De klok: de uitvinding die alles veranderde

september 14, 2019
De klok werd populair in Europa aan het einde van de middeleeuwen, samen met de toename in stedelijk werk en de cisterciënzer manier van leven. Deze uitvinding bracht een nieuw begrip van tijd met zich mee.

De uitvinding van de klok is vooral een ontdekking van de tijd. Zoals de Franse historicus Jacques Le Goff zei, tijd is voor een handelaar niet hetzelfde als tijd voor een boer.

De kunst van het klokken maken, zoals zoveel andere dingen, heeft zijn oorsprong echter niet in West-Europa. De islamitische beschaving en de Chinezen ontdekten de mysteries van het bijhouden van tijd namelijk al lang voor de Europeanen.

De astronomisch geïnspireerde oosterse waterklokken brachten echter niet dezelfde soort sociale verandering teweeg als de gemechaniseerde klokken in het Westen.

De gewoonte om dagen te meten is net zo oud als de gewoonte om de sterren te waarnemen. De dienst die de zon en de maan ons verlenen, ketent ons tegelijkertijd echter ook op een bepaalde manier vast.

Net zoals elektriciteit in steden een einde maakte aan de tirannie van de nacht, bevrijdde de klok drukke mannen van het ritme van de zon. Deze nieuwe vrijheid bracht nieuwe waarden met zich mee.

Tijd op het platteland en tijd in grote steden

De middeleeuwen waren agrarisch. De meeste Europeanen leefden van het land, door gewassen te verbouwen of dieren te fokken. Ze volgden de natuurlijke cycli van de seizoenen en de dagen.

Alle andere activiteiten, zowel religieus als seculier, moesten zich aanpassen aan het ritme van het landbouwwerk. Klokken waren niet gebruikelijk, noch bekend, noch noodzakelijk.

In de dertiende, veertiende en vijftiende eeuw gebeurde er echter iets dat alles veranderde. Midden- en West-Europa werden namelijk overspoeld door allerlei soorten mechanische klokken.

Van openbare klokken in Padua en Bologna tot kerkklokken in Chartres en Wells. Hierdoor begon men op een hele andere manier naar tijd te kijken. De belangrijkste elementen van deze verandering waren het nieuwe kloosterleven en het stadsleven.

Grote astronomische klok op gebouw

Een klok voor God

De nieuwe kloosterregels, veel strenger dan voorheen, legden een manier van leven op waarin gebed centraal stond. In tegenstelling tot boeren moesten monniken hun werk aanpassen rond het gebed. Dat leidde tot stabielere schema’s in de kloosters.

Toen het gebedsschema eenmaal was vastgesteld, waren de monniken gedwongen om op de tijd te letten. Ineens waren de gemeenschappelijke ruimtes gevuld met klokken, zodat iedereen in de gemeenschap wist wanneer het tijd was om te bidden. Dit is hoe toekomstige vindingrijkheid werd geboren.

Voor middeleeuwse theologen was tijd even belangrijk als onvervangbaar. Tijd verspillen hield in dat je een geschenk van God verspilde. Tijd moest worden besteed aan meditatie, een teken van deugd.

Een klok voor geld

Als de klok oorspronkelijk was ontworpen om God te dienen, duurde het niet lang voordat deze ook werd gebruikt in dienst van andere goden. Het ritme van het leven in de stad past zich voor handelaren en ambachtslieden ook niet aan aan de eindeloze dans van de zon en de maan.

Zakelijke eisen maakte het noodzakelijk om nieuwe waarden te ontwikkelen, zoals stiptheid en efficiëntie. Op openbare pleinen begon er elk uur een klok te luiden. De stad bruiste, geld ging van de ene persoon naar de andere en de ijverige burgers konden niet te laat komen voor een afspraak of tevergeefs wachten op andere mensen.

Steden werden echo’s van luidende klokken die allerlei evenementen aankondigden. Het nieuwe tijdperk werd gekenmerkt door het gerinkel van metaal.

De klok

Veranderingen in de kloktechnologie waren symptomatisch voor hun tijd. De oosterse stijl bleef hierin ver achter. Niemand was geïnteresseerd in het gebruik van water omdat het niet precies of consistent genoeg was. De verschillende systemen van kabels, assen, tandwielen en gewichten evolueerden tot enkele ware meesterwerken, zoals de oude stadsklok in Praag (1410).

Grote oude klok in praag

In de vijftiende eeuw ontwikkelden klokkenmakers een polshorlogemodel dat pas achterhaald werd toen digitale klokken werden uitgevonden. Bruggen en spiralen vervingen tegengewichten en de klok had steeds minder te maken met metaalwerk en steeds meer te maken met kunst.

De uitvinding van het polshorloge was de definitieve individualisering van tijd. En polshorloges waren dan ook van essentieel belang voor mensen die een vrij beroep hadden. Tegelijkertijd werden schema’s door deze kleine klokken een manier van leven. Hier is in de afgelopen 600 jaar niet veel aan veranderd.

In dit alomtegenwoordige kapitalistische systeem is het waarschijnlijk moeilijk een leven voor te stellen waarin we niet allemaal slaven van de klok zijn. Ooit, nog niet zo lang geleden, was er echter een tijd waarin we niet werden gedomineerd door het onophoudelijke getik van de wijzers op een klok.

We kunnen de tijd niet de baas zijn, en onze poging om controle te krijgen over het ritme van de sterren zorgde er uiteindelijk voor dat tijd ons de baas werd.

  • Landes, David (2007) Revolución en el tiempo, Crítica.
  • Le Goff, Jacques (2004) Mercaderes y banqueros en la Edad Media, Alianza.