Overdracht en tegenoverdracht

· juni 10, 2018

Overdracht en tegenoverdracht zijn twee fundamentele termen in de psychoanalyse. Ze zijn fundamenteel in de klinische praktijk en hoewel het twee verschillende concepten zijn, zijn overdracht en tegenoverdracht duidelijk onscheidbaar.

De interactie tussen patiënt en analyticus verandert in een ruimte waar het onbewuste vrij mag rondgaan. Dit is waar de dynamiek tussen de patiënt en de analist overdracht en tegenoverdracht kan creëren.

Wat is overdracht?

De term overdracht is niet exclusief voor de psychoanalyse. Het zinspeelt op het idee van verplaatsing of vervanging van de ene plaats door de andere. Je kunt het zien in een arts-patiënt of student-leraar relatie.

Wat de psychoanalyse betreft, wordt het begrepen als het recreëren van fantasieën uit de kindertijd. Dit helpt de analyticus om mogelijke problemen te bepalen. Overdracht betekent dat een persoon bepaalde gevoelens, verwachtingen en wensen uit een eerdere relatie projecteert op een ander persoon met het doel om te herstellen.

Psycholoog en patiënt: overdracht en tegenoverdracht.

In het begin beschouwde Freud overdracht als een groot obstakel in het proces. Hij dacht dat veel van zijn patiënten zich gewoonweg verzetten tegen de toegang tot hun onbewuste gedachten en gevoelens. Het duurde echter niet lang voordat hij zich realiseerde dat zijn rol die weerstand overstijgt.

In zijn werk De Dynamiek van de overdracht beschrijft Freud overdracht dan ook als een paradoxaal fenomeen. Ondanks het feit dat het een bron van weerstand kan zijn, is het namelijk van fundamenteel belang voor een analist. Hij onderscheidt het positieve type overdracht – tederheid en liefde – van negatieve overdracht, die vol vijandige en agressieve gevoelens zit.

“De patiënt herinnert zich in het algemeen niets dat vergeten en onderdrukt is, maar hij handelt er wel naar. Hij reproduceert het niet als een herinnering, maar als een actie. Hij herhaalt het, zonder te weten dat hij dit doet. ”
-Sigmund Freud-

Bijdragen van andere psychoanalytici over het concept van overdracht

Na Freud zijn er veel artikelen geschreven over het onderwerp overdracht. Ze hebben het hele onderwerp heroverwogen en vergeleken het tegelijkertijd met de oorspronkelijke ontwikkeling van het fenomeen. Ze zijn het er allemaal over eens dat het iets is dat gebeurt in de relatie tussen de analist en de patiënt.

Volgens Melanie Klein is het een reconstructie van de onbewuste fantasieën van de patiënt. Tijdens de analyse zal de patiënt zijn psychische realiteit oproepen. Hij zal de analist gebruiken om onbewuste fantasieën opnieuw te beleven.

Volgens Donald Woods Winnicott kan het fenomeen overdracht in de analyse worden begrepen als een replica van de moederband. Vandaar de noodzaak om strikte neutraliteit op te geven. De manier waarop patiënten de analist als een overgangsobject gebruiken, geeft een andere dimensie aan overdracht en interpretatie. Dit wordt beschreven in zijn werk uit 1969 The use of an object. Hier bevestigt hij dat de patiënt de therapeutische band nodig heeft om zijn bestaan ​​te bevestigen.

Overdrachtskoppeling

Zoals we al zeiden, heeft overdracht te maken met het recreëren van kinderfantasieën door deze te projecteren op de analist. Om dit te laten gebeuren, moet er een koppeling tot stand worden gebracht.

Om de koppeling te creëren, aanvaardt de patiënt eerst zijn verlangen om te werken aan wat hem overkomt. Vervolgens maakt hij een afspraak bij een analist die verstand heeft van wat er met hem gebeurt. Lacan noemde een dergelijke analist ‘sujet supposé savoir’ (verondersteld wetend subject). Op deze manier bereiken patiënt en analist een primaire band van vertrouwen. Dit zal vervolgens de weg effenen voor analyse.

Valstrikken vermijden

Op deze reis kunnen zich echter problemen voordoen waar de analist tijdig rekening mee moet houden en op moet reageren. De patiënt kan bijvoorbeeld verliefd worden op de therapeut. Deze tekenen moet de analist kunnen herkennen.

