Anosognosie: het onvermogen om je ziekte te herkennen

· oktober 11, 2018

In 1895 beschreef Von Monakov het geval van een patiënt die gedeeltelijke blind werd als gevolg van letsel. Wat er opvalt aan deze patiënt met anosognosie is het gebrek aan bewustzijn van zijn handicap.

Het was echter pas in 1914 aan de Neurologische Vereniging in Parijs dat Babinski het geval presenteerde van twee patiënten met linker hemiplegie en een totaal gebrek aan bewustzijn van hun motorische problemen.

Op zijn beurt introduceerde hij het concept anosodiaforie. Daarmee verwijst hij naar gevallen waarin de ziekte totaal wordt genegeerd.

De definitie van anosognosie

Prigatano definieert anosognosie op zijn beurt als een klinisch fenomeen waarbij een patiënt met een hersenaandoening zich niet bewust lijkt te zijn van de achteruitgang van de neurologische en/of neuropsychologische functie, die wel duidelijk is voor de arts en anderen.

Dit gebrek aan bewustzijn kan niet worden verklaard door PTSS of een algemene cognitieve stoornis, of door middel van een mechanisme van ontkenning door de patiënt. De causaliteit van het letsel heeft geen invloed op de kan op de verschijning van anosognosie tijdens de duur van de aandoening.

Daarom heeft dit anatomische invloed op de hersengebieden die belast zijn met bewustzijn, wat resulteert in een verminderde capaciteit is om de ernst van de gebreken te herkennen of in te zien.

Onze ‘zelf’, wat we zien als ons bewustzijn, wordt genegeerd en kan de informatie over het letsel niet integreren als deel van ons. Het is alsof het niet bestaat.

Schilderij van man

Diagnostische criteria en comorbiditeit

Hoewel er geen specifieke criteria zijn voor de diagnose, heeft het Consortium in Clinical Neuropsychology (2010) de volgende criteria gepubliceerd, als bijdrage aan de identificatie en classificatie van anosognosie.

  1. Bewustzijnsverstoring van een lichamelijk, neurocognitief en/of psychologisch gebrek of het lijden aan een ziekte.
  2. Aanpassing in de vorm van ontkenning van het gebrek of de ziekte, dat duidelijk te zien is in verklaringen zoals “Ik weet niet waarom ik hier ben,” “Ik weet niet wat er mis is met mij,”  “Ik heb deze oefeningen nooit goed geleerd, het is dus geen wonder dat ik ze niet goed kan doen,” “Het zijn altijd anderen die me vertellen dat ik ziek ben.”
  3. Bewijs van gebrek/ziekte door middel van beoordelingsinstrumenten.
  4. Herkenning van verdriet door familieleden of kennissen.
  5. Negatieve invloed op de dagelijkse activiteiten.
  6. Het verdriet komt niet voor in toestanden van verwarring of veranderde staat van bewustzijn.

Dit verdriet komt voor in combinatie met andere aandoeningen, zoals:

Neurologisch: neurovasculaire stoornissen, dementie als onderdeel van Alzheimer, milde cognitieve stoornissen, tumoren, temporale dementie, traumatisch hersenletsel, corticale blindheid, epilepsie en posterieure corticale atrofie.

Psychiatrisch: schizofrenie en persoonlijkheidsstoornissen. Vanuit een symptomatisch oogpunt kan anosognosie optreden in gevallen van hemineglect, prosopagnosie, amnesie, syndroom van Korsakov, syndroom van Anton, hemiplegie, dysexecutieve syndroom, constructieve apraxie, Wernicke afasie…

Behandeling en consequenties

Op dit moment is er geen bewijs van een effectieve behandeling. Het is namelijk een aandoening die zich op veel verschillende manieren manifesteert. Sommige auteurs beschrijven het als een ziekte, anderen als een syndroom of een symptoom. Toch is er wel enige consensus over de definitie.

Anosognosie kan voorkomen bij meerdere neurologische aandoeningen en het lijkt erop dat het verschillend is voor ieder gebrek. Aangezien het praktische implicaties heeft op het dagelijkse leven van de mensen die eraan lijden, is het belangrijk om het vroeg te identificeren.

Mensen die eraan lijden kunnen onder andere de volgende problemen ondervinden:

  • Moeilijkheden bij het opvolgen van de behandeling.
  • Slechte prognose voor de voortgang en herstel van de stoornis.
  • Risico op vallen of verwondingen door gebrek aan bewustzijn.
  • Veranderingen van de gemoedstoestand veroorzaakt door de confrontatie met de informatie: irritatie, woede, depressie.
  • Gebrek aan begeleiding van farmacologische en medische behandelingen.
  • Gebrek aan sociaal begrip van hun staat van zijn evenals hun ziekte.
  • Weinig aan steun van sociale omgeving en gemeenschap.

Afbeelding afkomstig van Patrick Hoesly.