Wat is het verband tussen emotie en voeding?

· oktober 12, 2018

Onze emoties hebben een krachtig effect op onze voedingskeuze en eetgewoonten. Er is bijvoorbeeld ontdekt dat het verband tussen emotie en voeding sterker is bij mensen met obesitas dan bij mensen zonder obesitas; en sterker bij mensen die op dieet zijn dan bij mensen die geen dieet volgen (Sánchez en Pontes 2012).

Er is ook gesuggereerd dat emoties op zichzelf niet de oorzaak zijn van overgewicht, maar dat ze eerder de manier zijn om deze gevoelens te beheersen, en om de factoren die de verschijning van overgewicht het meest zouden beïnvloeden het hoofd te bieden.

Dat wat we eten, beïnvloedt niet alleen hoe we ons voelen, maar hoe we ons voelen beïnvloedt ook onze manier van eten. In die zin vertellen Cooper ea. (1998) ons dat de moeilijkheid van het reguleren van negatieve stemmingen een grote invloed heeft op de verschijning en handhaving van eetstoornissen.

Emotionele regulatie verwijst naar de controle die mensen hebben over hun eigen emoties, rekening houdend met de omstandigheden en de emotionele toestand van anderen. Er is bijvoorbeeld waargenomen dat schaamte en schuldgevoelens emoties zijn die een grotere negatieve invloed kunnen hebben op wat we eten. Zoals we kunnen zien is het verband tussen emotie en voeding belangrijker dan dat we dachten.

“Dat wat we denken genereert emoties, maar dat wat we eten ook.”

-Montse Bradford-

Emotie en voeding, het verband

Emotie en voeding: een noodzakelijk samenspel voor onze gezondheid

Mensen ontwikkelen gevarieerd gedrag in reactie op hun emoties, afhankelijk van verschillende factoren, zoals de omgeving waarin ze zich bevinden, hun opleiding en hun vaardigheid om hun gevoelens te identificeren en te controleren. Als gevolg hiervan kunnen ze beter of slechter hun gewicht controleren. Er is bijvoorbeeld geconstateerd dat hoe emotioneler iemand is als hij eet, hoe minder controle hij heeft over het aantal maaltijden. Het niet ontbijten is hierbij een constante in zijn eetroutine. Zoals we kunnen zien, is het verband tussen emotie en voeding een feit.

De meest invloedrijke emotionele factor bij sedentaire mensen is het hebben van eetaanvallen en het toegeven aan opwellingen om bepaalde dingen te eten, zoals chocolade en zoetigheden. Bij sportieve mensen hebben schuldgevoelens, zoals voor angst voor de weegschaal en voor het eten van snoep, echter meer invloed dan de emoties van eetaanvallen.

De emotionele factoren bij sedentaire mensen zijn eerder disfunctioneel dan bij sportieve mensen. Het teveel aan opwellingen om te eten en het gebrek aan controle over wat iemand eet, zijn meer gerelateerd aan overvoeding en aan eetproblemen.

Geremde eters

Er bestaat een specifieke groep mensen die door hun eetgewoonten ‘geremde’ eters of mensen die chronisch op dieet zijn worden genoemd. Deze mensen kenmerken zich door:

  • een verhoogde angst voor gewichtstoename
  • het beperken van hun voeding door middel van een dieet

Paradoxaal genoeg eten deze mensen, onder deze beperkende voorwaarden, normaal gesproken meer dan gewoon is en er is dan sprake van overvoeding.

Misbruik maken van de aangename handeling die eten is, kan ons niet alleen maar uitputten en ervoor zorgen dat we voortdurend op zoek zijn naar meer voedsel. Het kan ook ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken. Het samenspel van emotie en voeding moet gebaseerd zijn op het eten van precies datgene wat we nodig hebben. Onze emotie is wat ons bewust zou moeten maken van de voeding die we nodig hebben.

“Met onze voeding kunnen we gezondheid of ziekte genereren.”

-Montse Bradford-

Het opzettelijk niet eten creëert een obsessie met voeding

Hoe groter het verbod, hoe groter de kans op eetaanvallen. De normalisatie van eten moet een essentiële doelstelling zijn bij de behandeling van eetstoornissen. Het opzettelijk niet eten fungeert als een versterker van eetgedrag en bevoordeelt daardoor het gebrek aan controle over de voeding. Bovendien kan het ernstige risico’s voor de gezondheid veroorzaken.

Om aan te tonen dat het opzettelijk niet eten een obsessie met voeding creëert, is de volgende voorbeeldzin zeer illustrerend: “Ik zal iets vertellen wat je gelijk moet vergeten.” Bijvoorbeeld dat er een gele vlinder in de kamer is. Dit levert het tegenovergestelde effect op. Op het moment dat ons gezegd wordt dat we moeten vergeten wat ons wordt verteld, kunnen onze hersenen niet ophouden met het verwerken van deze informatie.

