Het geweldige verhaal achter het brein van Einstein

· november 13, 2018

In 1955 voerde de patholoog Thomas Harvey de autopsie uit op het brein van Einstein, daarna bewaarde hij het gewoon voor zichzelf. Wat daarop volgde, was een heftig verhaal vol wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Er waren veel mensen die het geheim achter de genialiteit van Einstein wilden weten. Anderen zagen het niet als een voordeel dat zijn hersenen werden gestolen.

De resultaten van de analyse waren hoe dan ook meer dan onthullend.

Er zijn maar weinig historisch wetenschappelijke verhalen die net zo verontrustend als fascinerend zijn. Dit verhaal heeft zonder twijfel een tragische kant, maar het illustreert ook het intense verlangen van de mens om zichzelf te kennen. De ins en outs kennen van hersenen die in staat zijn om de wereld te veranderen, kan dienen als een krachtig hulpmiddel om geweldige dingen te ontdekken.

Het brein van de vader van de relativiteitstheorie is een van die krachtige hulpmiddelen. Albert Einstein was echter ook een icoon en een mediafiguur die een grote sociale impact had. Hij was zich zeer bewust van dit feit en gaf daarom heel precieze aanwijzingen voor wat er na zijn dood met hem moest gebeuren.

Discretie en privacy stonden voorop. Hij wilde worden gecremeerd en dat zijn as werd uitgestrooid over een rivier. Pas als dit allemaal was gedaan, mocht zijn dood aan de media worden aangekondigd.

Er ging echter iets mis. Niemand had rekening gehouden met een bijna onvoorstelbare factor: Thomas Harvey. Deze patholoog ging er na de autopsie namelijk gewoon met het brein van Einstein vandoor. Dit maakte dat Einstein werd wat hij nooit wilde zijn; een vereerde relikwie.

Foto van Albert Einstein

De man die het brein van Einstein wilde hebben

Toeval en kans werkten samen in dit verhaal. Einstein stierf op 18 april 1955, op 76-jarige leeftijd, aan een aneurysma. Een paar dagen later hebben ze hem gecremeerd. Hoewel zijn familie verwachtte in de pers iets over zijn dood te lezen, werden ze verrast met heel ander nieuws. De New York Times meldde dat het brein van de kernfysicus was verwijderd voor wetenschappelijk onderzoek.

Degene die hier verantwoordelijk voor was, was patholoog dr. Thomas Harvey. Volgens sommigen was hij een van de grootste bewonderaars van Einstein. Ook stond hij erom bekend een soort gespleten persoonlijkheid te hebben; hij kon zowel zeer introvert zijn als een zeer obsessieve, nauwkeurige wetenschapper.

De kans om een autopsie uit te voeren op het lichaam van Einstein was voor hem zeker een soort geluksvakantie, een die hij zeker niet aan zich voorbij kon laten gaan.

De autopsie en een kelder

Hij verwijderde het brein van Einstein met de grootste zorg uit zijn schedel. Hij woog het, ontleedde het en bewaarde het in verschillende potten. Deze potten borg hij vervolgens veilig op in de kelder van zijn huis. Hij was geen neuroloog, zijn doel was dus niet alleen simpel maar ook ambitieus.

Hij wilde de beste specialisten ter wereld bij elkaar brengen om elk deel, elk fragment en elke cel van de hersenen in detail te bestuderen. Vervolgens wilde hij de bevindingen zo snel mogelijk laten publiceren door de meest prestigieuze media, om zo wereldberoemd te worden.

Thomas Harvey met het brein van Einstein

Natuurlijk kreeg hij echter niets van wat hij wilde. Juist het tegenovergestelde eigenlijk. Allereerst verloor hij namelijk zijn baan. Vervolgens werd hij zwaar bekritiseerd en veroordeeld door de wetenschappelijk gemeenschap. Ook had hij zijn veelbelovende carrière bij de Princeton-universiteit in gevaar gebracht. En als klap op de vuurpijl, werd hij zelfs verlaten door zijn vrouw.

Het feit dat hij het brein van Einstein in principe had ‘gestolen’ en het vervolgens in zijn kelder bewaarde, was alles behalve logisch of zelfs aangenaam.

Toch werd hij door iemand wel aangemoedigd om zijn werk voort te zetten. Dit klinkt waarschijnlijk zeer vreemd, maar deze persoon was Hans Albert, de zoon van Einstein. Hoewel hij aanvankelijk woedend was, kon hij er uiteindelijk een logische rechtvaardiging voor bedenken.

