dingen zoals het onvermogen om zich te concentreren, een gebrek aan focus, problemen om woorden te vinden, geestelijke traagheid en moeite om beslissingen te nemen.

Dat is de reden waarom MBCT op dit moment zo noodzakelijk is. Segal, Williams en Teasdale hebben MBCT in 2002 ontwikkeld. Ze hebben deze vorm van therapie ontworpen om in groepssessies te doen. In deze sessie werk je aan meditatie, gevoelens en emoties. Het is een manier om een terugval te voorkomen.

MBCT helpt je en leert je om je aandacht te richten op andere manieren van denken. Als je je opnieuw in het web van depressie bevindt, dan zullen die je helpen om eruit te raken.

MBCT en metaforen

In MBCT zijn metaforen een veelvoorkomend instrument. Het doel is mensen helpen om hun cognitieve processen te veranderen. Het toont hen hoe ze een irrationele gedachte kunnen zien. Van daaruit kunnen ze leren om op de juiste manier met die gedachte om te gaan.

Eén van de metaforen die MBCT gebruikt, is de metafoor van de wiskundeleraar. Deze metafoor houdt in dat je jouw ogen sluit. Op die manier kan je je volledig bewust zijn van de gedachten, de gewaarwordingen en de emoties die het verhaal opwekt. Het werkt op de volgende manier.

Bewustwording: de metafoor van de wiskundeleraar

Dit is de basisstructuur voor het verhaal:

Clara is onderweg naar school. Ze maakt zich zorgen over de wiskundeles. Ze weet niet of ze in staat zal zijn om dit moeilijke niveau aan te kunnen. Als secretaresse is dit zelfs niet eens een verantwoordelijkheid voor haar.

Zodra je het verhaal verteld hebt, moet je de mensen wat tijd geven om erover na te denken. Daarna kan je de groep vragen wat er in het verhaal gebeurd is. In de meeste gevallen zal je merken hoe ze fouten maken omdat ze snel conclusies trekken.

Hoogstwaarschijnlijk zullen ze eerst denken dat Clara, het personage in het verhaal, een leerling is. Dan zullen ze denken dat ze een leraar is om uiteindelijk vast te stellen dat ze een secretaresse is.

Het gevaar van snel conclusies trekken

Wat toont deze oefening van de metafoor van de wiskundeleraar? We hebben de neiging om conclusies te trekken en ze te veranderen naarmate we meer informatie krijgen.

In dit verhaal komt de waarheid naar boven nadat je meer informatie verworven hebt. In het echte leven is dit echter niet altijd het geval. Niets of niemand heeft een reden om eventuele verkeerde conclusies die je trok, te verhelderen.

Uiteindelijk is het jouw verantwoordelijkheid om de manier te veranderen waarop je dingen ziet en hoe je denkt. Het mag niet iets zijn dat iemand anders voor jou doet.

Uiteraard is het geen gevaarlijke fout te denken dat Clara een leraar is en geen secretaresse. Je kan dit verhaal echter op vele verschillende aspecten van het leven toepassen. Stel bijvoorbeeld dat Clara in werkelijkheid Helena is, je beste vriendin. Je ziet haar in de verte lopen maar ze zwaait niet. Dan ga je waarschijnlijk al enkele conclusies trekken.

Stel je in dezelfde lijn voor dat Bea jou de dag zelf zegt dat ze niet kan bijleggen voor het geschenk voor Claudia. Ze had het echter beloofd en jij hebt het al gekocht. De rest van je vrienden kan dan denken dat ze schaamteloos, egoïstisch of ongeïnteresseerd is en dat ze waarschijnlijk Claudia niet leuk vindt.

Dit zijn echter conclusies die ze trekken zonder eigenlijk genoeg informatie te hebben. Ze kunnen het met andere woorden mis hebben. Bea kan geldproblemen hebben of net een ruzie met haar vriendin gehad hebben en op een impulsieve manier reageren. Of ze kan gewoon een conflict hebben met Claudia zonder dat zij het weten.

Het gevaar van snel conclusies trekken

Is andere mensen beïnvloeden jouw verantwoordelijkheid?

Deze manier van denken is niet alleen gevaarlijk in de zin dat het jouw gemoedstoestand kan aantasten. Onthoud dat je gedachten je gedrag beïnvloeden.

De gevolgtrekkingen die je maakt, kunnen er dus voor zorgen dat je op een bepaalde manier handelt. Ze zijn echter niet noodzakelijk juist. Je kan uiteindelijk op een bepaalde manier handelen die gebaseerd is op iets dat zelfs niet waar is.

Je praat niet meer tegen Helena omdat ze “jou afgewezen heeft” of de vriendengroep maakt ruzie en is boos op Bea omdat ze “egoïstisch” is, ook als is het niet waar. Dan doe je in feite iets dat je eigenlijk niet wilt doen. Bovendien is er in de werkelijkheid geen enkele grond voor. Het zit allemaal slechts in je hoofd.

Dit is de reden waarom het zo belangrijk is dat je jezelf de metafoor van de wiskundeleraar eigen maakt. Denk eraan telkens als je voelt dat je te gemakkelijk tot een conclusie komt. Het zal niet alleen je vermogen om rationeel te denken verbeteren. Uiteindelijk zal je namelijk ook minder vaak de verkeerde keuze maken.

  • Cebolla, A. y Miró, M. (2008). Efectos de la Terapia Cognitiva basada en la Atención Plena: una aproximación cualitativa. Apuntes de Psicología, 26(2), 257-268.