De oorzaak van wat er hier gebeurt heeft wortels in ons onbewuste. Het onbewuste is het gebied dat -voor een belangrijk deel- verantwoordelijk is voor het sturen van ons lichaam en voor het interpreteren en opslaan van informatie die door onze zintuigen wordt opgevangen.

Emotie en voeding

Een essentieel kenmerk van het onbewuste is dat het functioneert door middel van symbolen en beelden, in plaats van met tekst en letters. Dit impliceert dat het onbewuste geen negatieve termen verwerkt. Als we tegen onszelf zeggen: “Ik moet geen chips meer eten,” ontvangt het onbewuste alleen maar het beeld van chips. Daarom zullen we juist meer zin in eten hebben. Dit betekent echter niet dat dit altijd gebeurt, maar het de kans daarop verhoogt aanzienlijk.

Correcte voeding is een grote hulp om een goed evenwicht te bereiken tussen een gezond lichaam en een gezonde geest.

Emotionele voeding

Emotionele voeding

Wanneer we voeding gebruiken om onze emotionele toestand te kalmeren, hebben we het over emotionele voeding. Op de een of andere manier verbergen de zorgen over ons gewicht en over ons lichaam nog diepere zorgen. Dit wordt een vicieuze cirkel van zorgen. Deze niet worden opgelost en remt ons vermogen om te groeien en om ons te ontwikkelen af.

Elk orgaan genereert de een of de andere emotie. Afhankelijk van of we het één of het ander eten, zullen we heel verschillende emoties voelen. Dit gebeurt omdat elk soort voeding verschillende organen ‘aanvalt’. Als we dingen eten of drinken die onze lever blokkeren, zoals bijvoorbeeld alcohol, zullen bepaalde emoties meer voor de hand liggen zoals:

  • boosheid
  • woede
  • agressie
  • ongeduld

De reden waarom mensen met emotionele problemen vaak op zoek gaan naar eten om zich beter te voelen, is omdat veel voedingsmiddelen tryptofaan bevatten. Dit is een aminozuur dat de afgifte van serotonine veroorzaakt. We moeten niet vergeten dat lage niveaus van serotonine geassocieerd worden met depressiviteit en obsessies.

Het gebrek aan serotonine veroorzaakt verschillende negatieve effecten zoals spanning, verdriet of prikkelbaarheid. Wanneer het lichaam geen tryptofaan produceert, kunnen we het verkrijgen door middel van onze voeding. Daarom fungeren voedingsmiddelen die rijk zijn aan dit aminozuur als natuurlijke antidepressiva.

Volgens deskundigen is de voedselgroep die het beste helpt bij het reguleren van emoties die van de granen. Ze zijn rijk aan vitamine B, die het zenuwstelsel rechtstreeks beïnvloedt. Er is vastgesteld dat regelmatige consumptie van granen van invloed is op de afname van spanning en op de houding die we aannemen ten aanzien van problemen.

Op bepaalde momenten denken we dat eten ons zal behoeden voor het voelen van negatieve emoties. Deze gedachte versterkt de vicieuze cirkel die er bestaat tussen emotie en voeding. 

Bibliografische referenties Cooper, P. J., & Taylor, M. J. (1988). Body Image Disturbance in Bulimia Nervosa. The British Journal of Psychiatry. Cruzat Mandich, C. V., & Cortez Carbonell, I. M. (2008). Expresión emocional, afecto negativo, alexitimia, depresión y ansiedad en mujeres jóvenes con trastornos de alimentación: una revisión teórica. Revista Argentina de Clínica Psicológica17(1). Menéndez, I. (2007). Alimentación emocional: la relación entre nuestras emociones y los conflictos con la comida. Círculo de lectores. Sánchez Benito, J. L., & Pontes Torrado, Y. (2012). Influencia de las emociones en la ingesta y control de peso. Nutrición Hospitalaria27(6), 2148-2150. Silva, J. R. (2007). Sobrealimentación inducida por la ansiedad parte I: evidencia conductual, afectiva, metabólica y endocrina. Terapia psicológica25(2), 141-154. Vilariño Besteiro, M., Pérez Franco, C., Gallego Morales, L., Calvo Sagardoy, R., & García de Lorenzo, A. (2009). La razón y la emoción: integración de las intervenciones cognitivo-conductuales y experenciales en el tratamiento de los trastornos de alimentación de larga evolución. Nutrición Hospitalaria24(5), 614-617. Zafra, E. (2011). Miedo a comer: relaciones entre alimentación, emociones y cuerpo. In II Congreso Español de Sociología de la Alimentación, Vitoria.