Hoe onze geest op basis van momentopnamen de ganse wereld creëert

mei 18, 2017 in Psychologie 64 gedeeld
Geest

Wellicht heb je er nog nooit expliciet over nagedacht, maar toch werkt onze geest non-stop als hoofdredacteur van onze realiteit. In de ‘regie’- of controlekamer ontvangt ons verstand een constante stroom van informatie van alle vijf de zintuigen, met als eindeloze opdracht: integreer deze gefragmentariseerde omgevingsprikkels tot een plausibel en geloofwaardig geheel: de zogenaamde werkelijkheid.

Als overkoepelend verhalenverteller en interpreet, rijgt het alle kleuren kralen van ons leven met rode draad aaneen. Niet alleen wat we lichamelijk horen, zien, voelen, proeven en ruiken, maar ook wat we van binnen voelen, vinden, denken en ons herinneren.

De brokstukken van een roman

Enige tijd geleden las ik toevallig een zeer amusante anekdote, een heus aforisme bijna: ‘Ik kocht een novelle, en mijn hond at het begin, het einde, en drie dozijn pagina’s daar tussenin op, voordat ik zelf de kans kreeg om het boek te lezen – of althans: wat daar nog van over was.’

Op vergelijkbare wijze nemen wij de wereld om ons heen waar, als half verscheurde flarden en flitsen van een geknipt, geplakt, en door elkaar gehusseld relaas. Doorgaans zijn we ons hier nauwelijks van bewust, omdat onze geest automatisch – en razendsnel – alle losse puzzelstukjes tot onze verbeelding laat spreken, en zelfs allerlei zaken aanvult en verzint om het plaatje, en de montage, zo aannemelijk mogelijk te maken.

Dit mechanisme valt niet te manipuleren

Het verslag ging verder: ‘Zonder mijn hond te dwingen zich te bezinnen op zijn onfatsoenlijke gedrag, maar simpelweg door hem herhaaldelijk te wijzen op de beschadigde en missende bladzijden, kon ik – stukje bij beetje – de belangrijkste verhaallijnen reconstrueren. Via zacht geblaf en gezichtsuitdrukkingen, redden wat er te redden viel.’

Uit de zo-even geschetste ironische, en licht absurdistische situatie, leren we dat het verdraaid lastig is om waarheidsgetrouw te bepalen waar(om) en wat er precies ontbreekt aan een verhaal wanneer we de oorspronkelijke versie niet kennen. Juist omdat onze geest een meester is in het creatief verbloemen en zelfs naadloos repareren van narratieve gaten in onze autobiografische ‘garderobe’. In de meeste gevallen is het een haast volmaakt existentieel kleermaker, en zijn de lapmiddelen zo goed als onzichtbaar. Daarom is het zo moeilijk om onze geest live en op heterdaad op deze duimzuiggewoonte te betrappen.

Fictie van feiten onderscheiden is – vaker dan we durven toegeven – slechts gebaseerd op een voorlopige, of zelfs voorbarige hypothese. Dit is geen hogere wetenschap, maar een vrijwillige en subjectieve poging om de waarheid boven tafel te krijgen, of die op zijn minst zo dicht mogelijk te benaderen. Tegelijk moeten we niet vergeten dat ook ons brein Occam’s scheermes-principe gehoorzaamt, en in de regel voor de meest economische oplossing, en verklaring, kiest.

Geest

Heeft deze onwillekeurige invul-neiging van onze geest praktische gevolgen, of gevaren?

Normaliter: nee. Onze hersenen zijn buitengewoon intelligent, en subtiel qua begripsvermogen. Als we bijvoorbeeld horen dat iemand vanochtend ‘vroeg op’ was, dan gaan we er vanuit dat diegene vòòr negen uur, of nog eerder, zijn bed is uitgekomen.

Mocht ons echter ter ore komen dat Jan (of alleman) vanmorgen, vorige week, en afgelopen maand stelselmatig te laat op kantoor verschijnt, dan concluderen we bijna bij voorbaat dat hij elke stiptheid aan zijn laars lapt, en er met de spreekwoordelijke pet naar gooit. Dat hoeft natuurlijk helemaal niet zo te zijn, maar onze geest maakt van een eenvoudig, ‘onschuldig’ gegeven – Jan was weer eens te laat – graag een moraal: ‘hij is dit en dat, zus of zo…’, en wel hierom en daarom enzovoorts. Ons geheugen slaat mensen en gebeurtenissen op als provisorische profielschets, vermengd met aanverwante meningen en vooroordelen uit het verleden.

Onze geest is gewiekst, en – bij gelegenheid – zelfs opportunistisch. De ad-hoc theorie die zijn belangen het best dient, wordt met voorbedachte rade naar voren geschoven, en aan de buitenwereld gepresenteerd als het officiële rapport. Want het kan dat Jan, voor zijn oponthoud of afwezigheid, geen blaam treft, en dat zijn opgaaf van reden wel degelijk legitiem blijkt. Dit alternatieve en thans onbeslechtbare scenario heeft niet de voorkeur van onze ongeduldige, zwart-wit geobsedeerde geest. Te gecompliceerd, te genuanceerd.

Geest

Onze geest beschermt ons

Waarom vinden wij het – klaarblijkelijk –  minder gecompliceerd om aan te nemen dat Jan alle interesse in zijn werk verloren heeft, dan dat hij mogelijkerwijs kampt met een serieus probleem? Omdat we, in het laatste geval, pro-actief het contact met hem moeten opzoeken, en hem een persoonlijke vraag moeten stellen, direct, en op de man af. We hebben echter te weinig vertrouwen – zowel in onszelf, als in Jan – om ons de facto te bemoeien met of te bekommeren om zijn leven.

We zouden voorzichtig iemand uit zijn of haar sociale omgeving kunnen benaderen, om te achterhalen hoe de vork in de steel zit. Dat leidt allicht tot gefronste wenkbrauwen, een verwijt van opdringerigheid, of zelfs tot meer roddels en verwarring. Maar stel dat Jan daadwerkelijk in de penarie zit, en hulp nodig heeft, is het dan niet zo dat wij op zijn minst zouden moeten proberen hem terzijde te staan, zodra we daar achter komen?

Stilletjes zaten we achter ons bureau tot plots Jan’s lege plek opviel, en onze geest spontaan met verschillende motieven op de proppen kwam. Eenmaal dusdanig afgeleid en mentaal geëngageerd met de kwestie, verplichten we onszelf er haast toe om deze ‘casus’ tot op de bodem uit te pluizen, en het op Jan geprojecteerde probleem voor hém op te lossen.

Dat is tevens waar het eerder gerefereerde verhaal afloopt: ‘De ontknoping van de novelle leek een gelukkig toeval: één van de meest intrigerende en aantrekkelijke karakters werd – en ik weet niet waarom – de beklaagde, werd moord ten laste gelegd, terwijl uit de voorgaande pagina’s evident zijn onschuld bleek, en hij zelfs in het geheel niets te maken had met de gruweldaad. De politie-agent die op het punt staat hem – onterecht – te arresteren, haalt een sigaar uit zijn binnenzak, en zonder dat we als lezer ooit zullen weten of die (nog) aangestoken wordt, is daar de harde kaft, oftewel: het onbestemde einde. De rest wordt aan onze eigen verbeelding overgelaten.

Vrijheid zit in je geest en je emoties

Wat is vrijheid? Moeten we echt binnen de grenzen van de fysieke wereld waarin we leven zoeken? Is er meer vrijheid op het ene deel van de aarde dan op het andere… Lees meer.

Bekijk Ook