Waarom hebben we groepsnormen?

· oktober 29, 2018

Als je verschillende sociale groepen observeert dan zie je hoe ze allemaal hun eigen groepsnormen hebben. Het maakt niet uit of het formele of informele groepen zijn. Deze normen maken deel uit van ons sociale leven. We aanvaarden de overgrote meerderheid van deze normen als fair en fundamenteel. Het is echter de moeite waard de volgende vragen te stellen. Hoe ontwerpen groepen deze normen? Welk doel hebben deze normen binnen de groep?

Vóór we deze vragen beantwoorden, moeten we eerst de term “normen” omschrijven. Dit is belangrijk om hun oorsprong en hun functie te begrijpen. Homans omschreef een “norm” als een idee dat de geest van de groepsleden inneemt. Het werkt als een referentiepunt wanneer de werkelijkheid dubbelzinnig is. Het dient om houdingen en gedrag te regelen. Naast de definitie is het ook belangrijk te begrijpen dat er twee types normen zijn:

  • Beschrijvende normen: deze normen komen overeen met wat de groepsleden in een bepaalde situatie doen. Ze vormen het gedragsmodel dat iedereen verondersteld wordt te volgen. Deze normen dienen als een referentiepunt wanneer de werkelijkheid dubbelzinnig is.
  • Voorschrijvende normen: deze groepsnormen zeggen ons wat de groepsleden goed- of afkeuren. Ze verduidelijken wat iemand “moet” doen en vertegenwoordigen de moraliteit van de groep. Ze dienen als een regelend mechanisme voor de houding en het gedrag.
Het doel van groepsnormen

Het doel van groepsnormen

We weten dat alle groepen normen maken. Dus kunnen we hieruit afleiden dat normen een of andere functie hebben voor de groepsdynamiek. Of dat ze op z’n minst een of ander gevolg in de groep hebben. Anders zou hun bestaan zinloos zijn. Deze functies kunnen individueel of sociaal zijn. De groepsnormen zijn individueel wanneer de gevolgen de persoon raken. Wanneer ze de behoeften van de groep op sociaal vlak of tussen groepen onderling tevreden stellen, dan zijn ze sociaal. In de meeste gevallen heeft de norm beide functies.

Op het individuele niveau is de voornaamste functie van de groepsnormen te dienen als een referentiepunt. Dankzij de normen weet het individu hoe hij de werkelijkheid moet interpreteren en opbouwen. Die functie past perfect in bepaalde sociaal-constructivistische modellen. Deze modellen stellen dat we de werkelijkheid door middel van een cultuur van de samenleving en door middel van de cultuur opmaken. In dit proces zijn de groepen en de groepsnormen de actieve elementen.

Op sociaal niveau hebben groepsnormen het volgende doel:

  • Het regelen en coördineren van de interacties en de activiteiten van de groepsleden. De normen zorgen ervoor dat deze interacties en activiteiten op een geordende manier gebeuren. Het gevolg is dat groepen op die manier vernietiging of achteruitgang voorkomen.
  • Het bereiken van de groepsdoelen. Wanneer groepen normen ontwerpen, creëren ze ook een eenvormigheid van gedrag dat gericht is op éénzelfde doel. Dit helpt enorm om de doeltreffendheid in het bereiken van de groepsdoelen te verbeteren.
  • Het handhaven van de groepsidentiteit. Dit is een reeks normen die je zeggen hoe je moet zijn en hoe je je moet gedragen. Dit zal je helpen om jezelf te onderscheiden van anderen. Dit maakt deel uit van de oorsprong van de groepsidentiteit. Het zal jou klasseren als deel van een specifieke groep.
Hoe creëren groepen normen

Hoe creëren groepen normen?

De ontwikkeling van normen is een vraag waarmee vele sociale psychologen geworsteld hebben. De analyse van Levine en Moreland bekijkt een groot aantal theorieën en experimenten over hoe groepen normen laten ontstaan. Dankzij hun analyse kunnen we zeggen dat groepsnormen twee verschillende oorsprongen hebben: een interne of een externe oorsprong.

Dit zijn enkele factoren van een interne oorsprong:

  • Scenario’s of richtlijnen voor de leden over hoe ze zich in een gegeven situatie moeten gedragen. Hoe meer leden deze richtlijn delen, hoe sneller de norm geïnstalleerd is.
  • Onderhandeling tussen de leden tijdens het oplossen van conflicten.
  • De patronen van een ander lid imiteren. Het gaat dan verder in de rest van de groep.
  • Zelfrangschikking. Dit is wanneer een norm optreedt dankzij de informatie die in de groepsidentiteit beschikbaar is.

De meestvoorkomende en vermeldenswaardige factor met betrekking tot de externe oorsprong is wanneer een instelling of een leider een norm oplegt. Deze normen komen dus vaak van buiten de groep of van een individueel lid van de groep. Het gevolg is dat de kans veel groter is dat de rest van de groep die norm zal afwijzen dan als het een interne oorsprong had gehad. Het hangt echter grotendeels af van de overeenkomst en de verenigbaarheid met de doelen van de groep.

De invloed van groepsnormen

Groepsnormen maken deel uit van ons dagelijks leven. Ze beïnvloeden alles, van hoe we onze baan uitvoeren tot hoe we ons voor een feest kleden. Hun invloed is te merken in ons gedrag en meestal op een impliciete en onbewuste manier. Om deze reden is het belangrijk dat we de groepsnormen en hun functie begrijpen. Dat zal ons helpen om ze met een kritische blik te bekijken en te voorkomen dat ze ingaan tegen onze moraal of tegen onze persoonlijke identiteit.