Jaloezie en passief-agressiviteit in relaties

Bezitterigheid en controle zouden nooit deel mogen uitmaken van het liefhebben van een ander persoon. Jaloezie leidt echter vaak tot passief-agressief gedrag bij koppels, wat kan leiden tot overmatige waakzaamheid, wantrouwen en zelfs chantage.
Jaloezie en passief-agressiviteit in relaties

Laatste update: 01 juni, 2021

Jaloezie en passief-agressiviteit gaan vaak hand in hand. Vanuit een psychologisch perspectief zijn deze emoties complex en potentieel dodelijk voor een relatie. Andere factoren zoals verlatingsangst, vernedering en natuurlijk ook woede spelen in deze situaties ook een rol.

Jaloezie treft, zoals je weet, mensen van alle leeftijden, culturen en geslachten, en kan leiden tot gevaarlijke en destructieve situaties.

Wat altijd opvalt in Shakespeare’s toneelstukken is het vermogen van de auteur om de hele caleidoscoop van menselijke emoties weer te geven. Een van zijn beroemdste toneelstukken tot op de dag van vandaag is Othello, een diepgaand onderzoek naar jaloezie. In dit klassieke verhaal hebben we een van de meest unieke en ook Machiavellistische schurken aller tijden: Iago.

Othello’s bekwame en kwaadaardige dienaar smeedt een complot om Othello gek te maken door hem te laten geloven dat zijn vrouw Desdemona hem ontrouw was. Iago symboliseert de obsessieve en gevaarlijke innerlijke stem die het vuur van de dwangmatige jaloezie aanwakkert.

Hij vertegenwoordigt perfect de obsessieve en wantrouwende geest. Hij steunt en versterkt Othello’s jaloezie, die uiteindelijk tot zijn dood leidt.

Iago moet een van Shakespeare’s belangrijkste personages zijn geweest, als je bedenkt dat hij de schurk bijna 1.100 regels in het stuk gaf. Dat is bijna evenveel als bijvoorbeeld Hamlet of Richard III. Zoals Michel de Montaigne zei, is jaloezie een ziekte van de geest en onze ergste vijand.

Een koppel zit op de bank, de man speelt met zijn telefoon terwijl de vrouw uit een beker drinkt

Jaloezie en passief-agressiviteit

Jaloezie en passief-agressief gedrag gaan vaak samen om een heel concrete reden. Jaloerse mensen uiten hun jaloezie niet direct en openlijk.

Met andere woorden, mensen gaan meestal niet naar hun partner toe en zeggen dat ze zich beledigd voelen als die met andere mensen praat of dat ze boos en vernederd zijn als hun partner lacht naar en tijd doorbrengt met andere mensen.

In plaats daarvan vertonen jaloerse partners meestal passief-agressief gedrag. In plaats van zich duidelijk uit te drukken, schelden, manipuleren, bedreigen en vernederen ze hun belangrijke partners. Indirecte straffen en de stille behandeling zijn heel gebruikelijk.

Agressief gedrag als dit begint passief, maar kan in bepaalde situaties leiden tot actiever en schadelijker gedrag. Laten we er eens wat dieper op ingaan.

Jaloezie en alter ego

Iago en Othello zijn een perfecte weergave van een interessant aspect van jaloezie, namelijk dat het zich manifesteert als een alter ego. Het is alsof er een stem van buitenaf is die je ergens van overtuigt en je dan ontvoert. De dingen die je doet onder invloed van jaloezie zijn de dingen die de “normale” jij nooit zou doen.

Deze jaloerse, externe stem voedt je angst voor verlating en verraad. Het maakt je wantrouwig en zorgt er vaak voor dat je gevaren ziet die er niet zijn. Door een lens van jaloezie, lijken gekke ideeën ineens redelijk.

Een studie (Engelse link) van Dr. David DeSteno van de Universiteit van Californië toont aan dat deze stem symbool staat voor het “bedreigde zelf.” Dat is het deel van jou dat zich geschonden voelt en passief-agressief gedrag kan uitlokken.

Een man kijkt naar beneden, zijn haar bestaat uit opvliegende vogels

Maken jaloezie en passief-agressiviteit deel uit van je genetische opmaak?

Sommige theorieën spreken over een genetische basis voor dit soort gedrag. Jaloezie en passief-agressiviteit vormen een soort duistere logica die volgens sommige psychologen en antropologen in onze genen zit. Deze benadering stelt dat de mens het resultaat is van evolutie gebaseerd op overleven en paren.

Sociale competitie, samen met de angst om verraden te worden en alleen te eindigen, brengt een hele reeks emoties en gedachten op gang. De geest wordt hyper-waakzaam en obsessief. Woede neemt het over. Van daaruit zie je agressiviteit en het duidelijke risico dat ermee gepaard gaat.

Is het mogelijk om je jaloezie te beheersen?

Samenvattend, de sleutel tot het omgaan met jaloezie ligt in het begrijpen van een duidelijk feit: absolute en blijvende trouw bestaat niet. Van iemand houden betekent hem vertrouwen. Het gaat niet om bezit. Gezonde liefde zet woede, controle en waakzaamheid opzij.

Soms echter is het jaloerse gedrag van een individu in feite pathologisch, en is hun leed gerelateerd aan psychologische waanvoorstellingen. In het geval van pathologische jaloezie, is psychologische therapie de sleutel. Het antwoord op de vraag over het omgaan met jaloezie is dus dat iedere persoon uniek is en dat de oplossing/behandeling dus ook verschillend zal zijn.

Therapeuten kunnen zich richten op het verminderen van controlerend gedrag (zoals het kijken naar de telefoon van je partner) of het deactiveren van obsessieve gedachten. Het vergroten van iemands gevoel van eigenwaarde en het verminderen van angst en verlatingsangst kan ook belangrijk zijn.

Wat elke patiënt echter gemeen heeft, is dat hij of zij bereid moet zijn om te veranderen. Ze moeten zich ervan bewust zijn dat hun jaloezie hen verhindert een gezonde relatie te hebben. Hoewel dit punt voor de hand lijkt te liggen, is het belangrijk om het in gedachten te houden. Wellicht ook interessant voor jou

Hoe verdedig je jezelf tegen passief-agressief gedrag?
Verken je geestLees het op Verken je geest
Hoe verdedig je jezelf tegen passief-agressief gedrag?

Passief-agressief gedrag wordt gekenmerkt door afhankelijkheid en manipulatie en maakt eigenlijk elke relatie ingewikkeld. Hoe verdedig je jezelf e...



  • DeSteno, D., Valdesolo, P., & Bartlett, M. Y. (2006). Jealousy and the threatened self: Getting to the heart of the green-eyed monster. Journal of Personality and Social Psychology91(4), 626–641. https://doi.org/10.1037/0022-3514.91.4.626