Sigmund Freud: libido gaat over meer dan alleen seks

· februari 10, 2018

Velen van ons hebben een zeer reductionistisch idee van libido: beperkt tot de seksuele interpretatie ervan. Sigmund Freud, de vader van de psychoanalyse, behandelde deze term echter heel anders. Wanneer Freud over het libido sprak, sprak hij over een concept dat veel verder gaat dan wat wij tegenwoordig kennen.

Freud omschreef het libido als de energie die voortkomt uit driften of instincten die ons gedrag sturen. Hierbij maakte hij onderscheid tussen twee soorten driften: de levensdrift en de doodsdrift.

De levensdrift verwijst naar impulsen die te maken hebben met genegenheid of emoties. De gevoelens die ons uitnodigen om verliefd te worden en zich te vermenigvuldigen en contact te maken met andere mensen. Freud zei dat dit geassocieerd kon worden met wat hij definieerde als ‘id’ of ‘ego’. Twee termen die we later zullen uitleggen.

Aan de andere kant hebben we de doodsdrift. Deze is tegen het leven en brengt wat slijtage met zich mee. Hier vinden we herhalingen die ons uitnodigen om over dezelfde steen te struikelen. Bijvoorbeeld als we steeds weer verliefd worden op dezelfde soort mensen die ons uiteindelijk pijn doen.

De twee typen driften die Freud heeft vastgesteld, staan ​​bekend als de ‘levensdrift’ of ‘Eros’ en de ‘doodsdrift’ of ‘Thanatos’.

Libido en genot

Hoewel we libido en seksueel genot onmiddellijk met elkaar in verband brengen, gaat genot voor Freud verder dan dat. Ervaren we bijvoorbeeld geen genot als we water drinken wanneer we ontzettende dorst hebben? Ervaren we geen genot als we een heerlijk dessert proeven? En als we ons op een koude winterdag verwarmen bij het haardvuur?

Voor Freud bevestigde dit zijn idee dat het libido aanwezig is in wat hij definieerde als het ‘id’, het ‘ego’ en het ‘superego’. Het id is waar het genotsprincipe wordt gevonden, datgene wat we beschouwen als direct genot. Het is het deel van onze psyche dat ons onbewust naar vreugde leidt. Bijvoorbeeld: ik heb dorst, ik ga even een biertje voor mezelf regelen.

Twee zielen in hun psychoseksuele ontwikkeling

Het ego, daarentegen, beperkt de energie van het libido. Het is verantwoordelijk voor het krijgen van genot, maar houdt tegelijkertijd rekening met de realiteit. Op dit punt komt onze omgeving in het spel, evenals de regels van de maatschappij. Verdergaand op het vorige voorbeeld: ik mag dan wel een biertje willen, maar misschien kan ik beter kiezen voor een drankje zonder alcohol want ik moet rijden.

Het superego, tot slot, is vergelijkbaar met het ego, maar hecht grote waarde aan moraliteit. Het heeft de normen en waarden van de samenleving geïnternaliseerd. De regels die we leren door contact en interactie met anderen.

Om maar weer terug te komen op ons voorbeeld: ik kan me weleens schuldig gaan voelen over het drinken van een biertje, alcohol drinken buiten een sociale context wordt door de samenleving tenslotte afgekeurd. Ik voel me schuldig vanwege de geïnternaliseerde visie.

Sigmund Freud stelde een bepaalde structuur van de geest vast om het fundamentele menselijk functioneren uit te leggen. Deze structuur bestaat uit drie elementen: het id, het ego en het superego.

Stadia van psychoseksuele ontwikkeling

Voor Freud is het libido ook aanwezig in de verschillende stadia van menselijke ontwikkeling. Het is echter in elke fase anders. Dat wil zeggen, het libido wordt op verschillende manieren uitgedrukt, afhankelijk van waar iemand zich in zijn ontwikkeling bevindt.

  • Mondelinge fase: genot wordt verkregen door middel van de mond
  • Anale fase: sluitspier en ontlasting worden gecontroleerd, activiteit gekoppeld aan genot en seksualiteit
  • Fallische fase/oedipale fase: genot wordt verkregen bij het urineren, dankzij de aangename sensatie die het produceert
  • Latentie fase: bescheidenheid en schaamte verschijnen, gerelateerd aan seksualiteit
  • Genitale fase: de komst van de puberteit en geslachtsrijpheid

Volgens Freud stagneert het libido echter soms. Dat wil zeggen, het gaat niet mee met de natuurlijke stroom. Dit gebeurt wanneer er sprake is van een fixatie die voortgang voorkomt.

Als we ons bijvoorbeeld vastklampen aan het genot dat we in de orale fase via de mond verkrijgen, zal het moeilijk zijn om het achter ons te laten en ons volledig in de volgende fase te verdiepen.

“De transformatie van het object-libido in een narcistisch libido die aldus plaatsvindt, houdt duidelijk een afwijzing in van seksuele doelen, een deseksualisatie – een soort sublimatie.”

-Sigmund Freud-

Een stel dat aan het zoenen is

Zoals we hebben gezien, dacht Sigmund Freud niet hetzelfde over het libido zoals wij dat tegenwoordig doen. Voor hem was het niet alleen maar een verlangen om seksueel genot te krijgen, maar was dat genot iets dat impliciet aanwezig is in andere gebieden van ons leven en dat zich tevens ontwikkelt naarmate we de stadia van onze psychoseksuele ontwikkeling doorlopen.