De duistere kant van hoge intelligentie

· februari 7, 2018

Hoge intelligentie garandeert niet altijd succes of geluk. Er is nog een andere kant van een hoog IQ waar we niet altijd over praten. Er is existentiële angst, sociaal isolement, emotionele problemen of voortdurende ontevredenheid over het niet bereiken van de hoge eisen die iemand met dergelijke capaciteiten aan zichzelf stelt.

Sommige mensen zeggen al snel dat intelligentie niet hetzelfde is als wijsheid. En dat dit laatste iets is waar het bij veel mensen met een IQ boven de 120-130 punten (hoewel niet allemaal) aan ontbreekt.

Jeanne Siaud-Facchin is psychotherapeut en een van de meest erkende experts op het gebied van mensen met een hoge intelligentie. Zij verklaart dat niets zo paradoxaal kan zijn als de hersenen van deze mensen.

“Ik wil het perfecte leven leiden. De enige manier om het perfecte leven te leiden, is door in afzondering te leven.”

-William James Sidis-

Hoge intelligentie brengt een zekere kwetsbaarheid met zich mee. Het is een soort geest die duizenden ideeën tegelijk kan genereren. Het is snel, origineel en kan binnen enkele seconden eindeloze redeneringen en concepten produceren.

Mensen zijn echter niet altijd in staat om zoveel informatie te beheren. Hun cognitieve werelden hebben zo veel vermogen dat één enkele prikkel genoeg is om de neuronen onmiddellijk te activeren en veel ideeën te creëren. Maar de waarheid is dat ze er niet altijd in slagen een concreet of zelfs correct antwoord te geven.

Dit alles kan veel frustratie en verbijstering veroorzaken. Het leven is niet altijd geweldig en makkelijk voor een persoon of kind met een hoge intelligentie. Niemand heeft hun verteld hoe ze hun verfijnde hersenen moeten gebruiken, enthousiast en productief als ze zijn.

In feite wordt het leven voor mensen met een IQ boven de 180 veel ingewikkelder. Zoals we kunnen zien in het verhaal van de meest intelligente man ter wereld met een IQ van 250, kan hun leven een echte tragedie worden.

Duistere kant van extreem hoge intelligentie

Hoge intelligentie, een paradoxaal geschenk

We leven in een samenleving waar begaafde mensen worden vereerd. We zijn gefascineerd door mensen met unieke talenten en capaciteiten, we bewonderen mensen die een bepaald gebied domineren zoals de wetenschap, kunst, sport…

Aan de ene kant is er geen tekort aan ouders die zeggen dat ze graag een kind met een hoog IQ zouden willen hebben. Op de een of andere manier is het idee dat heel intelligent zijn synoniem is aan succes tot op de dag van vandaag nog steeds erg aanwezig.

Aan de andere kant hebben de kinderen zelf ook de overtuiging dat niets zo fantastisch is als ‘heel slim zijn’. Kan er iets beters zijn? De ‘begaafden’ halen goede cijfers voor hun examens zonder veel moeite te doen. Nu weet elke opvoeder, iedere psycholoog of ouder van een kind met een hoge intelligentie dat deze ideeën niet altijd worden waargemaakt.

Om te beginnen is het heel goed mogelijk dat de student met een hoog IQ gedurende een groot deel van zijn schoolleven onopgemerkt blijft. Het is ook waarschijnlijk dat hij geen goede cijfers haalt, dat hij niet goed is in het maken van vrienden en dat hij die vreemde leerling is die leeft in zijn eigen wereld. Hij zit achterin de klas, waar hij geen aandacht trekt.

Jongen met een hoge intelligentie die uit het raam kijkt

Een intelligentie die moeilijk te controleren is

De reden dat een hoge intelligentie niet altijd garandeert dat je de beste van de klas bent is veelzijdig. Ten eerste is er verveling. Een kind met een hoge intelligentie voelt zich niet geïnteresseerd of gestimuleerd door de dingen om zich heen en ‘ontkoppelt’. Hij neemt een passieve houding aan die zelfs kan leiden tot mislukkingen op school.

Ten tweede zijn er studenten die niet weten hoe ze hun ideeën kunnen beheersen. Soms kan het kind bij het beantwoorden van een eenvoudige examenvraag van de hak op de tak springen. Of beginnen met eindconclusies te trekken en te reflecteren. Zo wordt de vraag nooit beantwoord.

In het boek Too smart to be happy legt een meisje uit dat terwijl haar leeftijdsgenoten gewoon één ding bedenken om te helpen bij het vinden van een oplossing, zij er vijfentwintig vindt. Ze voelt zich niet in staat om tot een conclusie te komen.

  • Arborescent denken. Een soort redenering die door uiterst intelligente mensen wordt uitgevoerd, wordt arborescent denken genoemd. Wanneer een stimulans wordt ontvangen, begint de geest het ene idee na het andere te genereren, zij het in veel gevallen zonder duidelijke associaties. Het creëert een zeer dichte boom met oneindige vertakkingen, die de persoon niet kan controleren of organiseren.

Emotionele catastrofes

Een ander aspect om in overweging te nemen is overgevoeligheid. Uiterst intelligent zijn betekent het hebben van een zeer diepe en transcendente visie op de werkelijkheid en de wereld.

Soms voelen ze onbegrip, boosheid en scepticisme ten opzichte van de mensheid zelf, gewoonweg als ze naar het nieuws kijken.

Emoties verlammen hen. Ze kunnen de impact van bepaalde gebeurtenissen niet beheersen, gebeurtenissen die door de meeste mensen onopgemerkt blijven.

Dingen als leugens of onwaarheden overrompelen hen, maar ook sociale ongelijkheid en oorlogen. Het is overweldigend om te bedenken dat ze misschien niet in staat zijn om veel van de idealen die ze voor ogen hebben te bereiken.

Man die bedroefd uit het raam kijkt

Tevens, in tegenstelling tot het idee dat extreem intelligente mensen koud zijn, is hun vermogen tot empathie immens. Ze kunnen er daarom de voorkeur aan geven zichzelf te isoleren om er niet onder te lijden. Om afstand te houden, zodat ze niet te veel betrokken raken en hierdoor gekwetst worden.

Hun emotionele werelden zijn complex, maar ze kanaliseren die intensiteit ook naar creativiteit en inspiratie.

Hoge intelligentie mag niet betekenen dat geluk onbereikbaar is

Op dit moment zou je kunnen denken dat hoge intelligentie een stoornis is. Maar dat is niet waar. Laten we een beetje reflecteren.

Een begaafd kind dat ongemerkt door school gaat zal weinig academische belangstelling ontwikkelen en in persoonlijk isolement leven, waar problemen als angst of depressie kunnen toenemen.

Aan de andere kant geeft de WHO ons een waarschuwing: we moeten IQ niet alleen gebruiken als een ‘diagnose’ van begaafdheid. Omdat intelligentie niet kan worden losgekoppeld van emoties, zonder overgevoeligheid, overvolwassenheid, overstimulatie, zonder arborescent denken en denksnelheid…

Uiterst intelligent zijn kan betekenen dat je in een zeer eenzaam hoekje woont waar emoties en gedachten chaotisch, diep en zeer intens zijn.

Onze rol als ouders, opvoeders of psychologen is dan ook om hen passende strategieën aan te bieden voor het vinden van evenwicht en rust. Strategieën om hun potentieel te bereiken – en geluk.