Constructivisme: hoe construeren we onze realiteit?

· september 9, 2018

Filosofen en wetenschappers stellen al langer vragen omtrent hoe wij realiteit waarnemen en hoe we kennis winnen. Dit valt onder wetenschapsfilosofie. Deze zijn elk nauw verwant aan ontologie (de leer van het “zijn”) en epistemologie (leer van de kennis). In dit artikel gaan we het hebben over één stroming binnen de filosofie en hoe deze de bovenstaande vragen probeert te beantwoorden. Deze stroming is het constructivisme. De bijbehorende theorie voorziet ons van een interessante lens om psychologie door te bekijken.

Voordat we het gaan hebben over constructivisme, gaan we de geschiedenis en oorsprong hiervan bespreken. Om het enigszins simpel te houden, zullen we het probleem op twee manieren proberen te verhelderen. Ten eerste bespreken we wat vooraf gaat aan het verkrijgen van kennis. Ten tweede kijken we wat vooraf gaat aan het waarnemen van realiteit.

Hoe verkrijgen we kennis?

Empirisme

Waar komen onze ideeën en mentale beelden vandaan? De klassieke theorieën die deze vragen beantwoorden worden in twee gebieden opgedeeld: empirisme en aangeboren. Misschien heb je wel eens van het nature-nurture debat gehoord. Dat komt op hetzelfde neer.

Empirisme is gebaseerd op het feit dat al onze kennis uit ervaring voortkomt. Onze omgeving levert ons zelfs de kleinste en simpelste ideeën. Deze worden later opgevangen door ons brein, waarna we ze internaliseren.

De aanname van dit standpunt is dat kennis compleet buiten onszelf bestaat en onze gedachten intreedt. Misschien komt dit voort uit anderen of vanuit de realiteit zelf, welke het individu vervolgens kopieert. Empirisme is een theorie die erg strookt met gezond verstand. Psychologie is in feite gebaseerd hierop. Dit was in het verleden wel anders, maar tegenwoordig worden alle theorieën en hypothesen empirisch getest. Niks wordt zonder bewijs dat voortkomt uit onderzoek aangenomen.

Constructivisme

Aangeboren kennis

Aan de andere kant van de medaille staat de aanname dat al onze kennis aangeboren is. Deze aanname kwam voort uit het feit dat empirisme onvoldoende kracht leek te bezitten. We kunnen accepteren dat een groot deel van onze kennis uit externe bronnen geput wordt. Het is echter niet minder waar dat we ook met een aantal neigingen en kennis geboren worden. Ons spreekvermogen is bijvoorbeeld aangeboren en onze empathie ook.

Deze stroming kent zijn oorsprong dus in de hypothese dat kennis niet voortkomt uit ervaringen. Deze kennis — of programmering — is nodig om onze ervaringen bijvoorbeeld te organiseren. Denk maar aan hoe we dingen ordenen op locatie, tijd en aantallen.

Het probleem hiervan is dat het tekortschiet wanneer men naar uitleg vraagt over de oorsprong van kennis. Ook kan het niet uitleggen waarom bepaalde soorten kennis zich slechts op specifieke momenten voordoen. Bovendien verklaart het niet waarom er verschillen tussen individuen bestaan. Constructivisme streeft ernaar om dit probleem en de ontoereikendheid van empirisme op te lossen.

Constructivisme begint bij het principe dat kennis een resultaat is van een continue interactie tussen het individu en de realiteitoftewel de omgeving. Het individu is een soort intuïtieve wetenschapper. Hij verzamelt data over zijn realiteit en interpreteert zijn omgeving. Deze interpretaties helpt hem op zijn beurt zijn eigen wereld te creëren. Zo dienen deze interpretaties ook als een soort basis voor hierop volgende interpretaties.

Hoe nemen we de realiteit waar?

Dit is ook één van de grote vragen rondom deze kwestie. Men heeft een tal aan mogelijke antwoorden hierop geopperd. De meest intuïtieve reactie hierop — en de eerste in de gedocumenteerde geschiedenis — introduceert ons aan het realisme. Vanuit dit perspectief denken we dat we de realiteit precies waarnemen zoals hij is. Onze gedachten en zintuigen oefenen geen enkele invloed uit op de reflectie hiervan die zich in ons hoofd vormt. Wat we dus zien, horen en aanraken is precies waar het op lijkt. Iedereen neemt dit volgens het realisme ook op dezelfde wijze waar.