Einstein heeft namelijk altijd gepleit voor wetenschappelijke vooruitgang. Als het analyseren van zijn brein dus zou bijdragen aan de wetenschappelijke gemeenschap, dan kreeg Harvey hiervoor de goedkeuring van zijn gezin. Zodoende kon Harvey doorgaan met zijn werk.

De resultaten van het bestuderen van het brein van Einstein

De resultaten van de analyse van het brein van Einstein werden voor het eerst gepubliceerd in 1975 en er blijven nieuwe resultaten bij komen. Nadat Hans Albert zijn toestemming had gegeven, veranderde de omgeving van Harvey.

Hij werd overspoeld door telefoontjes, interviews en roem. Er kwamen zelfs verslaggevers in zijn tuin kamperen. Science Magazine, en ook de beste neuroanatomisten ter wereld belden hem op.

De 240 blokken en de twaalf sets van 200 dia’s die Harvey had gemaakt door het brein van Einstein te ontleden, begonnen hun vruchten af ​​te werpen.

Wat ging er schuil achter het meeste gewilde brein ter wereld?

Het eerste dat opviel aan de hersenen van Albert Einstein was de grootte. De hersenen waren namelijk kleiner dan normaal.

  • De Universiteit van Californië in Berkeley publiceerde de resultaten in 1985. Ze keken naar monsters van gliacellen. Deze hersencellen fungeren als ondersteuning voor neuronen en helpen de hersenen om informatie te verwerken. En wat onthulden de studies? Ze onthulden dat Einstein een lager aantal gliacellen had, maar dat de cellen wel groter waren dan normaal.
  • In 1996 publiceerde de Universiteit van Alabama in Birmingham een ​​paper over de prefrontale cortex van Einstein. Ze ontdekten dat dit deel van de hersenen, dat verantwoordelijk is voor ruimtelijke cognitie en wiskundig denken, meer ontwikkeld was bij Einstein.
  • In 2012 bestudeerde de antropoloog Dean Falk foto’s van de hersenen van Einstein. Wat hij hieruit kon opmaken was geweldig. De frontale kwab van Einstein had een ribbel meer. Normaal heb je er drie, maar de kernfysicus had er één ‘extra’. Volgens deskundigen heeft dit deel van de hersenen te maken met planning en het werkgeheugen.
  • Bovendien waren de pariëtale kwabben in zijn hersenen asymmetrisch. Ook was er een sigmoïd te zien in dit gebied. Dit kenmerk heeft betrekking op muzikanten die viool spelen en die ook linkshandig zijn, net als Einstein.
  • In 2013 onderzocht Deal Falk, de eerder genoemde antropoloog, het corpus callosum van het brein van Einstein. Hij ontdekte dat het dikker was dan normaal. Dit gegeven zou ervoor hebben gezorgd dat de communicatie tussen zijn twee hersenhelften beter was.
Hersenen die licht geven

Conclusies

Hoe frappant deze bevindingen ook lijken, we mogen een belangrijk aspect ervan niet over het hoofd zien. Zoals Terence Hines, een bekende neuroloog, ook al opmerkte, begonnen de meeste mensen die de hersenen van Albert Einstein bestudeerden bij voorbaat al aan hun onderzoeken met het idee dat ze het brein van een genie aan het analyseren waren.

Iedereen was op zoek naar de uitzonderlijke eigenaardigheden die de genialiteit achter het brein van Einstein konden verklaren.

Zoals Hines aangeeft, heeft elk brein echter iets uitzonderlijks. Dit orgaan is het resultaat van ons leven, van wat we doen. Alleen al iets vrij kleins, zoals een instrument bespelen of een creatieve baan hebben, kan verschillende delen van de hersenen op een bepaalde manier reorganiseren.

Dus, als er iets is dat de vader van de relativiteitstheorie kenmerkt, dan was het wel zijn veelzijdigheid. Hij was namelijk niet alleen een briljante fysicus, maar sprak ook meerdere talen en bespeelde verschillende instrumenten. Velen vermoeden dat hij leed aan het syndroom van Asperger. Al deze factoren gaven hem een ​​zeer geavanceerd en gespecialiseerd brein dat een beetje aan de kleine kant was.

Nu wil de wetenschappelijke gemeenschap zijn DNA gaan analyseren. Er lijkt maar geen einde te komen aan het grote respect voor dit genie en de experimentele drang om zijn stoffelijk overschot te bestuderen.