Maar er zijn meerdere situaties die kunnen voorkomen. De patient kan de therapeut bijvoorbeeld ook onvoorwaardelijk gaan gehoorzamen. Nog iets waar op gelet moet worden, zijn snelle verbeteringen zonder er werk in te stoppen. Er zijn ook subtielere tekenen, zoals vaak te laat komen op afspraken of te veel praten over andere deskundigen.

Psycholoog troost vrouw

Natuurlijk zijn de problemen niet altijd alleen afkomstig van de kant van de patiënt. Ook tegenoverdracht kan plaatsvinden. De analist moet dan ook tevens goed op zichzelf letten en zichzelf analyseren. Als de analyticus begint te discussiëren met de patiënt of de behoefte voelt om gunsten te vragen, zou hij heel voorzichtig moeten zijn.

De analist kan beginnen te dromen over de patiënt en overmatige belangstelling voor hem of haar hebben. Het niet houden van behoorlijke afstand of het hebben van intense emotionele reacties richting de patiënt zijn eveneens tekenen van gevaar.

Wat is tegenoverdracht?

Freud introduceerde de term tegenoverdracht in zijn werk uit 1910 De toekomstkansen van de psychoanalytische therapie. Hij beschrijft het als de emotionele reactie van de analist op stimuli die van de patiënt komen. Deze emotionele reactie is een gevolg van de impact op de onbewuste gevoelens van de analist.

De analist moet hier alert op zijn, omdat hij of zij een obstakel voor genezing kan worden. Anderen beweren echter dat alles wat in tegenoverdracht wordt gevoeld – de dingen die niets met de analyticus te maken hebben – weer bij de patiënt kan worden neergelegd.

Het kan zijn dat de gevoelens die de patiënt oproept bij de analist, nadat deze weer bij de patiënt worden neergelegd, meer bewustzijn of begrip genereren van wat er gebeurt in de therapeutische relatie. Het kan iets zijn dat de patiënt tot dan niet had begrepen.

Als de patiënt bijvoorbeeld een herinnering uit zijn kindertijd herleeft, kan de analist zich verdrietig gaan voelen. De patiënt zou het echter als woede kunnen interpreteren. Als de analist vervolgens wat hij voelt weer bij de patiënt neerlegt, kan de patiënt verbinding maken met de echte emotie die achter de woede schuilgaat.

De relatie tussen overdracht en tegenoverdracht

Aan de ene kant kunnen we tegenoverdracht definiëren aan de hand van de richting: de gevoelens van de analist tegenover de patiënt. Aan de andere kant als een balans die dient als bewijs dat iemands reactie niet onafhankelijk is van wat hij ontvangt. In deze zin is tegenoverdracht gerelateerd aan wat er gebeurt in overdracht, en het één beïnvloedt het ander.

Tegenoverdracht kan dan ook een obstakel zijn als de analyticus ernaar handelt. Hij mag zich niet laten meeslepen door zijn gevoelens voor de patiënt – liefde, haat, afwijzing, woede, enz. In dit geval zou hij de wet van onthouding en neutraliteit, waaraan hij zich behoort te houden, overtreden. In plaats van te helpen, zou hij schade toebrengen.

De patiënt probeert zijn ervaringen over te brengen. De analist moet alleen reageren op wat de patiënt zegt, zonder zich hierbij te laten beïnvloeden door zijn eigen emoties. De patiënt herbeleeft de fantasieën en speelt ze uit. Hij doet het echter niet bewust, en daarom speelt interpretatie een fundamentele rol bij genezing.

Psycholoog die aantekeningen maakt

Functies van overdracht en tegenoverdracht

Analyse veronderstelt een overdrachtskoppeling van patiënt naar analist. Deze link tussen overdracht en tegenoverdracht is waar emoties, onbewuste verlangens, toleranties en intoleranties naar voren zullen komen.

Op basis van wat hieruit naar voren komt, kan de analist de nodige interventies uitvoeren. Dit kunnen interpretaties, beschuldigingen of het beëindigen van de sessie zijn. Een overdrachtskoppeling is cruciaal voor een grondige analyse.

In de analytische relatie moet de analist strikt neutraal blijven. Hij moet luisteren zonder zijn eigen emoties en levensverhaal de dingen te laten beïnvloeden. De analist moet een soort lege lei zijn waarop de patiënt zijn onbewuste gedachten en gevoelens kan overbrengen.