Realisme stortte vrij snel in onder zijn eigen gewicht. Veel filosofen realiseerden zich dat de zintuigen de realiteit niet perfect waarnemen. Descartes en Hume, twee prominente figuren binnen de filosofie, gingen zelfs zo ver om te zeggen dat het onmogelijk is voor een realiteit om te bestaan nadat het onze zintuigen gepasseerd is. Hieruit volgt nog een mogelijke oplossing: de zintuigen geven ons een inaccuraat beeld van de realiteit. We observeren de realiteit niet langer direct. Zodoende kunnen we stellen dat we in principe enkel een soort schaduw van de realiteit zien.

Gebreken van realisme

Ook deze theorie kent echter zijn gebreken. Ook al hebben we allemaal dezelfde zintuigen, deze nemen niet alles op dezelfde wijze waar. Bovendien nemen we dan nog niet eens mensen in acht met zintuiglijke tekortkomingen, zoals slechtziende of slechthorende mensen. Het lijkt er dus op dat de vorm van deze schaduw van de realiteit afhankelijk is van degene die er naar kijkt. Dit is waar constructivisme dicteert dat onze perceptie niet de enige reflectie van realiteit is. Het ligt allemaal net wat ingewikkelder dan dat.

Realiteit en hoe subjectief deze is

Volgens het constructivisme is het zo dat onze zintuigen ons informatie geven over de realiteit. Deze informatie is echter te chaotisch voor ons brein. Daarom moet het brein het structureren zodat het toegankelijk wordt, want alleen zo kunnen we het verwerken. Om dit te bereiken categoriseert het de ongestructureerde informatie op basis van concepten en soorten interpretaties. De realiteit zoals deze daadwerkelijk is, is ontoegankelijk voor ons.

Constructivisme en socio-constructivisme

In het kort: we kunnen constructivisme zien als een epistemologisch postulaat. Oftewel: het is een aanname op basis van ervaring. Hierin zijn wij de actieve handelaren die onze perceptie mogelijk maken, ook al ontvangen we geen exacte kopie van de wereld.

Wij zijn degenen die via onze waarnemingen de wereld binnen en buiten onszelf vormen. Welnu, als ieder van ons een actieve handelaar is die zijn eigen realiteit opzet, hoe kan het dan dat de meeste mensen een soortgelijk beeld van de realiteit hebben?

Om hier een antwoord op te vinden, kunnen we ons richten op een psycholoog genaamd Vygotsky. Zijn socio-constructieve theorie is met name relevant en gebaseerd op cultuur. Ook al bouwt ieder van ons zijn eigen wereld, we zijn allen geboren in een maatschappij en cultuur die ons leiden.

Wanneer we in een bepaalde cultuur geboren en ondergedompeld worden, leidt dit niet alleen onze interpretaties. Het leent ons ook een groot aantal mentale, observationele constructies waar we op kunnen voortbouwen. We hebben bewijs dat deze aanname ondersteunt. Zo zouden onze realiteitsconstructen lijken op de constructen van anderen uit onze eigen cultuur. Ondertussen zouden ze meer verschillen van constructen van mensen uit andere, afgelegen culturen.

Gerfragmenteerde portretfoto

Conclusie

Concluderend gesteld: alle ideeën, kennis en theorieën zijn sociale constructen. De realiteit is voor ons onbekend. Zelfs natuurkundige wetten zijn onderdeel van sociale constructen en delen een conceptueel kader. Zodoende zou de wetenschap niet langer de wendingen van de realiteit verklaren en voorspelen. In plaats daarvan zou het onze gedeelde realiteitsconstruct verklaren en voorspellen.

Deze beweringen hebben verschillende revoluties binnen de geschiedenis van de psychologie en andere wetenschappen veroorzaakt. Met dank aan socio-constructivisme, zijn veel specialismen binnen de psychologie van paradigma (algemene opvatting) gewisseld. Zo heeft de horizon zich binnen de discipline zich kunnen verbreden. Welnu de vraag: is constructivisme het correcte antwoord, of hebben we nog meer te leren?